Een anekdote over #Hetoo.

Leestijd: 6 minuten

 

 ‘Sommige mensen

zijn zo geslepen dat

zij zichzelf in de

vingers snijden’

 

Beetgenomen

 Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

We wonen hier in een buurtschap, waar we het liefst in onze oude kloffie zitten. We beschikken net als iedereen over een kledingkast vol nieuwe kleding van jaren her. Deze nette kleding wordt in de praktijk alleen gebruikt om ideeën op te doen. Als we bijvoorbeeld worden opgeroepen om een bruiloft bij te wonen of als we naar een begrafenis moeten dan raadplegen we onze kledingkast voor een goed advies. De vorm van ons lichaam loopt inmiddels volledig uit de ‘pas’ met die van de kleding. Het enige dat goed geconserveerd is gebleven, is de kleur van het kledingstuk dat ooit zo goed stond. Er moet voor de betreffende gelegenheid weer nieuwe kleding aanschaft worden. Daar doe je niets aan.

Gisteren kwam ik het uit het oog verloren buurmeisje Juul op haar opoefiets tegen. Ze woont sinds haar scheiding van Bernhard in de grote stad. Er moet iets van haar hart. Ze wil de toedracht van haar scheiding vertellen. Het voelt direct weer vertrouwd alsof er geen dag tussen ons weerzien van 40 jaren heeft gezeten. Ze vertelt me het volgende: “Het was op een doordeweekse dag. Ze kwam thuis van haar werk in de veronderstelling dat haar man die avond zou gaan vissen. Wat op zich niet zo raar is.

Het buurmeisje vertelt letterlijk wat ze heeft meegemaakt. Ze neemt geen blad voor haar mond en trekt me mee in haar wereld. Ze zou haar verhaal het liefst op een zeepkist declameren. Ik neem de luisterstand aan. Ik hoor haar met open mond aan. Af en toe zeg ik “Ja, ja”, soms ook “Nou, nou”, afgewisseld met “Tuut, tuut.” Het oude buurmeisje is aan het woord en is voorlopig nog niet uitgesproken.

Luister naar haar verhaal…

 Ik dacht, snel mijn slobbertrui en mijn oude joggingbroek aan. Ik trok ook een paar grote sokken aan om het af te maken. Ik genoot er van om zo in mijn oude kloffie voor de televisie te kunnen chillen zonder dat ik commentaar van mijn man zou krijgen. In de trant van: ‘Je ziet er weer niet uit Julia!’

Hoe heb ik zo stom kunnen zijn! Waarom spreekt men bij een huwelijk altijd over een bootje? Omdat er zoveel vergaan?! Ik wil het je allemaal vertellen.

Om zijn eigen tekortkomingen te verhullen, hield hij zichzelf ook voor de gek. Daar ben ik dus achter gekomen. Door eigen toedoen is hij door de mand gevallen! Luister!” We kruipen iets naar elkaar toe. Ze stelt haar stem bij tot fluisterniveau.

Ik liep nog even naar de kelder om een flesje wijn te halen. Het viel me op dat mijn man zijn hengel en visnetje keurig in de hoek had laten staan. Ja, die vissers nemen na afloop altijd een visje mee naar huis. Zwemt een baars in zout water? Nee? Nou dat snap ik niet. Zijn zij nou zo slim of ben ik nou zo dom? Ik loop ook al mee sinds mijn geboorte! Als je het mij vraagt, hebben die vissers de zee helemaal niet gezien. Ze hebben de middag gewoon doorgebracht in een of andere herenclub. Ze schudt haar hoofd. Ik fax nog even snel naar de pizzeria.

Ik installeer me voor de televisie. Hup de videoband erin. Laat de film maar beginnen. Het is de nieuwste romantische komedie: ‘De nieuwe kleren van de Keizer’ waarin een baas zijn vrouw bedondert met zijn secretaresse. Net als de hoofdpersonen zich een beetje voorgesteld hebben, wordt er aangebeld.

Ik kijk door het venster en zie geen pizzakoerier. Er staan drie mannen, strak in het pak, op de stoep. Goedenavond mevrouw, zeiden ze. Wij zijn drie collega’s van uw man. Wij zijn vanavond uitgenodigd om te komen eten. Ik kijk naar de blote billen gezichten van deze mannen. Ik zeg, dat ik net pizza heb besteld. U kunt daar wel een stukje van krijgen. Als u wilt? De heren laten zich niet afserveren. De achterste man doet een stapje naar voren. Hij vertelt dat er een weddenschap op het bedrijf gehouden is. Deze weddenschap heeft mijn man verloren. Het ging om het voorspellen van de uitslag van een voetbalwedstrijd tegen Oranjewit.

Mijn man, hun baas, wint doorgaans altijd. Al moet hij daarvoor valsspelen. Dit keer liet de keeper van de tegenpartij zich niet fixen. Klein detail: De keeper van de tegenpartij was mijn neef! Zij hebben toen die weddenschap gewonnen. Hij had zich aan hun verplicht om bij verlies op een Indische rijsttafel te trakteren. Als hij nou gewonnen had dan zouden ze hem en zijn vrouw, ik dus, mee uit eten hebben genomen. De man laat mij een brief zien. Leest u maar, zei hij. In die brief staat toch echt dat zij vanavond uitgenodigd zijn op ons adres. Het is ondertekend door i.o. Paraaf, groet P.A.

