Tag: roken

De roker – In 80 woorden

Aan de deur van de tabakswinkel hing een bordje met de tekst ‘Mondkapje Verplicht’. De roker graaide in zijn jaszak naar een verkreukeld exemplaar. Ruim anderhalve meter achter hem stond de volgende klant te wachten die mopperde op zijn voorganger. “Komt er nog wat van”, vroeg hij geïrriteerd. “Man ik stik de moord met zo’n ding op”, liet de roker weten. Eenmaal binnen kocht hij een doosje bolknaksigaren. “Daar zou ik nou het loodje van leggen”, sneerde de andere klant.

© Willem Croese

De rokende pompbediende – In 80 woorden

De pompbediende, het beroep bestaat nog, drukte buiten het winkeltje zijn filtersigaret uit in een asbak die hij verdekt had neergezet tussen de zakken haardhout. Hij liep naar binnen om met een klant af te rekenen die zojuist benzine had getankt. De klant: “Is het zo rustig dat u buiten een sigaretje kunt roken?” De pompbediende: “Ja het is stil, ik kan vandaag vaak roken.” De klant: “Dat is toch brandgevaarlijk?” De pompbediende: “Nee hoor, mijn longen vatten geen vlammen.”

Willem Croese

1 Minuutje (3): Als de rook om je hoofd is verdwenen

Voor een roker is stoppen met roken een flinke opgave. De één heeft een stoer verhaal dat hij/zij (meestal een hij) ‘cold turkey’ van de ene op de andere dag is gestopt met roken, de ander lukt dit niet. De volgende probeert het met medicatie, ook dat lukt niet altijd. Afkloppen, bij mij gaat het goed met medicatie (zonder bijwerkingen) al is het soms hakketakken.

Vanaf 1 november ben ik rookvrij, maar de omgeving is dat niet. Nu wil ik mij niet beklagen, want het is ook weer niet zo erg dat ik hoestend en proestend langs een roker loop. Ex-rokers die ‘anti-rokers’ zijn geworden, zijn echt de ergste figuren. Zelf dampten zij de lucht ‘blauw’ van de rook en nu klagen zij over anderen die wel roken. Ik wil daar niet aan meedoen, dus geen geklaag door mijn persoontje over rokers.

Toch valt de geur enorm op als je niet meer rookt. Men beweert dat reuk- en smaakvermogen beter worden na het stoppen, maar daar merk ik niks van immers het was altijd al goed. Zo liep ik langs een tramhalte waar op een meter afstand de rooklucht te ruiken was. Afgelopen week was ik op een verjaardag waar stevig gerookt werd. Thuis gekomen rook ik de sigarettenrook aan mijn kleding. Je zou bijna denken dat ik heb staan te paffen. Vies vond ik vroeger wanneer mijn opa op bezoek kwam, die al snel vier a vijf stuks bolknaksigaren op een avond dampte. Voorlopig is de rook om mijn hoofd niet verdwenen.

Willem Croese

De dag dat de asbak de deur uit kan (2)

Dag meneer u spreekt met J. van de poli ‘Stoppen Met Roken’, hoe gaat het met u?” Ik was verrast dat zij mij belde, maar antwoordde haar enthousiast dat het goed gaat al had ik de dag daarvoor slappe knietjes door een paar sjekkies meer te roken dan de bedoeling was. Niettemin hield ik haar oprecht voor dat de datum die wij afgesproken hebben om definitief te stoppen gehaald wordt. Verder informeerde zij of ik benaderd ben over de medicatie. “Nee, ik ben hierover niet gebeld.” J. ondernam actie, zij belde mij niet veel later terug met de mededeling dat de apotheek alsnog contact opneemt hierover.

Toen de longarts meldde dat mijn longen brandschoon zijn vroeg ik haar  een doorverwijzing naar de poli ‘Stoppen Met Roken’, zij regelde dit. Anderhalve week geleden had ik mijn eerste afspraak met J. die op haar beurt mij het hemd van het lijf vroeg over mijn motivatie en dergelijke. Zo spraken wij over de gewoontes van het roken. De dag begin ik met een kan koffie en een paar sjekkies om daarna licht te ontbijten. Verder zijn er de momenten van honden uitlaten rokend en wel; in de auto en thuis paffen; op straat wanneer je niet binnen mag roken; voor en na het avondeten; enzovoorts. Wanneer ik hierover nadenk kan de conclusie alleen maar zijn dat je wel heel erg veel doet om te ‘kunnen’ roken.

