Burgerzaken

Een anekdote over legitimiteit

Autoritaire mensen verraden zich altijd door een gebrek aan humor

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Hebt U misschien een beter ID

 Sinds haar man overleden is, moet er het een en ander bij de notaris geregeld worden. Moeder heeft hiervoor een geldig persoonsbewijs nodig.

“Is er een opstand uitgebroken?” roept ze strijdvaardig. Ze klemt een aardappelschilmesje tussen haar tanden. “Ik loop ook al mee sinds mijn geboorte!” vlamt ze. “Dat is me niet ontgaan”, meier ik. “Hebben we al een avondklok?”, epibreert zij. Stapelgek word je van die vrouw. “Houdt het dan nooit op?”, mantelzorg ik.

Een oudere broer heeft mij aanbevolen om moeder bij dit gevecht tegen de ambtelijke molens bij te staan. Waarschijnlijk om de betreffende ambtenaar tegen te houden, mocht hij flink in haar richting willen uithalen. Dat snapt zelfs ik nog wel. Ik heb in het verleden nog overwogen om ambtenaar te worden. Maar ik weet het nu zeker. 1 moeder meer dan genoeg.

Moeder is met haar 87 jaar nog kras en super eigenwijs. Ze vindt een nieuw ID allemaal weggegooid geld. Ik heb al een identiteit. Al jaren! Toch zal ze gehoor moeten geven aan de oproep van het notariskantoor. Ik zeg tegen haar: “Als jij tegen de klerk van het notariskantoor vertelt hoe jij je koffie wilt hebben dan zal ik bevestigen dat ‘jij’ het bent!” “Dat kan helemaal niet”, pruttelt ze. Nu heb ik haar bij de taats. Snel handelen is dus geboden.

Om een ID aan te vragen moet ze ook twee recente pasfoto’s overleggen. “Niet die foto uit 1950, waar je boven op die vetbult zit in dierenpark Amersfoort. Waar je ‘O, zo leuk opstaat’! Als je niet uitkijkt dan plakken ze die kop van die dromedaris op jouw ID”. Een soort van ‘Spitting image’. De week erna laten we een foto van haar ‘portret’ maken. Op die afgesproken ochtend zit ze al klaar in haar nieuwe jurkje. Ze vraagt aan mij welke schoenen ze aan moet voor de foto. Ik zeg: “Gewoon een linker en een rechter schoen is het beste”. In de studio van de fotograaf wil mevrouw tijdens de opnames perse blijven staan. “Dat is vanwege haar nieuwe jurk”, zegt ze. De fotograaf vindt haar maar een lastig portret om mee te werken. Dat is alom bekend. 5 minuten later en 50 euro armer rijden we huiswaarts.

Thuis maak ik offline een afspraak bij het burgerloket, om een nieuwe ID kaart voor moeder aan te vragen. In de week hierna gaan we de foto’s van haar portret inleveren. Moeder wil ook haar vakantiefoto’s uit 1950 aan de ambtenaar laten zien. Haar oude persoonsbewijs wordt ingenomen. De foto op deze kaart was volledig onzichtbaar. “Ja, ik ben het toch echt”, verbindt moeder. Het document wordt ter plekke vernietigd. “Au!”, zeg ik als de shredder staat te schudden. “Daar gaat je vrijheid!” teletekst ik.

Mevrouw…wat is uw schofthoogte?” “Ik ben geen kameel hoor”, zegt moeder. “Oh nu zie ik het. Het is een dromedaris.” “Die met dat grote hoofd is moeder”, grap ik. De ambtenaar kan zijn vraag niet afmaken. “In inches of augustijnen”, teletypt moeder. “Ik stam nog uit het ‘Loden grafische’ tijdperk. Waar alles in het duo-decimale stelsel ofwel twaalftallig stelsel berekend werd. Die Engelsen waren bij de tijd, maar nu niet meer. ‘De TIJD’ waarin er nog echte kranten gemaakt werden. We worden allemaal ouder”, krakeelt ze opgewonden. Ze noemt haar lichaamslengte die bij haar hoorde toen ze nog 35 jaar jong was.  Ze wijst naar mij. “Toen was jij nog maar een paar turven hoog, pikkie noga”. Ze knipoogt naar mij. “Is dat inclusief of exclusief jouw neus?”, Pinokkio ik. Ze liegt zich 10 cm langer dan dat ze nu in werkelijkheid is.

De ambtenaar neemt de aanvraag met haar door. Ze hoeft alleen nog maar bij het kruisje tekenen. Hij vraagt of ze zijn pen wil vasthouden. “Digitaal zeker. “Neen”, zegt ze. Ana loog altijd!”, bitst moeder hem toe. Ze heeft zelf een pen meegebracht. Ze opent haar beugeltas, haalt er eerst een straatklinker uit en vervolgens een nieuwe ganzenveer. “Speciaal voor deze officiële gelegenheid gekocht”, kalligrafeert ze. Ze begint er, met haar tong uit haar mond, een puntje aan te snijden.

De musket die ze ter verdediging altijd in haar tas bij zich droeg, moest ze vorig jaar bij de politie inleveren. Sindsdien heeft ze een straatklinker bij zich. Als ze haar tas willen afnemen dan gooit ze deze inclusief die straatklinker bereidwillig op de poten van de belager. “Het is wel een heel gesjouw”, zegt ze. “Maar de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten”, Robin Hood ze.

Ze moet van de ambtenaar gewoon maar met haar vinger een krabbel op het digibord zetten. “Wat een gedoe allemaal”, zegt moeder.

“Wil je ook nog wat vingerafdrukken hebben Sherlock?”

