Op de koffie komen

Leestijd: 4 minuten

Een anekdote over de ruggengraat

 

Het leven zou draaglijk zijn als zijn vermaken er niet waren

 

 Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

De dertig plussers +

Als ik mijn buren ontmoet dan til ik altijd mijn hoed op ten teken van respect. Ik scheel bijna 2 generaties met deze jonge mensen.

Zij zijn inmiddels de ‘backbone’ van onze maatschappij. Maar erg gelouterd zijn ze nog niet.

De pandemie lijdt tot ongekende maatregelen. Zij raakt deze jonge medemens diep in hun hart. Ze hebben veel te verwerken.

Ineens zijn ze verstoken van hun oppas, hun poetshulp, BSO,… e.d. Nu moeten ze ineens hun kinderen zelf uit bed halen, verzorgen, opvoeden, wat nog nooit tot hun taak heeft gehoord. Dat hebben ze niet bij hun seksuele voorlichting meegekregen.

Ze werden vroeger toch opgevoed door hun oppas? Daar heb je toch geen ouders voor?! Hun ouders waren altijd druk. Na het werk wachtte de ouders toch eerst dat ‘welverdiende’ glaasje spiritualia. Thuis of in het café. Zij hadden wel meer aan hun hoofd dan kinderen alleen. Voor ze naar huis gingen moest eerst de stress van die dag verwerkt worden.

Als ze dan thuis kwamen, lagen de kinderen al op bed. De ouders waren druk, altijd druk. Voornamelijk met zichzelf. “Het was zoals het was”. Volgens mij deden ze zelfs ‘dat’ niet. De oppas deed alle boodschappen, licht huishoudelijk werk; strijken, herstelwerkjes. Ze hielp ook ongevraagd mee bij het huiswerk van de kinderen.

De jonge ouders van nu vinden het moeilijk om aan de bak te moeten nu hun eigen ‘huishouding’ door de pandemie in het gedrang komt. Ik zeg tegen de buurman: “Het is zoals het is”. Wat best flauw is. Dit goudhaantje wordt door de overheid gevraagd om al hun ‘hulpen’ door te betalen. Maar of ze dat doen? Het ‘gezinshoofd’ woont tenslotte helemaal in Den Haag.  Er wordt direct in de richting van de regering gekeken. Zij gaat over de hoogte van het ‘zak- (met) geld’.

Als de regering het inkomen van de goudhaantjes aanvult dan moeten die goudhaantjes ‘de hulp’ doorbetalen. Een veilige haven is er voor ‘de hulp’ niet, nooit geweest ook. Zij doen al het ‘smerige’ werk en dreigen tussen wal en schip te vallen. Mocht je er over één beschikken dan hoop ik dat je je sociale hart volgt. De hulpen zijn de ‘smeerolie’ van onze ‘geoliede’ maatschappij! In onze maatschappij wemelt het van de Kweetniet’s’. (Personage uit de jeugd van de dertig plussers +) Ik houd mijn hart vast. Nederland begint steeds meer te lijken op een losgeslagen bootje met alleen helpers aan dek.

Ik luister geïnteresseerd als mijn buurman vertelt dat hij ‘belast’ is met het doen van de weekboodschappen. ‘De hulp’ is even buiten beeld vanwege de Corona. “Het is zoals het is”, zeg ik zalvend. De buurman heeft zijn ‘boodschappenbriefje’ keurig op zijn PC ingeklopt. De boodschappen worden vlot door hem gedaan. Geheel volgens advies van de MP. De week erop vraagt zijn vrouw of hij weer de boodschappen wil ‘regelen’? “No problemo. Kein probleem. Geen punt bij dit karwei!”

Hij heeft het document ‘boodschappenbriefje’ keurig op zijn PC bewaard.

