Levensliedje

Een anekdote over tegenstroom

 

Van alle geluiden

vind ik muziek

de minst onaangename

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

De stormram

Het speelt zich af in het voorjaar van een schoolvakantie in 1976.

Na een hartverscheurende oproep van mijn stiefvader onder aan de trap, gevolgd door het afsluiten van het elektra, blijft Paul McCartney met zijn up-tempo liedje ‘Back to the USSR’ steken in een ‘Russische groove’ op mijn vinylplaat.

Deze LP van de ‘Fab Four’ was via de illegaliteit in mijn bezit gekomen. Ik had hem ontvreemd uit de kamer van mijn oudste broer, een etage lager. Ik regelde een vervanging voor de tijdelijke absentie van deze Band on the Run. De zaak zou door Hans Last en zijn orkest waargenomen worden. Op het platenlabel stond immers ‘Beatle Medley’ of was het ‘Madness?’

Hans Last alias ‘James Last’ kwam uit de collectie van mijn stiefvader. Het klonk allemaal als hoempa pa muziek. “Not my cup of tea”, zou Winston Churchill gezegd hebben over deze imitaties, uitgevoerd door een Duits show orkest.

Het was nog best een ingewikkelde operatie om de plaat ongezien te kunnen arresteren. Ik vroeg me af of mijn broer de wisseltruc zou hebben opgemerkt als hij zijn plaat afgeluisterd zou hebben. Hij was erg visueel ingesteld en keek volgens mij alleen maar naar ‘mooie’ meiden. Hierbij ging hij zéker niet op zijn gehoor af. Over smaak valt te twisten. Feit was dat ik ondertussen zonder ‘prik’ zat.

E-day. Met het afsluiten van de stroom viel er een enorme stilte op mijn kop. Een dergelijke stilte kende ik alleen als er een storm op komst was.

Ik schoot mijn zuidwester aan en zocht een veilig heenkomen in het vooronder van mijn ‘Yellow submarine’. (Inmiddels een collectors item van onschatbare waarde).

Met een enorme klap vloog mijn slaapkamerdeur open.

“Waar ben je!”, hoor ik mijn broer hijgen.

“Jij hebt mijn plaat vernield!”, topveertigt hij.

“Hoor jij muziek dan?”, S.O.S. ik van onder mijn bed.

“Waarom lig jij onder je bed?”, entert hij.

“Ik zoek de spanning in het leven.”, ob-la-di, ob-la-da ik.

“De stekker moet er hier ergens uitliggen.”, veronderstel ik.

“De kracht stroomde ineens uit mijn lijf en ook uit die van mijn platenspeler! Vandaar.” , breakdance ik.

“Lul niet”, zegt mijn gebroerte.

Ik probeer het een beetje te lijmen en bied mijn broer zijn eigenste LP van de Beatles aan. “Wees er voorzichtig mee. Je mag hem wel een tijdje houden. Ik vind het een goede plaat hoor”, feedback ik met een achtergrondakkoordje.

Mijn broer geeft me de LP van Hans Last retour. “Das ist toller musik”, merkelt hij. Ik zeg op een samenzwerende toon: ”Das ist nicht von Euch (beatles) doch von Hansepanse Kevertje en daar bedoel ik zeker geen ‘Beatle’ mee!” componeer ik. De oorzaak van ons probleem kwam van de begane grond. Ik wijs door het raam naar beneden, waar vader net de straat oversteekt.

Het schijnt dat hij alleen aan de knoppen mag draaien. Ik doel hiermee op onze stiefvader. Tevens gezagsdrager van onze meterkast. “Dus broer, als ik jou nu mag verzoeken mijn kamer te verlaten… Thanks et au revoir”, slagboom ik. Mijn broer druipt met zijn heroverde ‘eigendom’ af.

Enige tijd later ontdekte ik dat mijn stiefvader er een enorme platencollectie op na hield. Die moffen hebben ook alles. Na wat studie kon ik wel wat tussen die muziek vinden. Wat ik mooi vond en passend bij mijn stemming op dat moment:  Vivaldi ‘de vier jaargetijden’. Mooi hoor!

Mijn oudste broer vroeg zich af of ik door de ratten besnuffeld was. Maar liet verder niets merken. Er zat meer muziek in zijn blondines. Helga en Monica heten ze, als ik het me goed herinner.

Toen het ‘elektra wezen’ lucht kreeg van mijn klassieke escapades, besloot mijn stiefvader zijn platen collectie over te brengen naar het huis van bewaring. Hiermee verdween ook het laatste restje statische elektriciteit (hoop) van mijn zolderkamer en was de leegloop compleet.

De maat was vol! Deze situatie drong naar een creatieve oplossing van mijn kant. Ik vond op Koninginnedag een weinig bespeelde stormram, liggend op een kleedje nog nieuw in de verpakking, voor slechts 25 cent. Met deze tenor op de platenspeler konden mijns inziens alle ‘weerstanden’ gebroken worden. De ‘stroom’ van geluid zal zeker tot ongekende hoogten kunnen stijgen.

Men zou alleen nog maar mee kunnen (vl)wiegen op deze vertolker van het levenslied en zich niet druk maken om ‘Watt’ er zoal over hem gezegd werd. Electra Lightning dus.

Ik wachtte tot na het avondeten. Iedereen was in rust. Ik verdween naar mijn zolder kamertje. Daar ging mijn stormram Air-Borne met 2x 1500 watt aan speakervolume.

‘Niemand laat zijn eigen kind alleen’ van Willy Alberti.

Bingo!

Met dit volume komt alles samen. Alberti was in de hele straat te horen. Er bleven verschillende mensen voor ons huis staan alsof de zanger live op het dak bezig was. Ze hoopten zelfs nog een glimp van hem op te kunnen vangen.

Mijn moeder scandeerde hevig mee. Het maakte haar helemaal gelukkig.

Mijn stiefvader stond in dubio. Moest hij nu wél of géén psychiater bellen?!?

De man van het elektra wezen kon geen kant op.

Hij werd geëlektriseerd en kon alleen nog maar voor zich uit staren.

 

Enige tijd later vertrok hij uit ons leven.

 

Einde—