Auteur: willemcroese

Tien tips voor het wandelen met de hond

1. Start pas met grote wandelingen of dagtochten wanneer de hond één jaar of ouder is, dit in verband met het lichamelijk groeiproces van de hond.

2. Voor de leeftijd van één jaar pas dan de wandelafstand aan de leeftijd van de hond. De stelregel is: per maand maximaal vijf minuten intensief wandelen erbij.

3. Vanaf de leeftijd van één jaar kan de hond ongeveer zestig minuten flink wandelen, dus zo’n vijf a zes kilometer. Bouw daarna de tijd op door het aantal kilometers iedere twee weken vijftien minuten te verlengen. Pauzeer na elk uur wandelen met de hond. Door zo verder te gaan kun je samen dag- en meerdaagse wandeltochten maken.

4. Neem in je dagrugzak water en voer (bijvoorbeeld brokken) mee, zodat de hond onderweg ook de broodnodige versterking kan krijgen.

5. Wandel met de hond aan de lijn waardoor er gewenning ontstaat om zo te wandelen, want niet overal kan de hond loslopen. Oefen ook op drukke punten met de hond voor gewenning, denk aan markten en drukke straten.

6. Wandel met de hond niet alleen over graspaden en andersoortige zachte paden. Wanneer de hond op harde paden loopt zoals asfalt, klinkers, tegels en dergelijke krijgt hij voldoende eelt op de voetzolen.

7. Smeer de zooltjes in met vaseline tijdens meerdaagse tochten in onherbergzame gebieden of onder barre weersomstandigheden zoals met ijs en sneeuw. In de handel bestaan ook speciale schoentjes hiervoor.

8. Zorg dat je eerste hulp spullen meeneemt, zowel voor jezelf als voor de hond. Een tekentang is een must.

9. Twijfel je over de gezondheid van de viervoeter neem dan contact op met de dierenarts voordat intensief gewandeld wordt.

10. Het is zeer belangrijk dat jouw hond onder appèl staat, zodat de hond geen schade brengt aan de natuur of bijvoorbeeld andere wandelaars schrik aanjaagt. Een cursus bij een kynologenvereniging is raadzaam.

© 2002 Willem Croese – eerder gepubliceerd in Wandelkrant Te Voet en brochure (NHWB) Noordhollandse Wandelsport Bond

Op de kleintjes letten

In de jaren negentig – van de vorige eeuw – was ik bedrijfsleider van een grote woninginrichtingsketen. Schitterend werk, ik richtte nieuwe winkels in en startte die op of nam slecht draaiende filialen over om ze weer op sleeptouw te krijgen. Alles lukte, het kon niet stuk. De lofuitingen en bonussen vlogen om mijn oren.

Maar toen kwam mijn lot. Door een auto-ongeluk raakte ik uit het arbeidsproces en kwam ik in de WAO terecht. Het is al weer zestien jaar geleden en tot op de dag van vandaag heb ik nooit een bloemetje van mijn baas ontvangen. Toen hij mij nodig had wist het boefje mij te vinden en toen ik niks meer voor hem kon betekenen was het dus over.

Intussen lijkt dit wel kinderspel vergeleken met al die berichten over gerenommeerde winkelbedrijven zoals V&D en Blokker. Je houdt het toch niet voor mogelijk dat zulke bedrijven op klappen staan? Ik niet. Daar gaat geen staatssteun naar toe, daar moet het personeel vele procenten salaris ongevraagd inleveren of nog erger die arme stumperds raken hun hun banen kwijt.

En wij zijn er nog lang niet. Uit betrouwbare bron weet ik dat het met de Volendamse speelgoedgigant Bart Smit ook al niet goed gaat. In Alkmaar verdween reeds een filiaal uit de bekende winkelstraat De Laat en in Hoorn aan de Grote Noord komt er ook een eind aan een filiaal. Personeel? Tja, die kon/kan de biezen pakken, hup de WW in, er was en is niet eens tijd om dit fatsoenlijk af te handelen.

Wij hoeven niet zo ver te gaan. De grootgrutter Albert Heijn uit Zaandam doet ook allerlei wilde pogingen om het hoofd boven water te houden. Zo ken ik een vrouw die deeltijd op het hoofdkantoor werkte naast haar WAO-uitkering met toestemming van de UWV. Appie wilde van haar af, want de flexwerkplekken (wat een term trouwens) bieden voor de Zaanse geen plaats, dus zij moest ook de laan uit.

Albert Heijn wil wel de grootste ‘maatschappelijke’ ondernemer zijn door mensen met een Wajong-uitkering aan te nemen, die kunnen ze wel hebben. Op de kleintjes letten, dus lekker goedkoop.