Leve de vooruitgang! “Ctrl P”. Hij hangt tevreden achterover in zijn bureaustoel. De eerste bezuinigingsmaatregel lonkt aan de horizon. “Een kind kan de was doen”, denkt hij. ‘De hulp’ die voor hen de boodschappen doet kan binnenkort zonder exit-regeling geskipt worden. Hij bekijkt het document. Keurig briefje. En geen spatje olie erop. (Maar daar zit nou juist de kneep.)

Na drie weken komt zijn vrouw erachter dat ze inmiddels 15 pakken toiletpapier, 48 flacons handzeep, 128 pakjes paneermeel, 60 pakjes aardappelpuree en 30 diepgevroren kippen op voorraad hebben. De master bed-room doet tijdelijk dienst als voorraadschuur. Er is geen boter meer. Wel wat ‘schuif’-kaas en 3 eieren. De koffie is tot onder het bestelminimum geslonken.

Help de koffie is op!! Dat van die koffie is toch wel een dingetje voor hem. Als ‘Leentje buuf’ verstrek ik hem 2 pakken koffie royaal. Dit werkt als een soort dialyse voor hem. Hij vertelt me dat hij het werk op de koffiebranderij toch nog het meeste mist.

Ik zeg dat ik me dat over die koffie heel goed kan voorstellen. De hele dag thee drinken daar krijg je alleen maar pijn in je buik van. Dat kan hij ook wel begrijpen.

Ik vertel hem dat ik hem ’s morgens altijd in zijn auto zie stappen. “Zit jouw telefoon vast in jouw auto?”, vraag ik. “Hoezo?’, zegt hij. “Omdat je voor je instapt, altijd je koffiebeker op het dak van je auto parkeert. Om vervolgens je telefoon op te nemen. Daarna stap je in. Je rommelt wat in de auto en rijdt met de koffiebeker op je dak de straat uit. Het is een komisch gezicht.

Dat met die koffiebeker gebeurt niet één keer maar soms tot wel 3x per week. Ik snap wel dat de koffie op het werk goed smaakt. Die koffie van je dak is natuurlijk allang afgekoeld. Nu is het mysterie van de lege koffiebekers elders in de wijk ook opgelost. Als je nou eens een hele grote beker met DE op je dak monteert dan krijg je van je baas je koffie  misschien wel voor noppes.”

In al zijn ledigheid klaagt mijn buurman verder.  Hij mist zijn vakantie tripjes heel erg. Ik vraag hem waar de vakantie in ‘Hotel Europa’ naar toe zou zijn gegaan. Hij wil graag naar Barcelona. “Waarom Barḉa?”, stoptrein ik. “Om daar te komen kost maar 35 euro per persoon”, kaartverkoopt hij. “Dood of levend?”, beadem ik. “Wat heb je daar te bel-even?(t)”. “Ze schenken daar heerlijke, hete ‘Boffie’ op het terras”, zegt deze Iglesias. Een bittere noodzakelijkheid voor hem.

De buurman heeft last van koffie afkickverschijnselen”, zeg ik tegen mijn vrouw. “Hij bazelt. Iets over Spaanse Boffie en zo.” Te lang in de zon gezeten, denk ik. Het lijkt erop of hij binnenkort overspannen wordt van verveling. Hij is de hele dag op zoek naar koffie prikkels.

Dat hij moeite heeft met zijn concentratie verbaast mij niet.”, zeg ik.

“Als je zelf nooit koffie hoeft te zetten”, pruttelt mijn vrouw.

“We moeten een beetje op hem letten dat hij niet te ver van de kudde afdwaalt”, zeg ik. “Wat bazel jij nou”, filtert mijn vrouw. Mijn moeder zei altijd: “Steek je paraplu niet op voor het begint te regenen!” “Ik wil niet voorop lopen in de tweede ronde! ‘De tweede ronde’ van het Corona virus. Daar heeft mevrouw Stemband, die viroloog van het RIVM, wel een punt. Als Kweetniet, die dertigplusser, verslapt dan zijn we zo weer bij af.

We moeten volhouden!

…Sterk bakkie trouwens, schat …”

Einde—