Engeland

Leestijd: 3 minuten

Een anekdote over een ‘padvinder’

‘Om buiten de Wet

te leven moet je

zéér eerlijk zijn!’

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Als pikkie van 16 jaar kwam ik regelmatig terug in London-city. Niet als Stockbroker maar als muilezel ten behoeve van mijn oudere, studerende, broer Gerrit.

Ik werd altijd uitgenodigd om hem te vergezellen op zijn citytrip. Ik ‘balkte’ te veel, naar zijn zin. Hij wist hier wel een mouw aan te passen. Ik heb hem tot wel 5x aan toe, bijgestaan als pakjesdrager. Dat ik er geen liesbreuk aan heb overgehouden, is een wonder.

Iedere keer als ik weer in die vieze, platte, stad geweest was, zei ik: “Dit nooit meer.” Achteraf gezien had ik die tekst moeten vertalen in het ‘cockney’. Ik heb nog jaren gedroomd van een ezel met een bolhoed op zijn kop.

Toen ik 18 jaar was, mocht ik nog 1x opdraven om als koelie mee te gaan op zomerkamp van de ‘Rowans’: dit zijn ‘Bevers van 6-8 jaar’ alleen dan 10 jaar ouder. Na een pub bezoek was men altijd in de veronderstelling dat het glaswerk ook was betaald. Ik vond het al zo vreemd dat de pullen altijd onder de jassen verdwenen, als we de pub verlieten.

We zijn in Cornwall wel eens door een pub eigenaar achterop gezeten. De leiding heeft toen de glazen keurig afgerekend. Ook de asbakken, mits het een mooi exemplaar was, moesten het ontgelden. Ik denk dat onder invloed van de ‘Rowans’ de glasbak in Nederland tot ontwikkeling is gekomen. In het ‘Thorheim’, de naam van het clubhuis, is een permanente tentoonstelling ingericht aan een wand, van 10 bij 3 meter, waar alle trofeeën worden bewaard. Als je kennis wilt nemen van de bier cultuur dan moet je hier eens een kijkje nemen.

Als je een padvinder bent dan mag je in Engeland vrij in de natuur kamperen. Toen wij het kamp opgebouwd hadden, vroeg de leiding aan Ralph en mij om hout te verzamelen voor het kampvuur. Die taak vatten wij serieus op. Ik nam een enorme bijl op en legde die over mijn schouder. Er werd nog geschamperd: ”Om een paar houtjes te kloven?”

Ralph kwam, in plaats van met de beugelzaag met een enorme vlieger aanzetten. Ik schat dat deze ongeveer 3 ½ x 2 ½ meter besloeg. Hij wilde ‘deze’ even uitproberen! Hij was de speelsheid van een ‘Bever’ nog steeds niet kwijt. De vlieger nam een enorme vlucht. Binnen ‘no time’ was het vliegertouw van zeker 150 meter volledig afgerold.

“Die doet het goed,” zei Ralph en begon de vlieger weer in te halen.

Ralph had even een moment van onachtzaamheid toen hij naar mij keek. Ik zag de vlieger in de top van de boom duiken. “Shit, driewerf shit,” riep Ralph. Verbazingwekend hoe snel je de taal machtig wordt als je in het buitenland bent!

Hij griste de bijl uit mijn handen en rende richting de boom. Als een volleerde, volwassen Bever haalde hij de boom met zeker een diameter van 1 meter om. “Dat doe je handig,” zei ik nog. “Ja, dat heb ik nog in mijn bevertijd geleerd!” riep hij terug.

We keerden terug op het basiskamp met de vlieger en het ‘sprokkelhout’. Ralph vertelde trots hoe hij de vlieger uit zijn benarde positie had bevrijd. De leiding keek op afstand naar de bewuste bomen rij. “In de winter zie je er niets meer van,” zei Ralph. “Ja, dank je de koekoek,” zei de hopman. “Je hebt ons allemaal in een lastig parket gebracht!”

Als de plaatselijke veldwachterij dit ziet dan moeten we direct het land uit!”

Binnen een half uur hadden we het kamp opgebroken. Zo snel als het vege lijf ons kon redden, zijn we in noordelijke richting vertrokken. Niet naar het Oosten want dan zou je denken dat het wijze mensen waren, ‘die padvinders’.

We hebben die nacht in een kerk geschuild. Ralph’s vlieger hebben we bij het kerkje ritueel verbrand. Wij hebben hem nog gedwongen om een substantieel bedrag in het offerblok te doen, bij wijze van boetedoening. Ik hoorde jaren later dat Ralph de jongen van die vlieger BOA is geworden.

Einde