Kijk, hier is die brief. Ik heb hem bewaard, zegt Juul. Ik herken het logo met dat kroontje van hun bedrijf. Dat Bernhard een persoonlijk assistente heeft, is mij totaal onbekend. Ik wil er meer van weten. Vertel verder, zeg ik.

Juul vertelt verder…

Ik nodig de heren uit om binnen te komen. Ik denk dat er sprake is van een misverstand. Ik ga voor het eten zorgen. Ik fax met het Indisch restaurant.

Ook probeer ik mijn man te bellen. Hij neemt niet op. Een uur later wordt er een complete Indische rijsttafel bezorgd.

Als de drie collega’s van de rijsttafel zitten te snoepen, maakt de dikste van de drie een compliment naar mij. Mooie dochter heeft u. Knappe meid en ook al een kind. Jammer dat ze alweer gescheiden is. Maar ze heeft een prima vader en opa natuurlijk. Daar heeft ze veel steun aan. Ik moet me even vasthouden na deze rollercoaster van informatie. Ik kom tot stilstand en herpak me. Wat vertel je me nu? Heb ik een dochter? Heb ik een kleinkind? Is mijn man een vader en opa? Daar weet ik niets van. Dan weet jij meer dan ik. Give me more, broeder!

De mannen zitten elkaar verbaasd aan te kijken. De glazen worden bijgevuld. De muziek gaat wat zachter. Dit gaat heel diep. Die man begint te vertellen. Als zij voor de firma ergens heen gaan, is ‘onze’ dochter er ook altijd bij. De collega’s kennen haar alleen als de dochter van hem. Mijn man laat hen ook altijd van die leuke familiefoto’s van ons huis in Spanje zien. Zij hebben mij ook wel eens op een dergelijke foto gezien. Alleen was het hen opgevallen dat dit in een ander jaargetijde was. De winter, zegt de tweede collega.

De rillingen lopen over mijn rug bij het aanhoren van dit verhaal. Vragen schieten door mijn hoofd. Alles valt op zijn plek. Toen viel bij mij het kwartje. Hij heeft zijn collega’s met die vakantiefoto’s gesuggereerd dat het om zijn dochter en kleinkind ging. Hij heeft zich als een koning in zijn koninkrijk gevoeld en daarbij zijn hand overspeeld. Die dochter van hem is zijn geliefde en het kind is waarschijnlijk ook hun kind!

Er verschijnt een traan in het oog van onze oude buurmeisje.

Juul herpakt zich en vertelt verder…

Leidt hij een dubbelleven? Hoe oud is mijn ‘dochter, vraag ik aan een van de mannen. Die vrouw is 35 jaar. Dat heuglijke feit hebben ze een tijdje terug nog uitgebreid gevierd. Iedereen was ervoor uitgenodigd in het ‘Witte Paard’. Uw man zei dat u verhinderd was. Ik vat het even samen: Deze dochter is zijn persoonlijke assistente. Werkend in zijn eigen zaak. Kortjes bij dichtjes. ( Naar bed, naar bed…) Ik moest er even over nadenken. Is hier sprake van incest?, merkt de eerste collega op. ( Eerst nog wat eten zei likkepot… ) Nee, zeg ik. Alleen buiten de deur eten. Maar dan anders. Dit wordt een duur etentje voor uw man, zei de tweede collega. ( Waar zal ik het halen zei Langejan… ) Dan is dit ons galgenmaal, zegt de derde collega. ( Uit grootvaderskast zei ringeling …) Ja, jullie kunnen waarschijnlijk opzoek gaan naar ander werk, zei ik. ( Dat zal ik verklappen zei het kleine ding… ) Het klinkt een beetje als het aftelrijmpje van vroeger dat ging over likkepot. Dit pik ik niet!, schreeuwde ik!

De avond loopt teneinde. De heren hebben zich de Indische rijsttafel goed laten smaken. Het was buitengewoon, zeiden ze. Ik zei: Het was voor mij geen onverdeeld genoegen. Sterkte met uw leven mevrouw! De heren vertrekken. Mijn man wordt met de heli, tegen middernacht thuis, afgezet. De tafel staat vol lege bierflesjes. Enigszins jolig roept mijn man: Leuke avond gehad! Nee, roep ik terug. De overgebleven pizza gooi ik als een frisbee naar zijn hoofd. Waar heb jij in hemelsnaam een persoonlijke assistent voor nodig?, vraag ik. Mijn ogen spugen vuur. Om je hengel vast te houden?, vraag ik. Uit ellende trommel ik op zijn rug. Mijn man grist de autosleutels van de Rolls van tafel en pakt snel een koffer, die hij kennelijk al lang had klaarstaan. Hij verdwijnt in de nacht zijn ‘oestertje’ achterna. Vergeet je pijp niet!, riep ik hem nog na.

Ik zeg tegen het buurmeisje “De best gesloten deur, is die welke je open kan laten.” We moeten onze vriendschap weer eens wat nieuw leven inblazen. Dan bestellen we een pizza en neem jij een leuke film mee? Doen? Ja? Doe dan ook je oude kloffie aan. Afgesproken!

 Einde—