Stapvoets

Een anekdote over de vooruitgang

 

‘De tijd gaat voorbij’,

zeggen we, maar we vergissen ons!

De tijd blijft en wij zijn het die voorbijgaan

 

Tekst Kicking Bird Robison: RobD, Uw Gastschrijver

 

Grootvader

 

Wanneer je als kind ziek was dan leek de wereld als een razende rond te draaien. Dat kwam door de koorts die bezit van je had genomen. Dit gevoel verdween als de temperatuur zakte. Dan werd alles weer normaal.

Tijden veranderen, mensen lijken te veranderen. Ondanks dat ik geen koorts heb, draait de wereld als een razende om mij heen.

Als ik ‘s morgensvroeg de hond uitlaat, moet ik een eenvoudig fietspad oversteken. Ik moet daarbij goed opletten om niet door racefietsers, E-bikes of hardlopers te worden overlopen. De deeltjesversnellers proberen iedere dag weer een fractie van de tijd af te snoepen. Waarschijnlijk op jacht naar het ‘hix’ deeltje.

Actie ken ik wel, maar rust staat niet in hun woordenboek. Zoiets als ‘Vrede’? Dat is toch de periode tussen twee oorlogen in?! Ik geef me over: “Waarschijnlijk moet je het zoeken onder de ‘B’ van blessure”.

Zelfs in deze periode zijn ze bezig met gewin.

Later op de dag wil ik naar de Nederlandse kampioenschappen op de schaats kijken. Voor aanvang word ik eerst op een marathon van reclame getrakteerd. De fabrikanten van gezondheid buitelen als Goden over elkaar heen om hun goederen aan te prijzen. Eerst maar een kelkje graanjenever om mijn ongeloof af te remmen.

Als later die middag de onttroonde kampioen van verleden jaar geïnterviewd wordt, zaagt Maalderink de verliezer overdwars door. Het significante tijdsverschil van wel 0,03 seconde wordt tot de 6e maal(derink) doorgesproken. Een soort van machtsverheffen. De onttroonde kampioen trekt een sip gezicht alsof hij nu de rest van het leven de rode lantaarn moet dragen. Dat wordt voorlopig weer dagen naar het krachthonk of de kopermijnen denk ik. Als een geslagen hond moeten ze het hun sponsor gaan uitleggen.

Ik zie door mijn keukenraam de exponenten van het springzaad van mijn buurman door de woonkamer van de buurtjes stuiteren. De buurjochies zijn inmiddels tot heuse springveren uitgegroeid en racen achter hun nieuwe puppy aan. Dat zijn de toekomstige kampioenen.

Vroeger toen je poep nog met een lange OE schreef, ging alles veel trager. Maar verliepen processen soms effectiever.

Ik heb de kookbeurt vandaag. De kinderen met partners blijven eten. Om de boerenkool op tijd gaar te krijgen, zet ik de zaak een beetje onder druk en gebruik ik voor deze ene keer onze ‘snel’kookpan.

De kinderen komen binnen met hun iPhone nog aan het oor. Ze zijn druk, heel druk. Voornamelijk met zichzelf te corrigeren over de woelige baren van het leven. “Hoe gaat het?”, hoor ik tussen het gekrakeel door. “Je wordt opa”, vang ik tussen de regels door op. Kennelijk hebben zij nog tijd genoeg. ‘Dat werd wel eens tijd’, denk ik.

Het zal mij benieuwen. “En ouwe, vergeet je vitamine pillen niet in te nemen”, roept een jongeling. “Krijgen jullie het zeepokkenlazerus”, klok ik. Ik neem de rest van de uitzending op om het ’s avonds vertraagd terug te kijken. Het wordt toch nog gezellig die avond.

In de nazit van het Nederlands kampioenschap worden de bewegingen van de sporters geanalyseerd. Wennemars kan er geen genoeg van krijgen. Ook hij probeert een deuk in het heelal te slaan. Er wordt al geoogst voordat het zaad gekiemd is. Het mentale voedsel hoeft slechts opgewarmd te worden. ‘Ping’. Het lijkt wel een magnetron. Het barst van de coaches in Nederland. Een ‘gedroomde’ oplossing passeert om nog sneller tegen de klok in te kunnen racen.

Ik moet denken aan de hoge snelheidstrein van Amsterdam naar Keulen. Dat scheelt een half uur in de ‘reis’tijd. Dan kunnen we daar nog even snel  een bakkie ‘Boffie’ drinken. We zijn immers ruim op tijd voor de afspraak, die al drie keer is verzet. Over effectiviteit gesproken.

Opa in Spee(d) lijkt het allemaal niet meer zo te kunnen volgen, zeggen de kinderen. Kijk maar uit, binnenkort verlies je je tandjes nog. Ik bezocht laatst het graf van mijn overleden schoonouders. Op dit ‘Rusthof’ waar er normaliter vrede heerst, was het een kolere herrie van jewelste.

Met kettingzagen en bladblazers werden de tuintjes, paden en graven te lijf gegaan. “Ik dacht dat je daar voor je rust kwam?”, zeg ik tegen mijn vrouw. De polonaise strekt zich zelfs nog over je dood uit. “Als ik daar ooit terecht kom dan wil ik geen kantenmaaier aan mijn kop! Wil je dat even noteren?, vaar ik tegen mijn vrouw uit. Zouden ze weten hoe je  hier ‘R U S T’ eigenlijk schrijft? Je bent daar niet voor een ‘blessure’.

Ik trek mijn pet over mijn oren om het lawaai te keren. “Zou resoneren iets zijn? Gewoon in een vat goede Whisky”, bestel ik. “Ik ken geen mensen die daar ervaring mee hebben”, bedient mijn vrouw. “Ik hoop dat ze hier toch een betere oplossing voor vinden. Als we weer thuis zijn aangeland zegt mijn vrouw: “Opa, Koppie thee dan maar?” Doe mij maar eerst wat van die levenselixer die ik van de kinderen heb gehad. Samen drinken we het af.

 

Einde—

Eén reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *