Theezakje

Cees: “Wil je een kopje thee?”

Willem: “Ja lekker, maar dan wel met een koekje erbij.”

Cees: “Kijk hier heb je thee. De koek zal ik pakken.”

Willem: “Maar dat is alleen gekookt water.”

Cees: “O wacht hier is het theezakje.”

Willem: “Bezuinigen? Je geeft een oud zakje.”

Cees: “Ja klopt, die heb ik gisteren uit het pakje gehaald en vanochtend al gebruikt.”

Lekke blikjes bier

Cees: “Had ik boodschappen gedaan  en opende ik mijn tas bleek alles nat te zijn.”

Willem: “Hoe kan dat?”

Cees: “Ik had twee lekke blikjes bier gekocht en eerder kocht ik al een lege fles cola.”

Willem: “Zo kun je nog eens op de borrel komen bij jou.”

Dubbelgangers

Cees: “Ik fietste naar de Albert Heijn en daar riep iemand naar mij ‘Hallo dokter Snuif’. Die gast dacht zeker dat ik de dierenarts ben.”

Willem: “Ja, ik herinner die arts wel, hij is al jaren geleden overleden. Inderdaad je lijkt wel op hem.”

Cees: “Een tijd geleden sprak een jongen mij aan met ‘Hoi trainer’. Moet je weten dat ik niet eens kan voetballen.”

Willem: “Tja, een hele kunst om een balletje hoog te kunnen houden.”

Cees: “Ze dachten ook dat ik bij de brandweer zat.”

Willem: “Ja hoor en nog geen fikkie geblust natuurlijk.”

Nepalezen

Cees: “Heb je het al gehoord? Wij ‘moeten’ dakloze Nepalezen helpen. Jij krijgt er twee in huis en mijn buurman eentje.”

Willem: “Slaat jouw fantasie weer op hol?”

Cees: “Nee hoor vraag maar aan de buurman. Hij krijgt Huppie in huis.”