Nr. 26

Een anekdote over ’Afkomst’

 

 ‘Hoe verder hij

naar het Westen reisde,

hoe meer hij ervan overtuigd

raakte dat de Wijzen uit het

Oosten kwamen’

 Bewijs

 Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

 Ik ben op bezoek bij mijn dementerende moedertje van 85 jaar. We raken in gesprek over vroeger. Ze is voornamelijk in haar jeugdliefdes geïnteresseerd. Ze vertelt over de buitenlandse vakanties naar Italië, Zwitserland en Oostenrijk.

Ze vertelt dat ze na de skivakantie, van 1958 in Oostenrijk, in verwachting was van mij. Ik veer op en zeg: “Van de skileraar?” De ogen van mijn moeder openen zich. “Nee, ik geloof dat het Dolf was, kan ook van je vader zijn.” “Ik kan die tweeling nooit uit elkaar houden.” Het programma Spoorloos begint in mijn hoofd te draaien.

Ik hoop niet dat het waar is, moeder!” “Ik lijk met die donkere krullen als twee druppels water op mijn vader… en Dolf natuurlijk.” Bovendien heb ik de zelfde onhebbelijke eigenschap als mijn vader. Ik laat als ik een keer kook altijd het water aanbranden. Terwijl hij een periode heeft gekend, waarin hij dagelijks de boel liet verbranden, omdat moeder met griep op bed lag.

Ik probeer moeder te enthousiasmeren: “Was het een leuke vakantie?” “Waar was je?” “Welk hotel?” “Welk kamernummer?” “Met wie deelde je die kamer?” Moeder protesteert. “Ik ontken alles,” zegt ze. Dat heb ik vaker ergens gehoord. Ik moet mijn tactiek veranderen. Een week later doe ik opnieuw een poging.

Stel, je bent op vakantie in Oostenrijk. Waar zou jij naar toegaan?” “Naar Tirol,” zegt moeder. “Waar legt Gij ‘OE’ lijf te rusten?” “In een hotel of in een adelaarsnest”. “In een hotel,” zegt moeder. “Mijn vader, waar heb je die leren jodelen?” “Onder de douche! Waar anders!”, antwoordt moeder enigszins geïrriteerd omdat ik haar dit geheim ontfutseld heb.

En, jij was héél gelukkig”, zeg ik.” Ik laat haar de oude vakantiefoto’s, van die bewuste skivakantie in Oostenrijk zien. “Hoe kom jij daar aan jongen?” vraagt moeder. “Uit jouw fotoalbum! Prachtige foto’s! Moet je jouw gezicht eens zien. Hoe mooi!”

Ik sidder van opwinding, om over mijn ‘ontstaan moment’ geïnformeerd te worden. Alleen de beelden van de celdeling ontbreken nog. Met terugwerkende kracht ben ik getuige van iets waarvan ik het levende bewijs ben. Als mijn moeder niet aan het dementeren geslagen was, zou ze deze informatie nooit hebben prijsgegeven.

Nu is het me ook duidelijk waarom ik me in de bergen zo goed voel. Als ik een blokhut zie dan wil ik er altijd even naar binnen om de sfeer op te snuiven. Het drinken van enkele laarsjes ‘Pilz’, lukt onder de zeespiegel ook nog wel. Lawinepijlen hebben weer wel een eigenaardige aantrekkingskracht op me. Maar met een ‘Lederhosen’ moet je bij mij niet aankomen.

Laatst was ik nog in de kringloopwinkel. Staan daar twee van die prachtige houten ski’s. Deze waren samen misschien wel 200 jaar oud. Je kon zo aan het model afleiden, dat ze in Oostenrijk gebruikt zijn. Kan ook Zwitserland of Italië  zijn, daar wil ik vanaf zijn. Maar ik weet het nu zeker! Hier kan geen DNA test tegenop. Ik voel het aan iedere vezel in mijn lijf.

–‘I was Made in Austria!’—

Einde—