Buitenspel(en)

Een anekdote over een Goddelijke Komedie

Voetbal Pastorale

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Grensgeval

 In deze tijd van nihilisme is er meer vroomheid te vinden in onze voetbalstadions dan in onze kerken.

De echte waarden zijn dakloos geworden en zullen ooit wel weer in een of andere cultuur opbloeien.

Eerst moeten we nog tot de bodem afdalen.

Zo was ik als kind van 13 jaar onafscheidelijk met mijn voetbal. Ik mocht graag een balletje trappen op de parkeerplaats achter ons huis.

Mijnheer Pastoor, die op de hoek van deze parkeerplaats woonde, maakte mij uit voor cultuurbarbaar. Dat van ‘cultuur’ begreep ik nog wel. Maar ‘barbaar?’ zei mij niets. Was dat een kapper “barber”?

Zo af en toe rolde mijn bal over zijn akker; God’s akker wel te verstaan.

Hij kwam een keer woest naar buiten en pakte mijn bal af. Ik bedacht me geen seconde. Ik haalde thuis de spade van mijn vader op. Ik liep brutaal als een kruisvaarder de tuin van mijnheer pastoor in.

Hij keek mij door het raam aan.

Ik zocht een mooie conifeer uit en begon deze rond te steken.

De keukendeur zwaaide open. “Wat doe jij nou?”, wierookte hij.

Ik wees bestraffend naar de boom, alsof ik een penalty toewees: “Mijn bal terug of ik neem deze conifeer mee!”, scheidsrechterde ik. Ik kreeg mijn bal zonder zijn zegen terug. Ik polderde: “U moet niet zo jeremiëren, mijnheer de paashaas!

Ik had mijn kruisiging net kunnen voorkomen. Ik was me er niet bewust van dat het hier om een ‘Eerwaarde’ ging. Pasen was gelukkig nog ver weg.

Het Marxisme trok me altijd nog meer dan deze zieltjes menner.

Thuis moest ik altijd van moeder aanhoren dat mijn vader en de Pope altijd gelijk hadden. Zo vader zo zoon, denk je dan. De paus is toch de baas van het grondpersoneel.

Zo was de cirkel weer rond evenals mijn bal. Voor ‘geestelijke’ bijstand kun je beter contact zoeken met een goede psychiater of voetbaltrainer.

Soms lossen de dingen zich vanzelf op. Als het moet met behulp van een tuinkap(p)er.

Einde—