Het hoestje

Leestijd: 2 minuten

Een anekdote over moeder

 

Ik ben nooit minder eenzaam dan wanneer ik alleen ben

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver

De Papa-vlag

Hoe (i) -st  met je, Ma? “Ja, het is chronisch”, zegt moeder.

Wat is er chronisch?, vraag ik haar. Ze rochelt een beetje.

Neem een glaasje water!, mantelzorg ik.

Mijn dove moeder vindt dat ik altijd zóóó hard praat.

Ik…Water?”, proest moeder. “Nee, nee, nee!”.

Mijn moeder stribbelt tegen. Moeder en Water? Dat drinkt ze niet!

Een glaasje vuurwater. Dáár spuugt ze nooit in. Das bekend.

Ik zie dat ze een fles ‘Extra sterke Natterman’ geopend op tafel heeft staan.

“Natter dan dit wordt het niet man”, zegt de bijna 90 jarige vrouw.

Is het lekker spul… Moeder? Wij kregen het ook toen we nog jong waren. Werd je lekker suffig van. Ook slaperig. Wij mochten zelf nooit aan die fles komen. Dat kwam later pas. “Jij had af en toe ook een lepeltje nodig! Je was altijd zo drúk!!”, zegt moeder.

En dan heeft ze ook nog eens de pech dat ik vlak bij haar in de buurt woon.

“Er zijn maar weinig mensen die goed kunnen luisteren”, zegt moeder.

Ja, zeg ik en daar ben jij er een van. Ik lees op het etiketje, van deze uit de kluiten gewassen fles, over de receptuur van de hoestdrank. In dreigende oranje letters: Let op! Bevat codeïne. Codeïne wordt in het lichaam omgezet in ‘morfine’. Deze stof heeft een verslavende werking op het gestel.

Neem je er veel van… moeder? “Ach jongen, genoeg. Zo nodig en al naar gelang”. Ze staart een beetje versuft voor zich uit. Wil je nog wel? Vraag ik haar. Ze twijfelt.

Sinds het overlijden van haar man, tweeënhalf jaar geleden, is ze de laatste reiziger op het perron. Haar laatste wachtruimte op perron 0.

Vader werd eind twintigerjaren in de hoerenbuurt van de Afrikaanderwijk geboren. Mijnheer pastoor die het gezin veel in de Borstenstraat bezocht, zei altijd dat het gezin van oma en opa de parel van de buurt was. Mijnheer pastoor was een goede bekende in de straat en kende de omgeving op zijn duimpje. “De heer is uw herder”, zei mijnheer pastoor altijd tegen oma die een kruisteken teruggaf.

Werken de medicijnen voor je bloeddruk nog? Vraag ik aan moeder. Als het drukgebied te hoog wordt, voelt ze dat altijd aan de slapte van haar benen. Volgens haar zeggen heeft ze sinds Natterman weer een bloeddruk als een jonge meid. “Het is een fijn spulletje”, mijmert moeder.

Heb je het ook overlegd met je dokter? Vraag ik.  “Ik heb zelden een dokter nodig!”, zegt moeder. Dat bedoel ik niet. Zij staat dicht bij haar natuur. Daar doet ze heel erg haar best voor. Het heeft haar veel gebracht. Zo eigenwijs als ‘poppenstront tegen een berg’ zou de zuster zeggen.

Ze mist haar man; mijn vader. Moeder en ik begrijpen dat goed.

‘Als je er klaar mee bent dan koop je toch gewoon 2 liter Natterman. Dan stap je gewoon zelf uit die trein’, suggereer ik. Ik zou wel het vertreksignaal met de papavlag willen geven. Maar…

Alleen ‘Zij’ zal haar laatste treintje laten vertrekken, als Zij eraan toe is.

Ze verlangt naar ‘the Gathering’ met pa , de oude Kelt.

Ik geef haar een zoen als ik weer naar huis ga. Ik zie op mijn telefoon 2 gemiste oproepen. Eén van mijn vrouw en één van mijn dochter.

Ze weten waar ik ben maar vinden het gewoon leuk om iets van me te horen.

 

Einde—