Kappen nou!

Een anekdote over frezen

 

Werken is een vorm van zenuwachtigheid

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

De Boomstobbe

De telefoon gaat. Het is 7 uur in de ochtend. “Junnesma boomverzorging hier”, schalt het door de meeluisterspeaker. Er is een klus uitgevallen. “Wat? Is hij uit een boom bij zijn zus gevallen?!”, zaag ik. “Nee hoor!”, roept mijn vrouw. Mijn duivelse onderbewustzijn speelt weer eens op. “Mogen we over een uurtje langskomen?”, kraakt het door de speaker, met een licht Fries accent. Mijn vrouw spreekt met deze R.Kwibus af. “Het schikt prima hoor!”, slijmt ze. Ze krijgt haar zin. Altijd.

Ze heeft ook nog wat extra werkzaamheden aan de tuinman opgedragen. De Japanse kers op de oprit moet ook nodig gesnoeid worden. Mijn vrouw vraagt of er nog iets van te maken is. “Ja hoor”, roept hij opgetogen, “BRANDHOUT!”

Als klimaatdrammer verbijt ik me in mijn kussen alvorens ik de echtelijke sponde verlaat om te gaan douchen. Volgens de nieuwste richtlijnen krijg ik daar twee minuten de tijd voor. In mijn diensttijd maakte ik alleen mijn wenkbrauwen nat. Ik had dan nog tijd over om een sigaretje te roken. Maar ook dat doen ‘we’ niet meer. Ik druk de stopwatch van mijn duikhorloge in.

Op het moment dat ik de kraan opendraai en de eerste druppels op mijn zwemmersbrilletje vallen, zwaait de badkamerdeur open. Mijn vrouw roept “Ze zijn er al!” Ik weet dat ik ’s morgens op gang moet komen, maar dat ik over die drie meter, die de afstand beslaat van de slaapkamer naar mijn douche, een uur onderweg ben geweest, geloof ik niet. “Dat is snel!”, roep ik uit. Ik schut die paar koudwater druppels als een zeerob uit mijn pels.

Ik zie een soort maanlandingsvoertuig boven de oprit hangen. Dit uit de kluiten gewassen rupsvoertuig wordt door de tuinman op een afstandje radiografisch neergezet en landt precies onder het badkamerraam. Bij iedere boomstomp slaat die Kwibus hijgerig aan. “Is het deze?”, smeekt hij. “Nee, helemaal achterin de tuin”, commandeert mijn vrouw. De boomstobbe van de gekapte notenboom staat nog met zijn poten in de grond. Ik heb mijn vrouw op die plek en houten vlonderterras beloofd. Gewoon om laten lullen dus. Maar daar heb ik nu niets meer aan. Ik draag mijn verlies met gepaste trots en ga er gewoon onder gebukt.

Ik voel dezelfde sensatie die ik als kind kreeg bij het aanschouwen van dergelijk apparatuur bij de avonturen van de Thunderbirds (1969). Straks komt ‘Virgel’ met de ‘Mol’ nog fantaseer ik verder. Het buurjongetje dat buiten op zijn moeder staat te wachten kan zich niet losrukken van het tafereel dat in onze tuin plaatsvindt. Hij baalt als een stekker als zijn moeder hem sommeert mee te gaan naar de voorschoolse opvang. Ik begroet hem uit de verte en steek mijn duim omhoog. De tuinman vat mijn teken als een zaag commando op. De sering verdwijnt in een split second van de aardbol. Godverdergodv…  Ook bedankt! Twintig jaar tuinen in nog geen 16 uur naar de kloten.

15 meter verderop zijn we eindelijk op de plaats van bestemming.

