Het bedrijfsrestaurant

Leestijd: 2 minuten

Een anekdote over het werk

 

Een leven zonder feesten

is als een lange weg

zonder pleisterplaatsen

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver

Keeperstraining

Johan, een man van middelbare leeftijd, is aangesteld als keukenhulp bij het dagblad DE TIJD. De heer Schaap was na een ongeluk met zijn fiets in de WAO terecht gekomen en omdat Johan ‘niet op zijn mondje gevallen was’, had hij dit baantje weten te verwerven.

Zo was het dat hij dagelijks, zeven dagen per week om 3 uur ‘s middags met lijn 9 vanaf het Mercatorplein naar de drukkerij kwam.

Ik zie Johan nog voor me. Een graatmagere man in een lange kaki-kleurige  regenjas. Een smal gezicht, voorzien van een grote goudkleurige bril. Onder zijn neus droeg hij een vals snorretje. Zijn sluike haar had hij, met behulp van een flinke kwak, Brillantine strak achterover op het hoofd gekamd.

Hij had in zijn chique, lederen attache koffertje steevast de puzzelbijlage van het Parool en een door zijn vrouw schoongewassen schort bij zich. Toen ik hem nog niet kende, dacht ik dat ik met de financieel directeur van doen had.

Later kwam ik erachter, toen ik met hem in de lift belandde, dat hij niet op weg was naar de 5e verdieping waar de directie zijn zetel had, maar op weg was naar de bedrijfskantine die in de kelder van het gebouw was opgetuigd. Ik vroeg me altijd af waarom hij in godsnaam gympies onder zijn pak droeg. Hij probeerde altijd als ik met hem in de lift stond een praatje aan te knopen en gebruikte hierbij altijd hele moeilijke woorden die je alleen in analyses van het Financieel Dagblad tegenkomt.

Niet veel later werd ik uit mijn droom geholpen. Mijnheer Schaap was onze nieuwe bewindvoe(r)der, uitbater van onze bedrijfskantine! Ik noemde hem altijd ‘Mèèèè-tre’ Johan als hij mij weer eens uitgebreid welkom heette in zijn zelf benoemde ‘ * * * * restaurant’. Volgens mij had hij maar 1 ster. En daar zat hij zelf geregeld op.

Johan bemoeide zich na werktijd met ons bedrijfsvoetbalteam. Hij gaf daar keeperstraining. Iedereen moest het tijdens het omkleden bezuren onder zijn wedstrijd analyses. Als een ‘Frits van Tuurenhout’ lepelde hij altijd de uitslagen van de verleden wedstrijden van het weekend uit het hoofd op. Blauwwit-Elinkwijk 0-0…Iedere week weer hetzelfde liedje.

Ik vroeg een keer aan Johan, die heel dissonant kon zijn, of hij de asbakken kon schoonmaken. Met zijn duizend-dingen doekje verspreidde hij dan het vuil uit de asbakken over de tafels. Ik kreeg na weer een opmerking van mij aan zijn adres zonder omhaal een asbak naar mijn hoofd geslingerd. Ik ving de vliegende schotel gelukkig nog net op tijd op voor deze het hoofd van de hoofdredacteur zou raken. Van schoonmaken had onze ‘maître’ geen kaas gegeten en van voetbal nog minder.

Aan de hete lucht maaltijd viel niet zoveel te verprutsen. Niet lang hierna werd de bedrijfskantine door enkele welgevallige dames overgenomen. De ‘ster’ van Johan verdween snel naar de achtergrond. Hij werd niet veel later waargenomen bij de plaatselijke voetbal vereniging waar ze erg blij met zijn expertises waren.

Einde—