Volgende week moet ik weer naar de longpoli om een longfunctietest te doen naar de hoeveelheid lucht die ik nog heb. Ik denk natuurlijk dat het goed zit, al weet ik dat je na het stoppen met roken meer lucht zal krijgen. Na het onderzoek heb ik de volgende afspraak met J. en haar collega L. immers de streefdatum nadert. O ja en J. vroeg waarom ik geen filtersigaretten rook in plaats van shag. Mijn antwoord was dat ‘dat’ geen roken is, waarop zij reageerde: “Dat is de bedoeling ook.”

Waar ik nog wel over verbaasd ben is dat zowel de huisarts als de longarts niets hebben gezegd over het roken, behalve dat zij mijn rookgedrag noteerden in hun dossiers. Gisterenavond vertelde ik dit aan een vriendin, die op haar beurt zij dat wel te begrijpen. “Denk je echt dat het helpt om tegen jou te zeggen dat je moet stoppen met roken? Een roker heeft daar maling aan.” Zij heeft volkomen gelijk, want ik zou daar niets mee doen. Een geluk bij een ongeluk is uiteraard dat de longontsteking die ik afgelopen zomer had de doorslag gaf om te ‘gaan’ stoppen. J. van de poli ‘Stoppen Met Roken’ heb ik beloofd hierover stukjes te schrijven, bij deze doe ik dat.

Wordt vervolgd

Willem Croese

Zie ook:

De dag dat de asbak de deur uit kan (1)

Een flinke longontsteking afgelopen zomer was voor mij het moment om te besluiten dat ik moet stoppen met roken, voor de goede orde de ontsteking kwam niet door het roken maar dankzij een virus die ik opgelopen had. Wat kun je ziek zijn van zo’n verrekte kwaal, ik stikte bijna de moord door benauwdheid. Klappertandend terwijl het zweet door koorts uit mijn lichaam gutste dwaalde ik in mijn huis rond en raakte zelfs de weg kwijt, zo wilde ik naar bed maar zat op het toilet uit te blazen.

Roken doe ik ongeveer vanaf mijn vijftiende, al snel werd ik betrapt door mijn moeder. Als rookster herkende zij direct de sigarettenlucht om mij heen. Zij pakte mijn filtersigaretten af, liep daarmee naar de woonkamer waar zij mijn vader duidelijk te verstaan gaf dat zijn zoon rookte. Nerveus wachtte ik in mijn slaapkamer af wat er te wachten stond. Na een kwartiertje keerde mijn moeder terug in mijn kamer met de mededeling dat ik het zelf moest weten en zij gaf het pakje Pall Mall.

Tja, hoe ging dat in de jaren zeventig? Tijdens feestjes en verjaardagen stonden er glaasjes gevuld met sigaretten op tafel tussen de chips, nootjes en andere lekkere hapjes. En wanneer mijn grootvader kwam rookte hij steevast bolknaksigaren, toch al snel een stuk of vier a vijf op een avond. Ik vond het vies, want aan het einde stonken mijn kleren naar de rook die de oude baas produceerde. Hij pruimde ook, maar dat deed hij thuis. Had hij geen pruimtabak dan kneep hij een sigaar in één hand fijn, stopte het spul in zijn mond, je hoorde hem kauwen, het kwijl liep nog net niet uit zijn mond, hij spuugde het eindresultaat op een schoteltje, ik keek dan met afgrijzen naar dit ritueel. Opa werd 94 jaar, hij ging na de plechtigheid zelf in vlammen op.

Vanaf mijn puberteit draag ik spijkerjasjes, lekker makkelijk om een pakje shag in de borstzak te doen. Behoefte aan een sjekkie? Hoppa, voordat je het weet heb je het begeerde goedje binnen handbereik. Hoeveel sjekkies ik in mijn leven heb gedraaid weet ik echt niet meer, maar ik vrees een flinke berg. Nu ik aan het afbouwen ben leg ik de rookwaren opzij om het moment zo lang mogelijk uit te stellen voordat ik weer een sjekkie aansteek, op naar het definitief stoppen.

Wordt vervolgd

Willem Croese

Zie ook: