Doeslief

Een anekdote over hondenmanieren en mensen die ‘klieren’

 Een goede buur is iemand die je over het tuinhek toelacht, maar er niet overheen klimt

De vernedering

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Het is een stormachtig voorjaar. Mijn buurman, een Japanse kok, komt op de koffie. Hij drinkt zijn koffie altijd ‘verkeerd’ d.w.z. ‘met veel hete melk’. “Wil je het op een schoteltje”?, moeder ik. “Dan koelt het lekker snel af en kan je weer snel aan het werk”. “Jij moet in de horeca komen werken”, vacatuurt hij.

Er staat een groot bord met duivenpaté op het aanrecht en als toegift een setje gemarineerde konijnenpoten. “Dat is de bijvangst van die inmaakpartij in onze moestuin”, verklaart de buurman. Mijn buurman is Meester-kok en drijft zijn eigen restaurantje.

Vorige week zat ik met de buurman nog aan dezelfde tafel zure druiven te eten. De duiven pikten alle jonge aanplant uit onze moestuin. “Dat zullen we nog wel eens zien”, bamzaaide deze Japanse keukenspecialist. Hij wierp wat luciferstokjes op de keukentafel. Hij bekeek het figuur op tafel en grijnsde: “Het lot voorspelt een bijzondere wending! Voor wie of wat kan ik momenteel niet zien!”. Door het te late naar bed gaan, zaten zijn ogen nog dicht.

Hij haalde zijn buks, die hij had meegenomen, uit de beschermhoes. ”Waar heb jij eigenlijk een wapen voor nodig? Om het Japanse grondgebied op die kolonialisten te heroveren?”, herlaadde ik. Hij vaatwaste mijn gevoel weg en zei: “In dit geval wordt het geen klootschieten. Hooguit wat duiven braaien”.

De Japanse kamikaze piloot vertrok geen spier en ging aan de slacht. “In de naam van de Keizer! Geef aan ieder wat hem toekomt!”, repeteerde hij. Hij trok de haan van zijn wapen bij zijn keel naar achteren en verdween in de moestuin. Ik heb hem die middag niet meer gezien.

De hond lag op zijn rug in de mand en hoorde de hele geschiedenis aan. Je zag hem met zijn ogen draaien en denken: ”Dat wordt toch niets. Een kok met een wapenvergunning laat me niet lachen. Zo een ‘Jan hagel’ zie je toch alleen in die tekenfilms van Buks Bunny!”

 De kok schoot de hele tuin tot moes.

Sindsdien was er geen duif meer te bekennen.

Ik bedankte de kok voor de paté en de heerlijke konijnenpoten en ga weer verder met mijn werk. Ik zet de radio op ‘Studio Sport langs de lijn’. Wanneer de wedstrijd zijn aanvang neemt, begint Arie de kanarie zenuwachtig op zijn stok te hippen. Arie gooit er een toer en schokkel uit. Het beginsignaal!

Zo te horen gaat het om de Revanche wedstrijd tussen de Chicks en de Panters. Arie fluit zich suf. Het verenpak van Arie verandert geregeld van rood naar geel en omgekeerd. Wanneer de wedstrijd uit de hand loopt, staakt Arie zijn werkzaamheden en gaat in zijn badje zitten.

De hond is door het tumult in slaap gevallen en ligt te dromen. Ik zie de hond ‘in achtervolging modus’ schudden in zijn droom. De hond droomt doorgaans over fietsertjes, trimmers, voetbalfans en andere honden, alles wat zich maar over de weg wil voortbewegen. Zaken waar je zo lekker achteraan kan rennen. Ook de voetbalwedstrijd belandt in de rust. Even tijd voor een nieuwsbulletin.

Het gepiep van de hond gaat over in de nieuwspiep van het NOS radio journaal. Herman van der Zandt leest de berichten voor: “De hondenbezitter wordt af en toe honds behandeld”…

…’Niets aan het handje zou je zeggen’

Wat mij ter ore komt, is dat een blinde man samen met zijn geleidehond achter in de bus wordt gezet. Hij mag niet naast de chauffeur plaats nemen omdat de buschauffeur niet tegen ‘de lucht’ van de Mechelaar kan.

In gedachten loop ik naar de keuken. Ik heb de kookbeurt vandaag en ben de groenten aan het voorkoken. Ik luister verder naar het bericht. Is dit een grap? De spruitjeslucht die deze chauffeur verspreidt is toch veel smeriger dan de lucht van die hond?

Door zijn eigen blindheid verwart de chauffeur zijn eigen lichaamsgeur met die van de Mechelaar.

Als hij in zijn spiegel zou kijken dan ziet hij er zelf een. Puienzeiker! De spruitjes die ik aan het voorkoken ben, zijn al bijna beetgaar. Ik draai het gas uit. Als bankzitter ben ik er wel klaar mee. Wat een laffe actie!

