Grensgeval

Leestijd: 5 minuten

Een anekdote over koppigheid

 

Een koppig mens wordt

door een dwaas

geregeerd

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Schuttingtaal

‘Grutte Pier’, mijn nieuwe Friese buurman, heeft 4 enorme deuren op zijn oprit gemaakt en is nog lang niet klaar.

Het geheel begint de vorm van een schutsluis te krijgen. Ik hoop dat er ook een afvoerputje in komt”, sluiswachter ik. De buurman begint over een luikje in de schutting. “Bedoel je een spuigat? Waarom? Om een bordje eten door te geven? Je bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is!”, pleit ik. Hij zegt dat ik er wel iets tegenaan mag zetten als het klaar is. Ik zeg dat ik hierbij direct aan een bijl denk.

Het buurjongetje denkt niet aan een ‘bijl’ maar aan een ‘tunnel’ in de  richting van mijn vrouw. Dit riekt naar desertie. Zelfs het luik van een onderzeeër in de dolfijn klasse, die hier voor pampus dreigt te gaan, voldoet niet. Volgens mij breekt er binnenkort muiterij uit.

Het jongste buurjochie wil nog voordat de zaak sluit een speelafspraak voor hun puppy en onze hond maken. “Dan kom ikzelf ook mee!”, schreeuwt hij, terwijl hij op zijn fluit blaast. “We zullen het in de toekomst met vlagsignalen moeten doen”, marconist ik naar mijn vrouw. Het contact met de buurjongens verwatert snel met het opbouwen van de schutting. Dan stuurt Grutte Pier zijn kinderen opeens naar hun kooien. “Tot morgen!”, roepen de kadetten in koor.

De buurjongens zijn verbijsterd over de actie van hun ouders. Ze roepen: “Pap, het zijn wel onze buren hoor!” De jongste vult nog aan  “Kom snel kijken dan zien we de buurvrouw nog!” De jongens muiten een paar dagen. Ze proberen hun vader te jonassen of te kielhalen. Het liefst zouden ze hem haring-kaken.

Vader is na zijn dejeunertje weer snel op de oprit te vinden. “Ik vermoed dat de kinderen niet meer met hem willen praten. Ik snap werkelijk niet waarom je zo’n wangestalte op onze berg zet. Ik heb het water nog nooit zo hoog zien opstromen! Er dreigt mijns inzien eerder lawinegevaar”, zeg ik tegen mijn vrouw.

In het weekeind toont de buurman trots de schutting aan zijn oude moeder. Ik hoor haar zeggen. “Tjonge jongen, dat had je voor mij niet hoeven doen. Wat vinden je buren hiervan?” “Buren? Welke buren. Ik zie geen buren! Zie jij nog buren?, vraagt hij aan zijn vrouw. (Als ze op haar bezem vliegt dan wel waarschijnlijk.)

Sinds de komst van diverse nieuwe bewoners verdwijnt het open karakter van onze paradijselijke woonomgeving. Alle bewoners implanteren hun ideeën uit de Vinex-wijk, waar ze uit gevlucht zijn. Alles moet worden op-ge-hokt, afgezaagd en dichtgespijkerd omwille van hun privacy. Een na-ijl effect??

Grutte Pier past zijn richtlijn met betrekking tot de hoogte van de grensafscheiding aan. Die hem beter ligt. Hij is in de veronderstelling dat ik hem die vergunning wel zal verlenen. Wel met de nadruk op het ver ‘gunnen’. Leven en laten leven is zijn credo. Het wordt een hoerige buurt hier op de berg.

Als wij van de eerste schrik zijn bekomen, zeg ik tegen mijn vrouw: “Wij worden ingepolderd. Deze zoetwatermatroos koloniseert de paradijselijke omgeving op een vreselijke manier. De adem (zicht, licht en lucht) wordt me letterlijk ontnomen!

Anno 2020 betekent polderen zoiets als overleggen, afstemmen, consensus en samen werken en niet droogleggen!

Ik geeft ‘Pier’ een schot voor de boeg. Ik meld hem dat hij zijn koers moet wijzigen. IJzeren Heinig gaat hij door. De ‘schutsluis tikt de 2,43 meter aan’. Ik lig inmiddels op ramkoers en bereid een entering voor.

Grutte Pier heeft het doorzettingsvermogen van een professioneel sporter. Hij denkt dat hij de veilige haven inmiddels inzicht heeft. De van oudsher prof volleyballer, volhardt met een zekere koppigheid zijn missie. Nog 1 klap en hij waant zich heer en meester in ons gebied. Ik zie vaak dat zulk soort sportlieden de ‘scheids’ het liefst zijn ‘fluit’ uit de mond slaan. Maar dit grensoverschrijdend gedrag brengt het gelijk nog niet aan hun zijde.