“O, dat is waar. U kunt hier ook betalen met behulp van uw vingerafdruk”, kruideniert de ambtenaar.

Op het uitgeprinte aanvraag formulier staat een QR code waarmee moeder de leges direct kan afdragen. Als U dat wilt. “Maak dat de kat wijs”, bankiert moeder. Ze schrijft gewoon een ouderwets chequeje uit. Als het waardepapier gearresteerd is, zegt de ambtenaar: “U krijgt over 14 dagen bericht van ons”. “Moeten er eerst nog Kamervragen over gesteld worden?”, interpelleert moeder. “Vergeet uw vakantiefoto’s niet mee te nemen”, toetert de ambtenaar. “Die heb je nu toch wel gezien hoop ik”. Ik schop moeder tegen het scheenbeen. Ik trek moeder aan haar mouw. Zeg, Dolle Mina, jij hebt altijd nog een klep als een lamme knijptang”, kom mee!

We gaan weer naar huis. Ik ben doodmoe wegens dit bezoekje met moeder: “De volgende keer neem je zeker al die 8mm films mee? “Vader was er toch echt bij hoor”, edit ze. “Ja, alleen om te filmen”, zeg ik. Haar bomba(r)st-ische man, onze Vader, is gecremeerd. Dat heeft nog heel wat voeten in de aarde gehad. Maar het is gelukt! De urn waarin zijn as opgesloten zit, heeft de vorm van een landmijn. Deze heeft ze in de berm naast het raam laten begraven. Daar zat hij het liefst naast zijn oranje radio. Het is heel symbolisch allemaal. Hij wilde altijd graag in het verzet.

Enkele dagen later krijg ik per e-mail het bericht dat het persoonsbewijs voor moeder klaar ligt. Ik neem een thermoskan koffie mee voor het geval dat. Moeder heeft haar nieuwe jurk weer aangedaan. Met twee troeven achter de hand melden we ons weer bij het gemeenteloket voor burgerzaken.

Goedemorgen waarmee kan ik u helpen?”, vraag de ambtenaar. Er is geen moment van herkenning van de kant van de ambtenaar. “Wat kunt u allemaal?” vraagt moeder. “Wat wilt u”, kaatst de ambtenaar terug. “Ik heb nog meer te doen”. “Mijn persoonsbewijs graag”, zegt moeder. “Kunt u zich legitimeren?” vraagt de ambtenaar. “Die kom ik juist ophalen!?!” huilt moeder. “Heeft u een oud legitimatiebewijs?” gebiedt  de ambtenaar. “Nou nog mooier! Die hebben jullie zelf ingenomen en voor mijn eigen ogen door de shredder gegooid”,

Ik word gek”, protesteert moeder. Dit gaat wel even duren denk ik. Ik schenk haar en mezelf een bekertje koffie in. Ze kijkt mij aan en zegt: “Wat voor lijpe lui werken hier eigenlijk?” Ik pleegzorg: “Ik heb geen ID ee waar je het over hebt. Daarvoor moet je bij die ambtenaar zijn. Melk en suiker dan maar?”

In het geval dat er geen geldig ID legitimatie kan worden overlegd, zal ik een aantal controle vragen aan u moeten stellen”, zegt de ambtenaar. Het begint inmiddels de onaangename sfeer van ‘1 tegen 100’ te krijgen. Moeder zet haar pokerface op. “Ik wil geen Carolien T, ik wil Philip F!”, bluft moeder voluit. “Wie is Philip F.” informeert de ambtenaar. “Dat leg ik je een andere keer nog wel eens uit als het nieuwe seizoen is begonnen ‘van de slimste mens”, balk ik.

De ambtenaar stelt een aantal vragen ter controle. Eerste vraag: “Naam van uw vader”. “Die is allang dood”, zegt moeder. “In de naam van de vader! Opa!” echo ik.  Als je die goed beantwoordt, verdien je een hoop, verkwist ik.

Ze geeft de naam van Vader prijs na enig aandringen. Was het niet ”Onze?”, fluister ik in moeders oor. Die ‘grappenmaker’ van een ambtenaar fluit mij terug. “De naam van Grootmoeder, alstublieft!”, schoolmeestert de ambtenaar. Moeder slaat met haar vlakke hand op de balie alsof er een denkbeeldige rode knop zit en roept opgewonden: “Maria!”  “Niet zijn moeder, maar zijn vrouw! Onze oma”, zeg ik. Ook die naam wordt opgehoest.

Ze hebben al generaties dezelfde voornaam. Dat doet er ook niet toe. Ze staart in haar portemonnee en pakt haar bibliotheekpas eruit en zegt: “Hier staat ook mijn naam en geboortedatum op!” Moeder komt er een beetje in en raakt op dreef. Ze maakt zich op voor de eindsprint. “Straks willen ze nog weten hoe hij zijn koffie dronk.”, puzzel ik. “Ja verkeerd”, percolatort moeder.

Ben ik geslaagd? Ze heeft roze wangetjes van alle arousal.

“Dat was het”,  zegt de ambtenaar.

“En heb ik gewonnen? Heb ik weer een nieuwe identiteit?”, paspoort moeder.

De ambtenaar heeft genoeg algoritmes te pakken om haar identiteit in het persoonsregister te kunnen verifiëren. Alles klopt weer mevrouw. Gefeliciteerd!

Hij reikt haar het nieuwe ID uit. Moeder bestudeert de foto en zegt: “Wat heb jij met mijn jurk gedaan!?” Ik kiep het laatste restje koffie over haar nieuwe jurk en zeg: “O, jee die moet naar de stomerij!” “Jan jurk”, foetert zij. Typisch moeder.

Altijd vriendelijk. Ik breng haar gauw weer naar huis.

Einde—