Hemeltje Lief

Een anekdote over De Voleindiging

Het leven is als een suikerpot

 ‘Lieve hemel’

 Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Het vond plaats in de warme nazomer van 1987 te Leidschendam. Ik beleefde daar een Alfred Hitchcock achtige scène… Met geopende motorkap sta ik tegenover de lijkwagen waarin Tante Cor geduldig ligt te wachten op wat komen gaat.

De auto van de uitvaartondernemer heeft de geest gegeven. Op bijna honderd meter voor de finish hield ze ermee op. “Tante Cor was ook bijna HONDERD,” zeg ik.

Het is al een oud beessie”, zegt de chauffeur. Hij hangt naar buiten over het naar beneden gedraaide portierraampje. Ik heb de startkabels al in de aanslag. De chauffeur komt zijn auto uit en sluit de kabels aan op de oude accu van de lijkwagen in een poging om wat levenssap over te brengen op de Grande Dame. “Ken ‘die’ maatje?”, roept de chauffeur tegen mij. Ik start mijn autootje om wat kracht bij te zetten. De startmotor komt in.

Er volgt een enorme knal. Er stijgt een grote groep kraaien in een pulserende beweging op uit de oude eik die pal naast de kerk staat. Enkele vogels nemen een duikvlucht en belanden op het dak van de lijkwagen. Uit mijn ooghoek meen ik de klep van de kist iets te zien bewegen. Het bloemstuk valt naar de zijkant. Uit de uitlaat komt een enorme wolk zwarte rook. Tante Cor?

De kerkklokken beginnen te luiden. De gezichten van de dragers zijn roet zwart geblakerd. “Het zijn net schoorsteenvegers met die hoge hoeden op hun kop”, zegt een familielid. Het lijkt alsof het begint te sneeuwen. Mijn kinderen beginnen te zeuren of ze vanavond hun schoen mogen zetten. “Dat is geen sneeuw, maar vogeldrek”, zegt opa. “Laten we snel naar binnen gaan.”

Terwijl ik met de chauffeur bezig ben, staan de dragers op het punt de kist uit de auto te schuiven. De batterijen in haar leven waren volledig uitgeput. Mijnheer pastoor en 4 misdienaars lopen voor de kist uit de vol gepakte kerk in.

… In de verte hoor ik hemelse klanken opstijgen.

De Leidse Sleuteltjes zingen een Koraal uit de

Mattheuspassion von Bach.

Het is ruim dertig jaar later. Ik bezoek mijn vader op Valentijnsdag 2018. Hij ligt op bed en voelt zich niet koosjer. “Zal ik een ei voor je bakken?” stel ik voor. “Sunny side Up of geklutst”, bakboter ik. “Doe maar een uitsmijter. Maak er maar een dubbele van”, kukelt hij. De oude haan is opstandig. “Kan jij die zonwering wat laten zakken?” Daar kan ik wel invloed op uitoefenen, thuiszorg ik. Het blijft toch je vader. Ik zie hem lijden.

Ik lees hem de anekdote van tante Cor voor. Die tante is altijd zijn lievelingstante geweest. “Met de dood valt niet te onderhandelen. Ik laat een springlevende familie na”, zegt hij krassend. Mijn nikkelen Cor‘Nelis‘, mijn lieve vadertje, ligt na een actief mensenleven voor Pampus. Zijn ‘muziekinstrumenten’ liggen denkbeeldig onder het hoge verpleegbed.

Hij was altijd een liefhebber van reizen, schaken, kaarten en cabaret (Toon Hermans, Wim Sonneveld, Fons Janssen, Wim Kan, tegenwoordig Wim Kon… het hele leesplankje). Mijn vader nam vroeger de conferences van deze gasten op, als ze op TV waren. Met zijn microfoon + bandrecorder.

“STILTE!! OPNAME!!!”, riep hij dan.

Pas als het teruggeluisterd werd, mocht er gelachen worden.

Er luistert een zuster van de wijkverpleging mee. Onder dankzegging vertelt hij dat hij een goed leven heeft gehad. Hij wil alleen nog wat water hebben.

Een paar dagen later…

Vader vertelt dat hij geen oplossing kan bedenken voor het ‘shæken’. Versta ik hem nou goed? Heeft hij een schaakprobleem? Is hij aan het s(c)haken? Ik zie dat hij af en toe met zijn handen schudt. Hij vertelt dat het om Parkinson gaat. Deze schaakgrootmeester is mij niet bekend. Vader komt zijn bed helemaal niet meer af. Even later valt de ziekte en het kwartje op zijn plaats. “Das niet best”, zeg ik. Als haan kan hij zelfs geen eitje meer tikken.

Om hem af te leiden, stel ik voor om een spelletje Black Jack te spelen. Dit was altijd ons favoriete kaartspel. Het werd gespeeld tijdens de dagenlange treinreizen in het buitenland. Ik pak een stok kaarten en zeg: “Maar dan moet ‘jij’ wel even goed schudden.” Hij moet erom lachen. Het blijft bij praten.