Veel sportlieden spelen het spel met in het achterhoofd de spelregels als begrenzing zowel zichtbaar als onzichtbaar.

Voor de ‘niet’ geritualiseerde agressie gelden voor mijn buurman toch ook ‘spel’regels? Je kan toch niet zonder omgevingsvergunning en met bezwaar van je buurman de lat op 2,43 meter leggen. Dan weet zelfs een koe dat dit stront geeft.

Anders gezegd, hij gaat toch ook niet het volleybalnet van 2,43 meter verlagen naar 2,00 meter omdat dit hem tijdens het toernooi beter uitkomt? Mijnheer de Volleyballer! Snuit je neus in je eigen gordijnen zou ik zeggen. Ook in een woon ‘paradijs’ zijn er ‘spel’regels. Game-Set-Match? Fair Play!

Het kwartje valt bij mijn buurman. Hij heeft buiten de waard gerekend. Het valt ook niet mee om op een volwassen wijze met elkaar om te gaan. In deze B.S.O. kan de overheid ook niet overal tegelijk zijn. Plotseling verschijnt zijn vrouw op het toneel. Dit (F)vee(tje) blijkt de kapitein van zijn huwelijk te zijn. Zij zal tot het laatst het slagzij makende schip blijven verdedigen.

Zij probeert op allerlei manieren haar zin door te drijven, maar raakt steeds dieper in haar eigen netten verstrikt. Zoveel sp(r)ot op een vierkante centimeter heb ik nog nooit gezien. Ook zij haalt bakzeil bij mij. Ze verlaat het zinkende schip om  te gaan herkauwen denk ik. Ze doet nog een poging om mijn vrouw te kielhalen. Haar poging om zichzelf te reanimeren strandt op het leugen bankje.

De uitzichtloze situatie is inmiddels in der minne geschikt. De hoogte van de schutting is na overleg met de buurman verlaagd tot 1,50 meter. De schutsluis ziet er aan onze kant iets minder vijandig uit. Zeg maar vriend(l)elijker. “Laat dat ‘vriend’ maar achterwege”, zeg ik tegen mijn vrouw. Wij hebben de hele schutsluis exercitie als een gotspe ervaren.

Er schiet me een opmerking van de rijdende rechter te binnen. “Buren kies je nooit uit. Ze zullen der halve nooit je echte vrienden zijn. Als je dit toch denkt dan wens ik je veel succes!” Een teken aan de wand?

De week erna kom ik de buren al weer tegemoet als er een feestje wordt gevierd voor een van de buurjongens. Mijn actie, het uitlenen van het beamer scherm met accessoires werkt als brandzalf op hun schaafwonden. “Leer jij het dan nooit!”, waarschuwt mijn vrouw.

Dit gezegd hebbende krijg ik ‘s avonds een flashback. Er dringt er zich een anekdote aan mij op. Jongstleden  november werd het buurjongetje voor het eerst 9 jaar oud. Hij kwam dit hoogst persoonlijk aan ons melden. Wij werden door hem van harte uitgenodigd om dit met hem te vieren. Zoals het al de laatste 7 jaren ging namen wij voor de beide buurjongens een cadeautje mee. De presentjes vielen altijd in goede aarde. Daarbij zitten wij gewoon tussen hun familieleden op zijn verjaardag gezellig te wezen. Het is wel duidelijk dat op onze komst niet op prijs wordt gesteld. De afgunst was mij nooit opgevallen. Stekeblind!

Een dag later komt het buurjongetje in opdracht van zijn moeder melden dat wij niet op zaterdag maar aanstaande maandag moeten komen! Twee dagen na zijn verjaarfeestje? We nemen het bericht in ontvangst en zullen ons op maandag melden.

Op de maandag is het buurjongetje niet thuis, hij is naar voetbal training. Zijn moeder heeft eigenlijk geen tijd voor ons. De taart was heel lekker maar is helaas al op. De lege doos op de prullenbak is er nog de stille getuige ervan. Als ik wil mag ik de koekkruimels van het aanrecht likken. Mijn vrouw krijgt een restant van een pak vruchtensap. Binnen 10 minuten zijn we na het achterlaten van de cadeautjes weer thuis. Ik zeg tegen mijn vrouw: “Proost! Mij zie je daar niet meer!”

Ik zie op een afstandje dat de buurvrouw haar bezem al bij de achterdeur heeft klaargezet om uit te vliegen. Het ultieme bewijs dat dit Vee(tje) toch een sprookjesfiguur blijkt te zijn!

Wij hebben inmiddels geleerd dat we al jaren ‘te’ ruimhartig zijn geweest. Er werd hier altijd dankbaar gebruik van gemaakt.

 

Hoe hebben we ons zo in onszelf kunnen vergissen!

 

 Einde—