Patatje oorlog

Leestijd: 3 minuten

Een anekdote over goed eten

 

 De steel van de bijl

keert zich vaak tegen het bos

waar hij vandaan komt

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

 

A la carte

Moeder (90) staat al dagen door het raam te staren. Het regent. Ze tikt op het raam. “Moeten we haar nog steeds buiten laten staan?”, jagermeistert het koudste familielid. “ Moeder moet iedere dag goed eten”, menu kaart haar zoon Hendrikus. Deze interim manager met zijn dikke tong begint ‘altijd’ over goed eten als moeder toevallig een patatje met Rocky zit te eten.

Het geweten knaagt. Hoe vaak heeft deze kwal moeder de afgelopen 2 jaar uitgenodigd om met hem ‘goed’ te eten? Nog voor dat deze ‘traiteur’ kan antwoorden, friet bakt Rocky: “Nog nooit!” Moeders zoon Hendrikus passeert 1x per jaar. Ook als het niet nodig is, kan ook telefonisch. Het moet niet gekker worden.

Het jongste leb’lam van moeder vindt dat Rocky zijn levensruimte ontneemt door zo overbezorgd te zijn. Dit lammetje is erg gesteld op zijn eigen vrijheid. “Moeder kan het best voor zichzelf zorgen door hem er niet bij betrekken”, blaat hij.

Rocky staat moeder bij omdat ze toch wel oud begint te worden. Na haar herseninfarct gaat het allemaal niet meer zo vanzelf. Ze moet steeds soebatten om een beetje aandacht. Er sijpelt af en toe een wens door. Zoals? Moeder heeft haar gevoelens getoond. Ze heeft behoefte aan contact met haar kleinkinderen. Volgens Rocky gaat het om moeder en niet om hem. De dames en heren van deze familie vinden de overbezorgdheid van Rocky allemaal maar ‘leuterkoek’.

Zo zijn onze manieren, manieren…

 De vlam slaat in de pan. Opeens staat Hendrikus de interim manager met zijn gemankeerde been Rocky in zijn rug te trappen. Deze minkukkel zegt dat hij aan niemand verantwoording schuldig is. “Wat denk Rocky wel dat hij is, afgekeurd postpaard!” Hij probeert het hoofd van Rocky te decapiteren. “Wat denk je nou zelf, dwaalgast!”, trapt Rocky terug. Onderhuids marineert het verder.

Als je graag een brug wilt zijn tussen mensen, dan moet je eraan wennen dat er over je heen wordt gelopen”, dirigeert mijn vrouw.

Zo zijn onze manieren, zo zijn onze manieren…

Rocky organiseert in gedachten een etentje, ergens in een lege kippenschuur, voor de broers, hun vrouwen en kinderen. Een week voor het paasweekeind bestelt Rocky bij de slager een gourmet schotel van het fijnste vlees voor 28 personen. De slager bekijkt het bestelformulier en vraagt wanneer hij het wil hebben. “Voor de kerst graag”, zegt Rocky. “Jullie zijn mensen met smaak!”, beent de slager. De slager geeft hem een grote grijns terug voor deze opdracht. “Overmorgen staat alles klaar. Tot dan”, zegt hij. Rocky verlaat de slagerij.

Twee dagen later gaat Rocky de bestelling ophalen. Hij wordt door de vrouw van de slager al van een afstandje herkend. Ze loopt alvast naar de koeling achter in de zaak en komt terug met een heel mooi verzorgde vleesschotel. Ze zet de schaal op de toonbank en zegt: “Zo, U gaat groots gourmetten met de Pasen!” Waarop Rocky zegt: “Nee hoor, we eten gewoon pannenkoeken. Die schotel flikker ik weg!” Ze schiet in de lach en zegt: “Komt de familie nu alweer eten?”, prikt ze. “Ja, alweer”, zegt Rocky.

Plakkie worst dan maar?”, troost ze. Rocky neemt zijn verlies en betaalt het gelag. “Nou fijne Paasdagen dan maar”, zalft de vrouw van de slager.

In gedachten ziet Rocky zijn moeder haar handen in de lucht zwaaien. Zij is degene die dat plakje worst had moeten ontvangen.

Dan verschijnt opeens de dochter van Rocky in de deuropening. De ‘droom’ schrijver wordt wakker. Dochterlief luistert naar het verhaal van Rocky. “Valt er verder nog wat te liegen?”, onderwijst ze. Ze loopt naar de hoek van de kamer en pakt een gitaar. Als troost zingt ze een liedje.

‘Het zijn de kleine dingen die het doen’

De Mechelaar geeft aan ook haar ding te willen doen. Nu is het haar beurt.

Ik ga voor een flinke wandeling in het Kaapse Bos.

 Einde—