Blozen en touwtje springen

Cees: “Ik heb de bijwerkingen gelezen van de nieuwe pil.”

Willem: “En?”

Cees: “Je gaat er van blozen. Als de verpleegsters van Evean (zorginstelling) maar niets verkeerds denken wanneer ik met een rooie kop voor hun sta.”

Willem: “Ze zijn wel wat gewend met jou.”

Cees: “Maar wat voel ik mij goed met deze pil, ik kan weer touwtje springen.”

Bezorgdheid

Cees is gisteren bij de cardioloog geweest. Foute boel. Maandag wordt hij gecatheteriseerd om te zien of er weer gedotterd moet worden.

Willem: “Ik kom het herhalingsrecept ophalen.”

Cees: “Ja, want de nieuwe pil moet ook in de baxter opgenomen worden.”

Willem: “Prima komt in orde, dan ga ik nu naar de apotheek.”

Cees: “Pas je op dat je geen bekeuring krijgt met de auto.”

Harteloos

Cees: “Ben ik bij de cardioloog kan hij mijn hart niet vinden. En maar zoeken.”

Willem: “Dat heeft hij weer. Waar moest de dokter zoeken?”

Cees: “Ik zei hem dat mijn hart is afgezakt tussen mijn benen.”

De bushalte

Willem: “Ben je tevreden over de thuiszorgmedewerkster?”

Cees: “Die doet niks.”

Willem: “Nou ja zeg, wat is dat?”

Cees: “Zij wacht drie uur lang bij mij in de badcel op de bus.”