Een anekdote over besparen

‘De mens bezit niets

hij wordt steeds bezeten

door zijn bezit’

 Verrassend

 Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

 Als mijn vrouw en ik uit eten gaan, doen we dat doorgaans nooit in eigen dorp. In ons dorp zit een Chinees restaurant waar we ook wel eens goede berichten over ontvangen hebben. Daar gaat het ook niet om. Mijn vrouw kiest ervoor om uitgerekend op mijn verjaardag hier uit eten te gaan.

Terwijl ik voor een tafeltje bij het raam kies, zeg ik: “Ik had liever een vis restaurant gehad!” Zij zegt dat ze gruwt van schaaldieren en inktvissen in het bijzonder. Bovendien mag ze als gever zelf uitkiezen welk cadeau ze geeft!

Daarbij, en dat is niet onbelangrijk, sta ik op het standpunt, dat wanneer ik uit eten wordt genomen, de rekening door de gever, in dit geval mijn vrouw, wordt voldaan. Daarmee is wat mij betreft de cirkel rond. Een dergelijk culinair cadeau afwijzen, is ook nog eens erg onbeleefd.

Zo heb ik mijn vrouw een half jaar geleden, op haar verjaardag een elektrische grasmaaimachine cadeau gedaan. Onze grasmaaier overleed plotseling in de week voorafgaande zij jarig was. Ik heb die diamanten ring die ik voor haar in gedachte had nog net kunnen afbestellen. Ze kreeg allerlei opmerkingen in de trant van: “Belachelijk, ongelooflijk boertig van je man!” Ik heb haar toen uitgelegd dat je een cadeau als gever altijd zelf uit mag zoeken.

Ik wist dat ik haar heel veel plezier zou doen met een mooi, kort geschoren gazonnetje. Vandaar deze actie. De diamanten ring eruit en de elektrische grasmaaimachine erin. Die operatie was pijnloos verlopen. Proficiat!

We kunnen deze kwestie, die in een gelijk spel is geëindigd, nu gewoon laten rusten en ons richten op wat komen gaat.

Als we iets te drinken bestellen, ontwaar ik een kennis in de keuken van het restaurant. “Kijk nou,” zeg ik tegen mijn vrouw,”Daar staat Marleen!” Mijn vrouw herkent haar ook. “Wat doet die hier?” “Ik wil het niet weten,” zeg ik. “Voor je het weet, regelt ze een doggybag  voor de restanten die wij laten liggen!” “Maar ze heeft helemaal geen hond,” zegt mijn vrouw. “Daarom juist,” fluister ik.

Een paar tafeltjes verderop zitten ons buurmeisje en haar oude moedertje een loempiaatje te eten. Ik groet hen uit de verte met mijn witte servet alsof ik een vredesteken geef. Terwijl ik het liefst zou ‘aanvallen’ op de gerechten die nog bereid moeten worden. “Daar heb ik nou echt zin in, een lekker pannetje mosselen!” plaag ik tegen mijn vrouw. “Nee, nee geen vis,” zegt mijn vrouw. “Of paneermeel,” fileer ik verder. “Daar kan ik zo’n zin in hebben.”

Er komt een nogal zenuwachtige ober op ons af. Ik bedenk me dat mijn Chinees niet meer zo goed is. Ik besluit me te beperken tot het doorgeven van cijfers. Wij eten altijd hetzelfde menu en onthouden het als een telefoonnummer.

Ik heb een keer voor de aardigheid het bestelnummer als zijnde een telefoonnummer gedraaid. Wat dacht je wat, kreeg ik ene mevrouw Visser aan de lijn! Verrassend! Ik verontschuldigde me en zei dat ik de havenmeester was en dacht dat dit het nummer van de Chinese keuken was! Wat in de kern van de zaak ook zo is.

De ober staat met een leitje en een schoolbordkrijtje in de aanslag. Ik dicteer hem de volgende cijfers: 15, 23, 47. “Dat is het telefoonnummel van meflauw Vissel,” zegt de ober. “Maar die eet vandaag niet mee,” zeg ik. “Wilt u nog iets nagebluiken menil?” verzoekt de ober. Ik zeg: “Ja! We laten ons geheel dol u verlassen.” “Dit is het enige Chinees dat ik bij benadering kan spreken,” zeg ik tegen mijn vrouw. “Wilt u nog iets dlinken meflauw of menil?” zegt de ober in zijn beste Nederlands. Ik antwoord: “Ja, glaag”  “Ik kan het niet laten,” zeg ik tegen mijn vrouw en maak het vredesteken “V“. De Franstalige-Vietnamese ober noteert: du-biel. Dat is chinees voor 2 maal Heineken.

