Op het verkeerde spoor

Een anekdote over een twist

 ‘Niet alles is

 wat het lijkt’

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

 

Den Haag mooie stad achter de duinen

Het is stormachtig najaarsweer. Het is weer enige tijd geleden dat ik bij tante Cor in ‘Veur’ ben geweest. Hagenezen weten dat ik ‘Voorburg’ bedoel.

Ik ga op de fiets dwars door de Haarlemmerliede naar het station. Ik stal mijn fiets in de fietsenstalling waar het altijd zo lekker muf en naar Solutie bandenplaklijm ruikt. Als ik op het 1e perron aanland, vraag ik aan de koffiejongen op welk perron ik moet zijn voor de trein naar ‘s Graven Hage. Deze van oorsprong Turkse toebroekschenker loenst mij een beetje scheel aan. Hij wisselt zijn blik af tussen de koffiebekers en mij.  “Kijk, de rails ligt er al. De trein zal zo wel komen!”, antwoordt hij. Zelf lurkt hij aan een platvinkje waarop staat ‘Van der Steen Whisky Sinds 1924’. Wie is Van der Steen? Ik vergeet het maar.

Hij is druk bezig koffie uit te schenken. Zijn hoofd draait tegengesteld ten opzichte van de schenkrichting. Hij laat zijn schele oog het werk doen. Het is een komisch gezicht. Koffie mijnheer? Ze is nog goed heet! Met zijn brede glimlach beveelt hij het warm aan. Als de trein arriveert, zal hij al rennend met zijn koffiekan op een dienblad, als een echte acrobaat, het extract langs de trein proberen te verkopen. De Koffie is donker en ruikt sterk en kan wat mij betreft niet heet genoeg zijn. Bent u een gebruiker? Ja, zeker. Met melk en suiker! Voor de kiosk is het vergeven van de lege koffiebekers die de wachtende reizigers tussen de rails hebben geknikkerd.

Er komt een trein over de spoorstaven met snerpende ijzeren wielen binnenlopen. Zodra hij tot stilstand is komt, ga ik op een drafje op de machinist af. Ik vraag waar de reis naar toe gaat. “Als maar rechtdoor!”, zegt hij. “Gaat u naar Den Haag?”, kaartverkoop ik. Hij bestudeert zijn dienstregeling. “Ik zie Jantje pas over twee weken weer”, simt hij. De meester bukt zich voorover in zijn cabine. Hij strekt even later zijn arm uit door het zijraam van de locomotief met in zijn hand een mandje. Wil je deze pruimen aan Jantje geven als je hem tegenkomt? In zijn emotie drukt hij op de luchthoorn en perst gelijktijdig de remmen vol met lucht. Hij zet de dodemansknop in de neutraalstand. Het produceert een hard sissend geluid. Alsof je de locomotief op de handrem zet. Ik zie dat hij een traan wegpinkt. “Doe Jantje maar de groeten van Opa de Graaf”, zegt hij. Hij wimpelt hierbij met zijn zakdoek heen en weer als aankondiging voor zijn vertrek. “Dat zal ik doen!”,  beloof ik. De machinist stapt uit zijn cabine en verdwijnt voor enkele ogenblikken in de koffiehoek op het perron. Ik weet nog steeds niet van welk perron de trein naar Den Haag zal vertrekken.

Ik bedenk me dat ik nog geen cadeautje voor tante Cor heb gekocht. Als ik met lege handen kom zal zij niets bij de thee serveren. Ik koop bij het bloemenstalletje in de stationshal een bosje gele Fresia’s. Deze geuren heerlijk. Bij het snoepwinkeltje koop ik een doosje Droste kattentongen en voor mezelf een rolletje FAAM drop. Dat rolletje drop heb ik al soldaat voordat ik in Den Haag arriveer.

Op eens hoor ik een hard gong-signaal gevolgd door een reizigers mededeling. De omroepster van het station konterfeit: “De vertraagde trein van 10.45 uur richting Den Haag komt over enige ogenblikken binnen op spoor 7a.” Vervolgens wordt de mededeling herhaald in Frans, Duits, Engels en Chinees.

