Een platte zaak

Een verhaal over een besneeuwde pannenkoek ‘epiloog’

Het is vaak heel moeilijk om voor

datgene, wat men wil verzwijgen, de

juiste uitdrukkingsvorm te vinden.

 

Wie een ezel van zichzelf maakt,

moet niet kwaad zijn als

mensen op zijn rug klimmen

 

“Een Sneeuw-Pretfiguur”

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Het overkomt je maar een keer in je leven dat je zo´n pannenkoek  in een zo’n sprookjesachtig bos tegenkomt. Ik wil de hond uitlaten, zie ik Philip Freriks in zijn kakikleurige regenjas uit zijn mobiel stappen. Hij heeft een Pekinees en waarschijnlijk ook Maarten van Rossum aan de lijn. Het klinkt alsof er een oude, slapende vulkaan op het punt van eruptie staat. Er schalt een lachsalvo van Philip door het bos. Philip maakt alles altijd heter dan het is. Ondanks dat het vriest. Bij van Rossum zal dat niet zo´n vaart lopen. Die staat volgens mij al jaren in de vrieskast. De vogels vliegen verstoord uit hun rustplaats omhoog. Sneeuw valt uit de bomen. Hij beëindigt het telefoongesprek dat hij aan het voeren was. Mijn hond steekt zijn snuit in de lucht en legt tegelijkertijd haar oren in de nek als teken van afkeuring.

Ik besluit het uitlaatrondje in tegengestelde richting af te leggen. Die Flip glijdt daarmee rechtstreeks in mijn fuik. Als hij tot gehoorafstand is genaderd, roept Freriks op zijn bekende, kakkineuze toon: “Ik heb geen tijd. Wie je ook bent, ik moet naar de Tietenkar!”. Volgens mij staat hij wat van de besuikerde space cake te snoepen die Maroeska van heel Holland bakt in de buurt heeft uitgedeeld. “Bedoelt Flipper soms de haringkar?” Dit zijn kostbare seconden, bedenk ik me. Zo kom ik nooit in de volgende ronde. Ik probeer hem te harpoeneren. “Bedoelt U de pannenkoeken hut?” , associeer ik. “NEEN”, snatert hij gedecideerd. Dat is NIET juist! Het antwoord is FOUT. Hij spiekt op zijn boodschappen briefje. “IK PAS”, zeg ik en doe tegelijkertijd een stap naar voren en naar achteren en denk… Tja, tja, tja. Ik zet opnieuw in.

Vanuit mijn ooghoek zie ik Kabouter Spillebeen door de sneeuw wegrennen. Ik gebaar naar een plek achter de rug van Freriks. “Kijk, daar gaat het weer!” roep ik. De aandacht van Flipper is weer gevangen. “Wat?! Kunt u iets specifieker zijn. U hebt nog 58 seconden!”, klokt hij.  “Dat zal ik u vertellen”, zeg ik.

Afgelopen maandag zag ik een kabouter.” Oeh-roe-boe-roe ik. “Wat?!”,  krijst Philip, “Zag jij Paulus de Ros kabouter in hoogsteigen persoon”, verhoort  Freriks. “Die kabouter zat volgens mij op de verkeerde paddenstoel te wippen. Ik heb hem ogenblikkelijk weggestuurd”, fabel ik.

Eucalypta, inmiddels op ontbrandingstemperatuur gekomen, begint te kwijlen bij het onderwerp van het gesprek. Er valt een kleine lawine stuifsneeuw over hem heen. Ik ontvang 30 seconde bonus tijd van hem. Precies zoals altijd in die quiz van hem in, ‘de Slimste mens’ gebeurt. “Vertel eens mijnheer ‘Pinkelmans’: Wat was dat voor een kabouter. Hij klopt wat sneeuw van zijn jas. Bij het goede antwoord 10 seconden erbij. Bij foute beantwoording kost je dit 20 seconden.” quizt hij verder. De spanning komt tot een hoogtepunt. Hij rochelt hierbij een soort van orgasme geluid van een zeeleeuw dat op een ijsschots ligt te wachten op wat komen gaat.

We passeren de betreffende paddenstoel. “Maar dat is een hele mooie”, roept Flipper verrukt”. “Niet op gaan zitten sommeer ik hem”. “Maar dat is ‘der Swanz’!”, krakeelt hij uit. Het liefst zou hij de vrouwelijke collega’s van het journaal appen of anders ‘de Cock’, om het Plaats Delict door te geven, ware het niet dat ik nog maar 68 seconden op mijn teller heb staan.

Ik doe alsof ik ‘Maarten’ ben en dicteer: “Het betreft hier een beschermd soort. Der Swanz paddenstoel heeft de verrukkelukste vorm van de fallus; en lijkt niet op die zwengel van jouw Flipje! Het is een uitstervend soort stoel. Het dak is gewoon te klein. Totaal ongeschikt voor kabouters als Spillebeen. “Dank-je-welll vann Rosss-umm.”, Applaus voor onze eigen ‘Ros’ kabouter, schreeuwt Philip. “Ik was nog niet uitgesproken”, zeg ik. Philip geeft me een brede grijns terug. “Wat een heerlijk onderwerp is dit toch,” kwijlt hij.

Ik probeer mijn gedachten erbij te houden maar wordt steeds afgeleid door de opmerkingen van Freriks. “Die paddenstoel waarop kabouter spillebeen zat te wippen had toch rood en witte stippen?”, intervenieer ik.

Dat weet ik niet”, zegt Philip. Maar… wat ik wel weet is dat je door bent naar de finale ronde. Appplauss! Tot volgende aflevering van ‘de Ssslimste mens!”. Ik zie Freriks met zijn Pekinees al glibberend uit het bos verdwijnen.

Thuis aangekomen, vraagt mijn vrouw hoe het in het bos was. Ik zeg dat Flip weinig tijd had. Hij moest nog naar de tietenkar!

“O, ja, ” zegt mijn vrouw, “Dat is waar ook. Ik moet vanmiddag nog gehoor geven aan de oproep voor het laten maken van een mammografie in het dorp. Je kunt ook niet alles weten”. Bovendien weet ik niet of ik wel ga met al die sneeuw! “En dan ga jij me zeker vertellen dat we vanavond pannenkoeken eten?”, besluit ik.

Einde—