Plotseling geeft de kanarie een vlagsignaal door met zijn vleugels te slaan. Mijn aandacht wordt getrokken door het camera beeld bij het hek. Er staat een manspersoon in een uniform en pet op voor het hek heen en weer te benen. Ik loop naar buiten en zie dat het de vader van Emma is. Hij is buschauffeur van beroep. “Waar gaat de reis naar toe?”, vraag ik beleefd. “Je was net nog op het nieuws”, zeg ik. “Dat klopt. Het gaat als een lopend vuurtje”, schakelt hij terug.

“Maar daar kom ik niet voor. Ik wil dat jij direct je excuses maakt voor de beet van die valse hond van jou”, foetert hij. Dit voelt als een ‘stoot’ onder de gordel. Mijn buik krimpt ineen. Emma is de oudste van zijn 3 gorgeltjes. “Als dat waar is dan is dat niet best”, zeg ik. Deze haan zonder kam had ik nog niet als zodanig herkend. Zijn muil is zo groot dat hij er zelf dreigt in te vallen.

Zijn dochter Emma zou door mijn Mechelaar aangevallen zijn. Die ‘kolere Mechelaar’ van jou heeft haar in de voet gebeten. Hij had al aangifte bij de politie gedaan. De volgende keer zou hij mijn hond kapot rijden. Zo zei hij het.

Ik neem alles voor kennisgeving aan. Door deze actie voel ik me ziek en boos tegelijkertijd. Ik ga naar binnen. Ik ga meteen zijn verhaal checken bij de politie. De adjudant van dienst bijt mij toe dat er géén aangifte is gedaan tegen mij of mijn hond. Arie zit zich vreselijk op te winden over deze schwalbe en dreigt voor een fluitconcert zijn kooi uit te komen. De politie adviseert om bij Emma langs te gaan.

De volgende dag ondervraag ik Emma in het bijzijn van haar vader.

“Emma, ben je gebeten door mijn hond?” “Nee, hoe komt U daar nou bij???”, antwoordt Emma.

“Eva heb je schade aan je fiets of kleding?”. “Nee, niets, geen schade!”, antwoordt Emma.

‘Wat is dit allemaal?”, roept Emma. “Het was mooi weer. “Ik fietste met een groep kinderen uit mijn brugklas naar het zwembad. Dat is alles”.

”Wat heeft mijn hond dan gedaan?”, vervolg ik. “De hond kwam de dam uit. Het hek was open. Dat staat toch nooit open”, zegt ze.

‘Mijn hond pikte jou eruit omdat ze jou herkende”, zeg ik. Ik denk dat ze jou wilde begroeten”, stel ik enigszins opgelucht vast.

“Ik heb wel een krasje op mijn voet”, zegt Emma. Ze liet het krasje op haar voet zien.

Een teennagel van de hond heeft contact met haar blote voet gehad.

“Emma, ondanks dat je niet bang bent voor mijn hond, ben je toch wel geschrokken”, veronderstel ik. “Ja, wel een beetje”, zei Emma.

De neus van haar vader heeft inmiddels een enorm lange vorm aangenomen. Ik kijk haar vader verbaasd aan. Ik kan zelfs geen halve haan in hem ontdekken. Ik vraag me af waar die beschuldiging door deze ‘Pinokkio’ vandaan komt.

Als ik diep nadenk, is deze kwestie terug te voeren op een incident dat tijdens de zomervakantie in onze moestuin plaatsvond.

Hun drie gorgeltjes: Emma (13), zusje Clara(11) en broertje Mart(9), moeten zichzelf overdag zien te redden als papa en mama aan het werk zijn. Vader is buschauffeur en moeder is Private Bankier. Negen uur op een dag.

Hun konijn dat in zijn hokje knal in de brandende zon op een bus parkeerplaats staat te bakken, wordt bevrijd uit zijn netelige situatie. Het diertje wordt over de omheining in onze moestuin gezet. De verkoeling onder de bladeren is meer dan welkom. Het diertje verschuilt zich direct tussen de groenten in onze tuin.

Als de be-win-(st)-d voedster thuis komt, biechten de kinderen het voorval op. Er wordt direct een klopjacht georganiseerd. Ik zie de drie kinderen en hun moeder al zwaaiend met schepnetten door onze moestuin struinen. Ik heb aan deze invasie direct een eind gemaakt. Ik heb de moeder en de drie gorgeltjes de tuin uit gebonjourd. Zonder ‘Flappie’. De moestuin werd in een deplorabele staat achtergelaten. Alsof er een kudde olifanten had huisgehouden.

Tijdens haar ‘uitzetting’ bijt ze mij toe dat ik schuldig ben aan de dood van hun konijn. Hun konijn zit mij op een veilige afstand brutaal aan te kijken. Ik zie dat de buurvrouw een uur later reeds een identiek konijn heeft aangeschaft.

Zij probeert haar ‘devaluatie’, middels ‘het dode konijn’, over de rug van mijn hond, betaald te zetten. Om zo mijn veronderstelde ‘schuld’ te vergelden. Deze ‘vuile teef ’ leverde een harteloze streek. Met deze gehaaidheid werf je geen klanten. Het kost relaties.        Doeslief

Einde—

Geef een reactie