Ik zie dat het buurmeisje de ober aanklampt. Hij loopt met haar naar het pinapparaat dat op de bar staat. Door het raam zien we de oude buurvrouw op haar fiets springen en er als een haas vandoor gaan. Spoorslags is ze verdwenen.

Als het buurmeisje naar haar tafel loopt, horen we haar zeggen: “Nou moe, asjemenou!” Ze loopt onze kant op en kijkt door het raam naar buiten. De plek waar moeders fiets stond, is leeg.

Ik zeg tegen het buurmeisje: “Kon Remie niet wachten?”

Het buurmeisje corrigeert mij: “Ze heet Miep!”

Ik kaats terug: “Miep, Remiep, geef het een naam.”

Mijn vrouw mengt zich in het gesprek. Ik zag de vriendin van je moeder, mevrouw Knol, aan de overkant van de weg staan zwaaien. Ineens zag ik je moeder samen met haar wegrijden toen jij stond af te rekenen. Het buurmeisje belooft dat ze ons zal komen vertellen wat hier achter steekt, zodra ze het weet.

Wij beëindigen ons etentje en willen nog koffie bestellen. Als we de ober willen waarschuwen, komt onze kennis Marleen aangelopen. “Wat doen jullie hier?” “Dat kunnen we beter aan jou vragen!” zegt mijn vrouw zonder op haar vraag in te gaan.

“Ik vraag de chinees of hij ook spaarpunten heeft gespaard van de Conimex producten.” “Waarom?” vraag ik. “Nou,” zegt ze. “Kees mijn lieve man houdt van pittig paardenvlees. Maar om nou de hele week paardenvlees te eten, gaat me te ver.” “Ik snap het niet,” zeg ik. Onze kennis Marleen is altijd langdradig van stof.

Marleen zet haar betoog voort: “Ik wil gewoon graag de bonus bordjes van Appie! Ik wil ze alle 24 hebben. Voor ieder bordje heb je 6 Conimex zegels nodig en moet je 4,50 euro bijbetalen. Ik zou dan 144 Conimex producten moeten kopen om voldoende zegels te sparen voor al die borden.”

“Als ik die zegels niet her en der bij elkaar biets, ben ik nog 7 jaar bezig! Bovendien ben ik met nog 26 andere spaaracties bezig.” Marleen haalt nog een keer diep adem en zegt: “By the way, hebben jullie nog Angry Birds? Ik heb er nog maar 6 nodig. Ik zal wel even een lijstje aan je mailen.” Ik schop onder de tafel tegen het been van mijn vrouw en sis: “Mag ik weg?”

Als door een wesp gestoken, zegt mijn vrouw: “Nee, we moeten nog afrekenen. Laat die koffie maar zitten. Die maken we thuis wel.” Ik gebaar een ober dat er afgerekend kan worden. Dat snapt die gast in één keer. Ik maak een uitnodigend gebaar naar mijn vrouw, die al met haar beurs klaar zit. “Hoeveel is de schade?” vraagt mijn vrouw. “Het is 57,80 euro plesies,” zegt de ober. Met een ruimhartig gebaar legt mijn vrouw 50,- euro op het schoteltje en geeft de ober een 2 euro muntstuk in zijn hand bij wijze van fooi. Ze begeleidt het geheel met de tekst “Laat de rest maar zitten,” gevolgd door een brede glimlach die normaal gesproken verlammend werkt.

Maar niet op deze doorgewinterde Chinese ober! “Dat maakt u niet uit Meflauw!” krijst de ober terug. Hij maakt hierbij een karate beweging. Tegen deze grap ben zelf ik niet opgewassen en leg het af. Met het schaamrood op de kaken herstelt mijn vrouw haar fout. “Dit zal ik niet gauw vergeten,” zeg ik.

De volgende dag vernemen we het verhaal van het buurmeisje. Moeder beweerde al uren te hebben gewacht alvorens de dochter had afgerekend.

Ze zei toen achter een dorpsgenoot te zijn aangereden die op weg was naar een ruilbeurs van Angry Birds welke op dat moment bij de Plusmarkt plaatsvond. Ze had nog geroepen: “Mijn tijd is beperkt!” Ze moest er nog 6 dan was haar map vol! Ik zeg: “Die actie is toch voor kinderen van 8+ jaar. Maar de kinderen van 88 jaar gaan er met hun 80 jaar ervaring met de winst vandoor. Tekenen van dementie? Als je niet uitkijkt dan willen ze nog een keer touwtje springen! Ze moeten eens een actie met oud Hollandse spelletjes organiseren echt iets voor Appie.”

Einde—