Ik spoed me naar perron 7a. De conducteur probeert me nog te beletten op de al vertrekkende trein te springen. Na een korte worsteling sta ik met mijn fresia’s maar zonder de Droste kattentongen op het balkon. De conducteur herkent me nog van de reis naar Den Helder en laat me verder met rust. Na een voorspoedige treinreis kom ik in Den Haag aan. Het laatste stukje leg ik te voet af.

Als ik de straat rechtsaf wil inslaan ben ik getuige van een verkeersongeval. Ik zie dat een motorrijder vanachter wordt aangereden door een vrachtlorrie. De motorrijder wordt met een enorme salto gelanceerd. Ik schiet te hulp. Krijg nou wat. Het is mijn eigenste dochter, die hier is aangereden.

De bestuurder van de vrachtwagen blijft in zijn cabine en zit zich wat moed in te drinken. Als ik hem aanspreek moet ik me eerst door een kegel van alcohol heen bijten. Da’s hele slechte whisky duid ik. Mijn dochter is opgekrabbeld maar heeft overal last van. Politie is snel ter plaatse.

De bestuurder is sterk onder invloed. Hij is onderweg naar een adres om te gaan ramenlappen. Maar wel prettig ramenlappen. Hij had onderweg hooguit hier en daar wat geproefd. Een rijbewijs heeft hij niet, nooit gehaald trouwens, wel zijn verkeersdiploma. Hij liet trots een verfrommeld A4tje zien. In 1 keer!

Een motoragent herkent de vrachtwagen. Deze wagen is een aantal jaar geleden op onverklaarbare wijze uit het depot van de politie verdwenen. Sjonnie, de bestuurder, moet volgens mij maar verder lopend door het leven gaan. En betere whisky drinken. Maar eerst mag hij mee naar het bureau voor een bloedonderzoek.

Een politieman inspecteert de lading van de wagen. De vrachtwagen is gevuld met flessen ‘Van der Steen whisky sinds 1924’ De thermoskan is ook gevuld met iets wat de politieman als verf afbijt betitelt. Ik vermoed dat het ‘Van der Steen afbijt’ is.

Een knappe, vriendelijke agente nodigde mij uit om op het bureau een verklaring af te leggen. De Fresia’s liet ik daarna achter op het bureau. De agente en ik wisselden onze privé telefoonnummers uit voor het geval we iets vergeten waren om tegen elkaar te zeggen. Ik heb nog een jaar met haar over een hobby gecorrespondeerd. Zij hield van uitvogelen op zijn Frans en soms had ze het over een ‘canard’. Wat ik maar niet snapte. Ik houd meer van gewone Hollandse kanaries. Jammer dat de wereldtaal Esperanto nooit van de grond is gekomen. Helaas zijn er geen kleine agentjes uit de relatie met de agente ontstaan, zelfs geen geheimagentjes. Die hadden ons dan kunnen verbinden.

Later hoorde ik dat de bestuurder een bekende van de politie was. Een soort van informant. Mijnheer de commissaris hield hem altijd de hand boven het hoofd. Hij was zelf een whisky liefhebber. Het illegale stoken heeft de bestuurder opgegeven. Hij handelt nu in party snoepgoed. Ook een heel lucratieve business.

Tante Cor (Ceur) uit Veur vond het maar een ‘fantast’ isch verhaal.

En dat is het ook!

De verzekeringsmaatschappij frustreerde de schadeafhandeling op een heel vervelende manier. Toen ze er lucht van kregen dat ik een artikel aan het schrijven was, werd de schade vergoed. Zelfs de immateriële schade werd vergoed. Nu rijdt mijn dochter weer met plezier op haar nieuwe motor rond. Het artikel over deze verzekeringsmaatschappij heb ik veilig opgeborgen in het grijze archief. Je kan nooit weten ‘Wat er ooit gebeurt’…

Einde—

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.