Voorafje

Leestijd: < 1 minuut

Een anekdote over mijn tandarts

 

 

Ik vrees met grote vrezen

 

Als ik boor dan wel met een grote boor.

 

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

 We mogen weer! Ik ben niet bang voor de Bullebak! Snel achter de prullenbak!

 

Ik treed de behandelkamer binnen.

“Hoe vind je mijn nieuwe behandelstoel?”, vraagt de tandarts.

“Is het een echte ‘Chesterfield?”, tandenstoker ik.

De tandarts maakt een uitnodigend gebaar met zijn ‘vleugel’.

Voordat hij verder gaat, overhandig ik hem een enveloppe met een drietal anekdotes. Dat doe ik iedere keer als ik hem bezoek.

Als ik vroeger op visite bij mijn tante (99) ging en ik met lege handen kwam dan duurde het een eeuwigheid voordat er koffie gezet werd. Laat staan dat ze er een koekje bij serveerde. Daar heb ik bij mijn tandarts geen last van. Hooguit van mijn tanden.

Ik moet snel handelen, want mijn tandarts is net een kolibrie, Hij werkt doorgaans in drie kamers tegelijk. Hij wentelwiekt boven me. Hij prikt met zijn ‘snavel’ in mijn kelk om de boel te inspecteren.

Soms moet er weer wat aan die broodmolen van mij gerepareerd worden.

Hij overlegt in een soort van geheimtaal met zijn assistente. Soms volgt er vrijspraak. Andermaal wordt de ‘zitting’ verdaagd en moet je terugkomen.

Ieder jaar deelt hij mij weer mee dat hij op vakantie gaat. Maar dit jaar slaat hij over. Ik zeg dat ik dat ook wel zou willen. Maar dat geldt niet voor het tandartsbezoek! Het is een zeldzame vogel die tandarts van mij. Als ik geen ma(z)zel(en) heb, zie ik hem 2x per jaar.

 

Einde—