In beweging

Een anekdote over een lesje leren.

 

‘De liefde is het enige spel,

waarbij vals spelen

tot de regels behoort’

 

 Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

 Mijn eerste vriendin woonde in ‘Fort Alcatraz’. Zo noemde ze haar ouderlijke huis altijd. Regelmatig had zij huisarrest. Om in het weekeind toch met mij uit te kunnen gaan, klom ze via de regenpijp omlaag. Ik stond op zaterdagavond altijd met mijn brommer in de bosjes tegenover hun huis. Klaar om haar op te halen.

Ik zei tegen haar: ”Hebben je ouders nog iets gemerkt?” Ik overhandigde haar de extra helm die ik had meegebracht. “Nee”, zei ze. “Die ouders van mij zijn op zaterdagavond altijd binnen het uur dronken. Zij hebben niets door. Vannacht kan ik gewoon via de voordeur naar binnen. Mijn ouders liggen dan al lang in comateuze toestand op bed.” Het stelde mij enorm op mijn gemak.

Een aantal maanden later vond mijn vriendin dat het tijd voor mij was, om met haar ouders kennis te maken. Ik moet zeggen, het had niet de sfeer van een vogelshow waar ik doorgaans als kampioen gehuldigd wordt. Het leek meer op een veiling voor stieren. Wat zal ik zeggen…Ik kreeg eerder het gevoel naar het slachthuis afgevoerd te zullen worden dan dat ik geschikt zou worden bevonden om voor nakomelingen te zorgen.

Haar moeder zat wijdbeens op de sofa. In haar rechterhand hield ze een limonade glas, gevuld met sherry, vast. In haar linker hield ze tussen haar geel verbrande vingers een sigaar in bedwang. Ze zat eerst een poosje af te geven op ‘die vuile fascisten van haar werk. Die haar altijd zo hard lieten werken.’ Ze keek me met haar bloeddoorlopen ogen aan en gaf me een knipoog! Toen ik even later met mijn vriendin in de keuken stond, zei ik: “Wat is dit voor een monster? Wat heeft dat mens een grote bek.” “Je hebt het wel over mijn moeder!” zei mijn vriendin. “Ja, dat is ook weer waar” zei ik. Soms gaan die dingen samen.

De vader van mijn vriendin had van die zuurstokroze huishoud handschoenen aan en liep met zo’n geel kleurig duizend dingen doekje de boel af te nemen.

Als bevelhebber van een oorlogsbodem bij de zeemacht, genoot hij er van om thuis door zijn vrouw rond gecommandeerd te worden. Haar vader begon direct te mekkeren over de namen van zijn kleinkinderen in Spé. Haar moeder adviseerde mij echter om nooit te trouwen en vooral geen kinderen te krijgen.

Ik stel mijn vriendin voor om eerst op dansles te gaan alvorens aan een kinderkamer te denken.

Ik wilde weg. Bij de cafetaria aangekomen, vroeg mijn vriendin: “Hoe vond je mijn ouders?” Ik zei: “Zeldzaam. Nog nooit zoiets gezien. Komen ze uit een ei of zo? Leven ze nog onder een steen? Ik snap dat je gek wordt van deze mensen.” Mijn antwoorden werden goedgekeurd. “OK, voorlopig mag je mijn vriendje zijn. Als je maar doet wat ik zeg!”, zei mijn vriendin. Voor ik het door had, liep deze aap met een ring door zijn neus. Zo moeder zo dochter.

In december neemt mijn vriendin mij mee naar dansles. Niet om haar tassie vast te houden maar om te leren stijldansen! Er werd een proefles gegeven. De koffie in de pauze is goed. Voor mij voldoende reden om ons in te schrijven voor het eerste jaar.

Toen de lessen hun aanvang namen, bleek dat er veel te veel paren op de dansvloer stonden. Als bijen in een honingraat moesten we de dans uitvoeren. Naast mij stond een dame met het voorkomen van een nijlpaard. Zij was mij in de zij aan het trappen met haar plateauzolen. Dat was niet mooi meer! Ze maakte haar beweging vloeiend af door haar vingers in mijn ogen te drukken. Ik raakte uit balans. De dansleraar riep: “ippon of zoiets. Ik heb de rest van de avond langs de kant gezeten met een ice-pack op mijn oog.

De dansleraar, een echte ‘Frederik fluweel’ werd geassisteerd door een hele lange vrouw met een snor. Deze vrouw bleek ook nog zijn echtgenote te zijn.

Nota bene hij vroeg zich af hoe mijn vriendin en ik een stel konden zijn. Ik denk dat ik het nu weet, ongeveer 40 jaar later. ‘Gebrek aan mensenkennis.’

De volgende les ging beter, ware het niet dat mijn schenen het nu moesten ontgelden. Mijn vriendin gaf me regelmatig een schop. Ik zou volgens haar uit de maat dansen. Ik suggereerde haar dat ze ook haar snor moest laten staan. Door haar houding leek het er meer op alsof ik een hangleg kast aan het verplaatsen was. De mannen leiden de vrouwen toch in de dans? Waarom lijd ik dan toch steeds?

Gelukkig werd ik gered door de ‘jive.’ Deze dans drijft je tot het uiterste. Mijn hele bewegingsapparaat begon te protesteren. Ik kreeg last van alles dat scharnierde. Ik voelde me net een krab in het net van een visser. Ook met mijn vriendin scharnierde het niet zo lekker meer. Ze had inmiddels meer oog voor andere mannen dan voor haar eigen sloebertje.

Ik zag intussen uit mijn ooghoek dat het nijlpaard al een kwart van de dansvloer tot haar territorium had verklaard. Even uit de buurt blijven dus. Dit soort kan je uit het niets aanvallen. Ik heb mijn vriendin kunnen overtuigen dat het dansen niet mijn ding was. Doe mij maar iets met ballet. Ja, om naar te kijken dan.

“Het ‘Zwanenmeer’, ooit van gehoord?” Zegt ze: “Ik hou niet van vissen!”

Omdat de verkering ten einde liep, heb ik mijn frustratie bij de plaatselijke rugby vereniging eruit gewerkt. Dit is meer een sport voor kerels zoals ik.

Je adamsappel werd geregeld tot puree gedrukt tijdens een scrum. Aan de andere kant gingen je knieën soms spontaan op slot. Het rode kruis met zijn vrijwilligsters kwamen altijd trouw naar onze wedstrijden kijken. Er zijn in die tijd nog diverse huwelijken ontstaan na onze thuiswedstrijden. Gelukkig had je na zo’n wedstrijd een hele week de tijd om te herstellen. Het is zo’n sport die je de hele week in zijn greep houdt. De dag na de wedstrijd; alleen vloeibaar voedsel, de dag erop een banaan en geraspte appel. In verband met het moeizaam slikken. Op woensdag kon je, als je geluk had, voorzichtig op je benen staan. Donderdag lukte het soms alweer om kleine stukjes zelfstandig te lopen. De vrijdag benutte ik altijd om extra goed uit te rusten voor de wedstrijd die op zaterdag op het programma stond. We hadden een gezellig team met een enorme reserve bank. Deze kerels waren geen meelkevers maar echt ‘mannen van de gestampte pot’ of gepureerd, daar wil ik vanaf zijn.

Einde—