Kwajongens

Cees: “Vroeger kwam ik vaak in een snackbar waar je ook een biertje kon drinken. In die zaak waren ook kwajongens waar de politie belangstelling voor had. Toen ik twee agenten zag aankomen waarschuwde ik die knapen. Zij weg natuurlijk, over de schutting heen. De politiemannen kwamen binnen en vroegen ons naar de jongens. Ik antwoordde: ‘Wij hebben ze net nog gezien en gesproken, maar waar ze nu zijn is een raadsel.’ De agenten gingen meteen naar buiten, maar die mannetjes vonden ze niet meer. Prachtig toch?”

Droom

Cees: “Vannacht droomde ik weer dat ik in Beverwijk was. Wat ik daar te zoeken heb weet ik niet. Midden in de nacht raakte ik in die plaats de weg kwijt in een nieuwbouwwijk. Je loopt voordat je het weet in het zand en overal zie je bouwwerken. Geen mens te zien in het donker om de weg naar huis te vragen.”

Jodenkoeken

Cees: “Ik dacht je een maand met zo’n blik Jodenkoeken kunt doen. Er zijn nog maar twee koeken over, maar die zijn voor jou en mij.”

Willem: “Het moet niet gekker worden. Koek bij de koffie. Overigens er zitten maar twintig Jodenkoeken in zo’n bus.”

Cees: “Twintig maar, ik dacht dertig. Ik heb ze afgelopen zaterdag gekocht en nu op dinsdag zijn ze al op, dat is toch niet leuk meer?”