Broer, beroerd, broerst

Een anekdote over ‘Broederliefde’

 

‘Afgunst gaat

geen lege

huizen binnen’

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Mijn jeugdvriend Jan-Jaap is opgegroeid in een hanennest. In tegenstelling tot het hennetje, dat een beetje tokkelt, zet een haan altijd een enorme keel op.

Als er te weinig hennetjes in de buurt zijn, ontaardt dit in het algemeen snel in een bloedbad.

Toen ik het werk van Adler, een psycholoog uit de vorige eeuw, bestudeerde, kwam direct de familie van Jan-Jaap in mijn gedachte naar boven.

Hun vader Cor, ‘de ouwe haan’, heeft het karakter van het heersende type.

De theorie van Adler over dit type is misschien slechts een kleine bijdrage in het geheel van de karakterkunde geweest, maar voor mij is ze helder genoeg.

De oudste broer van Jan-Jaap heet Hendrik-Jan. Hij lijkt in menig opzicht op zijn vader. Vader Cor en zoon Hendrik-Jan verstaan elkaar goed en hebben allebei het karakter van het heersende type. Dit leidt in het algemeen tot wrijvingen in hun omgeving. Deze twee ‘hanen’ zijn totaal ongeschikt om carnaval mee te vieren.

De andere broers van Jan-Jaap; Jan-Joop en Joep, hebben behoorlijk wat geleden onder het juk van deze twee. Zelfs hun moeder kon geen vuist maken tegen deze pluimveeterroristen.

Ik sprak enkele jaren geleden op de verjaardag van Jan-Jaaps oudste broer Hendrik-Jan. Hij vertelde me dat hij tegenwoordig in de binnenstad van Amersfoort woonde, in een van de zogenaamde ‘Muurhuizen’.

“Geen lelijke buurt,” zeg ik. Hij vertelde dat hij veel overlast ondervond van de buurt. Het was al zo uit de hand gelopen, dat ‘de buurt’ hun vuilniszakken op zijn Volvo Stationwagen XC90 dumpte.

Ik probeer zijn probleem te analyseren: “Die auto, dat is toch een leasebak van je werk?” “Ja,” zegt hij. “Kan je die dan niet beter inruilen voor een vuilniswagen?” “Dan vang je twee vliegen in een klap.”

Jij moet meer je verstand gebruiken!” zegt Hendrik-Jan. Ik zeg: “Een kunstenaar moet om creatief te zijn de ratio zoveel mogelijk buiten sluiten, om het gevoel maximaal te kunnen laten spreken.”

Ik blijf erbij:

“Een vuilniswagen is voor jou toch de beste oplossing.

Kan de rest ook mee!”

Jan-Jaap is even weggelopen. Hij laat zijn moeder het laatste beeld zien, waaraan hij gewerkt heeft. Jan-Jaap is beeldhouwer. Hij maakt abstracte kunst. Hij is daar heel succesvol in. Het meeste werk van hem gaat naar New York.

Als je Jan-Jaap met zijn vader Cor of met zijn oudste broer Hendrik-Jan hoort praten dan is het net alsof je een Noord-Koreaanse nieuwslezer door Jan-Jaap zijn voordracht heen hoort knerpen.

Alsof het werk van Jan-Jaap een slecht wegdek zou zijn, waarover een split laag aangebracht moet worden. Deze wegbeheerders rammen met hun stoomwalsen over Jan-Jaap zijn werk heen en weer, waarbij ze eigenlijk alleen maar tot uitdrukking brengen dat ze er nog steeds niets van begrijpen.

Jan-Jaap meldt zich altijd weer op de EHBO post bij mij thuis. Na wat goede whisky en enkele gesprekken, weet ik hem aardig uit de kreukels te krijgen.

Wat ook altijd helpt is samen een Dagje naar Den Helder!

Einde—