Moeder speelt voor railtender en vraagt of wij koffie willen. “Of hebben jullie liever thee? Water of limonade misschien?” Ik zorgantwoord terug: ”Ja, dat is goed. Doe dat maar en wel in die volgorde!” Ik vraag haar waar deze trein naar toe gaat. Ze weet het niet. Vader kijkt mij nieuwsgierig aan. “Ben jij een gebruiker?”, vraag ik aan vader. “Ja, met melk en suiker”, antwoordt hij.

Moeder zet een aantal kopjes neer. Ik begin suiker in zijn kopje te scheppen. Ik doe de eerste schep in zijn kopje. “Méér”, roept hij. Ik doe een 2e schep in zijn kopje. “Mééér”, dringt hij aan. Ik kiep de hele suikerpot in zijn kopje. “Niet zovééél”, proest hij, gevolgd door een lachsalvo.

Moeder schenkt de koffie uit. Als dit koffie is dan heb ik liever thee. Ze zegt dat het thee is. Moeder krijgt een schok en schenkt de thee naast mijn kopje. Ik grap: “We rijden net over een wissel”. Pa lacht: “Hou op, ik kan niet meer!” Dat hoef je niet zo hard te roepen, dat wist ik al. Het wordt toch nog even gezellig.

“De tijd gaat voorbij”, zeggen we, maar we vergissen ons:

de tijd blijft en wij zijn het, die voorbijgaan.

Morgenvroeg komt Maarten, onze huisarts, samen met de scanarts om het euthanasie verzoek van vader te bespreken. De gedelegeerde in dienst van de wetgever bepaalt samen met de huisarts of het verzoek om euthanasie ‘terecht’ kan worden gehonoreerd. Als het ‘ongegrond’ is dan gaat het hele feest niet door. Gelukkig is het geen cafetaria hier in Holland. Wat heeft Maarten, de huisarts toch een ‘machtig’ vak.

Mijn vader slaagt altijd in 1 keer voor zijn examens. Het enige wat hij niet meer heeft, is tijd. Hij heeft haast. Tien dagen later krijgt vader groen licht.

Hij heeft op 10 maart om 12.00 uur precies, als de kleine en grote wijzer omhoog wijzen, met de dood afgesproken. Hij vraagt of de kinderen om 09.30 uur aanwezig willen zijn. Dit is de eerste keer dat ik zoiets bijwoon. Op verzoek.

Er wordt aangebeld. Een oude tennismaat van vader. Joop komt de kamer binnen. Mijn vader schenkt hem een jonge klare in en neemt er zelf ook een. Hij vertelt hoe de zaken ervoor staan. “De zaak sluit vandaag”, zegt vader. Als hij een tweede borrel in wil schenken, bedankt Joop hiervoor en zegt: ”Jij kunt blijven liggen. Ik moet morgen gewoon weer aan het werk”. Er wordt hartelijk gelachen om zoveel mazzel. De vrienden nemen afscheid van elkaar. “Hou je haaks!”, zegt Joop. Hij neemt afscheid van vader.

Vader wil roken. Dat wordt moeilijk met deze rookvrije generatie. Ik vind in de kast nog een pijp en wat tabak. Ik stop het pijpje. Ik overhandig deze vredespijp aan vader. Rustig maar gestaag lopen de laatste zandkorrels uit zijn zandloper. Ik zie op de klok dat het 2 minuten voor 12 is. Ik krijg ineens het beeld van een geboorte in mijn hoofd. Waar het vandaan komt weet ik niet. Wordt de dood ook geboren? Als het vijf minuten over twaalf is, moet de oudste zoon de dokterspraktijk bellen. Hij krijgt het ‘antwoordapparaat’ aan de lijn.

Om kwart over twaalf arriveert er een ‘loodgieter’, het ‘weekeindhulpje’ van de huisarts. Hij heeft een emmer met daarin 3 kippenspuiten. Komt ‘hij’ het water afsluiten? Hij vertelt dat Maarten voor een bevalling is weggeroepen. Wat een moord vak heeft die Maarten toch. Vader rookt het hele pijpje uit. Als de huisarts na twee uur vertraging arriveert, geeft vader de pijp aan Maarten en roept: ”Direct uitvoeren!”. De huisarts kan hem nog net vertellen dat de euthanasie terecht is. Vader is er klaar voor en sluit zijn ogen. Moeder houdt hem stevig vast. Hij is heel rustig. Wat een held. Bizar.

De beet van de zwarte Mamba doet zijn werk. Pijnloos en snel. Maarten verdwijnt voor een ogenblik naar de keuken om zijn handen in onschuld te wassen. Een oproep van de huisarts voor ‘de volgende patiënt graag’ blijft gelukkig uit. Hij is liever een ‘geneesheer’.

Vijf dagen later…

Als we de kist uit de auto schuiven voor de uitvaartplechtigheid, hoor ik vanuit de Aula Gregoriaanse liederen opklinken. Aan de toonhoogte te horen zijn het geen ‘Leidse sleuteltjes’ meer. Het klinkt als een stevig hangslot.

De man van STAAL is niet meer. Hij heeft zich overgegeven aan de elementen.

De Liefde geeft zich niet, zij neemt.

Einde—