Somebody’s hand

Leestijd: 2 minuten

Deel II van het Kerstverhaal

 

Niemand twijfelt aan zijn dood, behalve de stervende

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

 Eerste hulp

Bij de woning van moeder aangekomen lukt het me bijna niet om binnen te komen. Het zware, dichtgeschoven gordijn achter de voordeur verspert met heel zijn gewicht de toegang tot de woning. Ik moet aan vriend Bob denken ambulance broeder van beroep “Alleen kalmte kan ons redden”, hoor ik hem roepen. Het lukt ons om binnen te komen. Met mijn vrouw in mijn kielzog betreed ik de woning van moeder.

Bij de trap naar boven stuiten we op een onwillige traplift apparaat. Ook deze hindernis neem ik foutloos. Zonder verdere strafseconden op te lopen, beland ik in de slaapkamer van moeder. Ze spreekt me met een halfzijdig verlamd gezicht aan. Ze is al een uur bezig om hulp in te roepen. Ze klaagt over haar linkerarm die ze niet kan gebruiken. Ook haar benen kan ze niet aansturen en voelen loodzwaar aan. Ik denk onmiddellijk aan een infarct of bloeding. Hier helpen de glaasjes water, die wij vroeger altijd kregen als wij ziekjes waren, niet meer bij. Overkomst van een dokter is daarom dringend gewenst.

Nog geen drie minuten later hoor ik beneden de deurbel gaan. Mijn vrouw ontvangt een dokter. Ze stuurt ‘haar’ door naar boven. De Dokter is een slagvaardig type. Ze bevalt me op toverslag. Ik zie aan moeder dat er een last van haar schouder afvalt. Moeder wordt aan een eerste onderzoek onderworpen. Ik laat moeder met haar huisdokter alleen.

Dochterlief is inmiddels ook gearriveerd. Ze vertelt me dat ze de dokter via het noodnummer heeft opgetrommeld. Ter verduidelijking: Mijn vrouw had al ruggespraak gehad met dochterlief over mijn poging om een dokter te alarmeren. Mijn dochter is een vasthoudend type. Dat zijn mijn meissies.

De dokter is een kwartier druk doende met moeder. Ze roept ons naar boven om te overleggen. Ze belt met de neuroloog van een groot ziekenhuis. Er volgen vier uitgebreide onderzoeken op de polikliniek van neurologie. Moeder wordt diezelfde ochtend nog binnenste buiten gekeerd. Moeder laat zich gewillig  rondrijden in een rolstoel. Ze vind het allemaal heel interessant. Ze is er niet vervelend onder en ondergaat alles alsof het een bezoekje aan de dierentuin betreft. Een ijsje blijft achterwege. Een halve dag later verlaat ze, voorzien van medicijnen, het ziekenhuis.

De week hierna is moeder weer zodanig opgeknapt dat ze gewoon weer mee wilt met de geplande uitjes van de Ouderenbond: Een optreden  van de havenzangers in het cultuurhuis. De week erna zit ze op de eerste rij in het theater de Flint te Amersfoort te genieten van een musical van Annie M.G. Schmidt. “Het moet niet gekker worden”, zeg ik.

 

Wordt vervolgd