Met een donderend geraas wordt de stomp tot 80 cm diep uit de grond gefreesd. De tuin geeft de aanblik van een slagveld uit de eerste wereldoorlog. Ik weet niet wie de boef in deze aflevering is. Ik zal het die ‘Parker’ nog eens vragen. Zou die marionet nog bestaan? Enfin…

De bomen in onze tuin bedreigde bij iedere najaarsstorm de echtelijke woning en die van de buurtjes. Mijn buurman keek reikhalzend uit naar dit rampscenario. Voor hem was dit de enige manier om aan een bewoonbare veste te komen. De weergodin die naast hem woont is hem niet gunstig gezind.

Ik was altijd in de veronderstelling dat een vrouw blij werd van een flesje parfum of een dinertje voor twee. Maar nee. Ik heb weer eens een vrouw die blij is met van het kappen en snoeien van een handvol bomen. Zegge —acht—stuks!

Bijna alle bomen waren 18 meter hoog en 1,50 Mt in omvang. Na aanvraag van een kapvergunning en opgaaf van redenen voor de kap, verdwijnen al de tegenargumenten van deze klimaatdrammer in de versnipperaar. Alle bomen waren nog kerngezond. Na het omzagen van de bomen blijken de meeste bomen van binnen hol te zijn. Levensgevaarlijk volgens Kwibus de tuinman. “Jammer”, zei de buurman. “Dan moeten we maar in het bos gaan boom knuffelen”, zeg ik. “Ja gezellig ‘Heel Holland krabt’, stookt de buurman. “Alles gaat met (r)ups & downs vandaag de dag”, vlinder ik.

Ik had nog een paar dia’s gemaakt voordat de bomen gekapt werden met een bijpassend verhaaltje. Dan kunnen mijn achterkleinkinderen zien waar vroeger de zuurstof vandaan kwam, die ze dan door hun maskertjes naar binnen slurpen. Het leven wordt nooit meer hetzelfde”, frees ik.

De gemeente wil nu overal zonnepanelen gaan installeren. Ons huis ligt vol in de zon. “Nu gaan we zeker overal airco’s installeren”, gok ik. “Het heeft de schijn van Climate- control. Ja, op je iPhone. Duh uh”. Het kwik is inmiddels opgelopen tot 38 C graden in de schaduw. Eerst leefde ik in het bos maar dat is nu getransformeerd in een ‘hitte eiland’. Ik zeg tegen de buurman dat een boom net zoveel verkoeling geeft als tien airco’s. Hij houdt niet van ijsco’s. “Wel van bier, heel veel bier”, zegt hij. Ik ga mijn buurman helpen om zijn verdriet te koelen. Ik zeg dat ik ook heel erg ben geschrokken en ook wel een biertje lust. Het  blijft een feit dat er een huis door zijn neus is geboord en ook weer niet. Want de kans om het huis te doorboren is zo goed als verdwenen.

Als de boomstobbe eruit gefreesd is, bied ik de tuinman koffie aan. Ik prijs zijn bedrijf dat voor ons het werk heeft verricht. Ik zeg dat zij professioneel werk hebben geleverd. Uit pure enthousiasme heb ik voor mezelf ook een kettingzaag aangeschaft, mocht ik ineens koloniale gedachten krijgen en het grondgebied op het hitte eiland willen vergroten. De verkoper was echter bezorgd over mijn veiligheid en kundigheid. Hij heeft me hoofd-, gehoor- en gezichtsbescherming verkocht. Om het af te maken heb ik op zijn aanraden ook nog die Kevlar tuinbroek genomen. Kost wat, maar ik heb veel over voor ons milieu.

Nadat ik het zaakje had afgerekend overhandigde de verkoper mij een visitekaartje. “Weet je wat er op dat kaartje stond?”, vraag ik aan de tuinman. Vol verwachting kijkt de tuinman mij aan. “Junnesma Boomverzorging voor al uw boomwerkzaamheden”. Kwibus kijkt mij aan en zegt “Is dat echt waar??” Ik maak een V teken en zeg “Echt waar!”. Mijn vrouw die mij langer kent dan vandaag begint te lachen en zegt “Nog een bakkie doen, Junnesma?” “Slijmbal”, zeg ik tegen mijn vrouw.

Einde—