Zuchtje

Leestijd: 3 minuten

Een anekdote over het hijgend hert

 

Nederland kennisland?

Ja, in de kroeg. Daar zaten heel veel kennissen samen met ‘kweetniet

Tekst Kicking Bird Robison: RobD, Uw Gastschrijver

 

Godsgeklaag

Ik wandel het liefst over smalle paadjes. Door het ontluikend struweel ontwaar ik een vrouwspersoon die met een klein zwart keffertje mijn kant op komt.

Opeens staat er een Ridgeback op 5 meter afstand voor mijn neus. De bazin in gezelschap van haar zwarte hondje volgt op 20 meter afstand. Als ze mij ziet maakt ze rechtsomkeert en loopt terug naar het brede wandelpad. De Ridgeback duikt in elkaar als ze de imposante verschijning, die mijn Mechelaar nog steeds is, ontwaart.

Op het pad aangekomen vraag ik of de vrouw nog gezond is. “Ja, gelukkig wel”, zegt ze. “Ook al ingeënt?” “Nee, dat nog niet.” Ze komt heel dicht bij me staan. “U bent geen dochter van een timmerman”, spijker ik.  “Hoezo?”, zegt de vrouw. “Dan zou U wel weten wat anderhalve meter is!” Ze deinst achteruit.

Ik vraag aan de vrouw of ik iets mag vertellen. Ik zie dat ze er geen zin in heeft. Toch neem ik het voortouw. Ik duid op haar Ridgeback die door de struiken struint. “Dat is toch een jachthond? In Afrika jagen ze met hele meutes op de jongen van de Leeuw.”

Haar Ridgeback staat mijn Mechelaar uit te dagen. “Ja, iedereen vindt er wat van”, spartelt de vrouw. “Ik vind het een ongelijke strijd”, vervolg ik. Uw hond loopt los, maar ik mag de hond in dit gebied absoluut niet los laten!”

Ze onderbreekt mijn verhaal en vertelt dat ze onderlaatst een gedumpte, jonge Kangoeroe had getroffen. Zo’n  roze beestje met hele grote oren? Dat gelooft toch geen hond! Het komt mij voor alsof ze het eerste ‘kievitsei’ wil aanbieden. Ze weet het niet meer zo precies. Ze vertelt er eerlijkheidshalve bij dat  niet zij maar haar Ridgeback het jong had ontdekt. “Het diertje schreeuwde moord en brand! Echt, het was niet om aan te horen! Het ging door merg en been”, leutert de dame.

Dat verklaart een hoop!”, zeg ik. “Wat hebt u toen gedaan?” Vol vuur vertelt ze dat ze direct de dierenbescherming heeft geappt. Dat is het eerste waar zulke types aan denken. Het hele spectrum op sociale media wordt bijgewerkt. Hyperconnected, ook dat nog. Dat heb ik weer.

Ze is trots op haar handelswijze. “Er was helemaal geen ‘oppas’ in de buurt! Zo zielig!”, zuurstof-hapt ze. “Fijn dat u er zo open over bent. U zult ook wel heel erg geschrokken zijn.”, voeder ik.

Op dit moment zou ik de quizmaster van de ‘Slimste Mens’ of anderszins Maarten van Rossem voor een mini college willen uitnodigen om te komen oreren. Dan konden we nog eens lachen.

In gedachten hoor ik Maarten tekeergaan…

De persoonlijke ontwikkeling van de vrouw is kennelijk nog in het stadium van een goudvis. De concentratie van een goudvis in volwassen toestand beslaat 8 seconden. Die van de mens in deze staat krap zeven. Dat is toch wel onrustbarend…

Ik wil er wel iets over zeggen, al is het met tegenzin. “De hinde is al vertrokken voordat u haar in de gaten kreeg. Ze trekt zich terug op een veilige afstand en houdt de boel in de gaten. Ze weet precies waar ze haar jong heeft verstopt. Ze paradeert tussen haar jongen en voedt haar jong ieder uur”, boswachter ik.

Maar dat kan ik toch niet weten! Er is ook niemand die mij ooit iets vertelt!”, huilt de vrouw.  “Wat is trouwens een ‘hinde?”, vraagt de vrouw. “Ik zal u een hint geven die 180 euro waard is.” Het kan haar inmiddels allemaal niet meer zo boeien. Ze maakt een wegwerpend gebaar in deze verloren zaak.

De hinde is de moeder van het reekalf.” “O, zeg dat dan”, zegt de vrouw. “Normaliter is het jong geborgd. Goed verstopt. Dat overleven ze wel. Toch hebt u schuld aan de ontdekking van het reekalf. Door de hond los te laten”, spuug ik. De battle flakkert weer een beetje op.

U hebt zeker geen Universitaire opleiding genoten’, slaat de vrouw terug. Eens even denken: “Ik ben begonnen op de basisschool. Die heeft u waarschijnlijk overgeslagen met al uw talent!. Voor mij is het een natuurlijke zaak. Voor ‘Wild’ in het echt is het een zaak van overleven.”

De mevrouw begint chagrijniger te worden.  Ik bedenk me: ‘Ik weet niet waar de kennis over dit soort dingen in Nederland is gebleven, maar die zit zeker niet in het hoofd van deze mevrouw’.

U moet hier een stukkie over schrijven! Dan kunnen de mensen het lezen!”, kruipt de vrouw.  “En u moet uw hond aanlijnen!”, zeg ik. “U bent een rare vogel mijnheer”, zegt de vrouw. “Dat is dan wederzijds, maar dan zonder die ‘stoot’, mevrouw”, wentelwiek ik.

Wij mensen kunnen nog voor onszelf opkomen maar de dieren hier hebben het nakijken. Ik wens de vrouw nog een prettige dag toe. De vrouw vertrekt zonder iets tegen me te zeggen. De hond, niet aangelijnd, drijft ze gewoon weer voor zich uit.

        —Einde

Geef een reactie