Naamsverwarring voer voor genealogen

Als kind hield ik mij vooralsnog niet zo bezig met namen. Ik werd ‘Wim’ genoemd terwijl ik officieel ‘Willem’ heet. De variant Wim vond ik later niet altijd leuk, want één van mijn tantes had het steevast over ‘Wimpie’ wanneer zij over of tegen mij sprak. Voor de duidelijkheid mijn vader heeft ook slechts één voornaam, namelijk Willem. Misschien heeft hij hier niet bij stilgestaan toen hij mijn geboorte aangaf in het stadhuis van Amsterdam.

De dienstdoende ambtenaar vroeg zonder enige twijfel: “En meneer de voornamen zijn?” Waarop mijn vader nerveus slechts antwoordde: “Willem.” Was mijn oude heer vastberaden met de naam die hij zijn eerstgeborene gaf of dacht hij soms dat de ambtenaar zijn voornaam vroeg? Hoe dan ook het werd Willem en in de praktijk was het Wim, en daar kwam pas in de vijfde klas van de lagere school verandering in.

Er zat een andere Willem in de klas, hij was ouder dan ik en die jongen mocht daarom Willem heten, ik moest van de juf Wim zijn. De andere Willem ging van school af en sindsdien is het voor mij Willem zoals het in mijn paspoort staat en zoals mijn vader de ambtenaar de opdracht had gegeven om vast te leggen in het bevolkingsregister. Van Wimpie was ik nog niet helemaal af, mijn tante bleef mij zo noemen totdat ik van de jeugdpuistjes af was. Oké en een enkele keer zegt mijn vader nog Wim, maar van hem kan ik het hebben.

Maar dan mijn achternaam ‘Croese’, dat schijnt echt lastig te zijn om op te schrijven. Ik heb in mijn leventje al heel wat variaties voorbij zien komen, maar zelden op de juiste wijze. Bij de apotheek werkte een vrouw die op nogal een bitse wijze naar mijn familienaam vroeg, ik sprak mijn naam uit. Zij pakte vastberaden de lade met de letter ‘K’ om de voor mij bedoelde medicijnen te vinden, maar zij vond ze niet.

De apotheekster mompelde dat er niets voor mij was en ik antwoordde haar luid en duidelijk: “Dat kan niet, want ik ben gisteren aan het einde van de middag gebeld door de doktersassistente met de mededeling dat vandaag mijn pillen klaar liggen bij u.” Zij keek mij aan en vroeg: “Uw naam is toch Kroese?” Zij spelde voor de zekerheid die naam. “Nee mevrouw, het is C-r-o-e-s-e ik ben er eentje van de chique tak van de familie.” Vrijwel direct vond het wicht mijn bestelling in de lade ‘C`.

En dan die keer dat de telefoon rinkelde in het verenigingsgebouw. Ik nam op en hoorde de stem van een dame die de hele dag niks anders doet vanuit een callcenter – u weet wel een kletshal met telefoons – mensen belagen met zogenaamd voordelige energieprijzen. “Dag meneer Croese uw naam staat vermeld bij de Kamer van Koophandel (KvK) als voorzitter van deze vereniging. Is dat juist?” Het antwoord in haar vraag was correct, ik sta geregistreerd als zijnde de voorzitter.

Vervolgens probeerde de getrainde kletskous mij te overtuigen dat wij met de vereniging beter over konden stappen naar het energiebedrijf namens wie zij belde. Ik gaf de lieverd – zij is ook maar een loonslaaf – te kennen geen tijd te hebben omdat ik in gesprek was. En zij had een oplossing voor mij, ze stuurde wel een e-mail. Inderdaad later die dag ontving ik zo’n elektronisch bericht met de aanhef: “Geachte heer Kroes”. Toen ik dat las haakte ik meteen af, want zij had toch mijn gegevens van de KvK gezien?

Vorige week kwam ik bij een man op de koffie die net lid was geworden van onze vereniging, hij stelde zich voor en zei direct: “Je hebt een vreemde naam Willem Kroeze.” Dat was een lekkere binnenkomer, naar wat bleek zijn overleden kameraad heette zo. “Tja”, antwoordde ik. “Ik weet over wie je het hebt, maar mijn naam schrijf je toch echt anders misschien is dat het vreemde hieraan.”

Een paar dagen later las ik op een website de geschiedenis over een punkrockband uit de jaren tachtig die in 1988 op een groot Pools muziekfestival (communistische tijd!) speelde. Het artikel was voorzien van een krantenfoto welke na afloop van die trip is genomen. De enige niet-muzikant was ik, want ik was de chauffeur van het gezelschap. En u wilt het geloven of niet mijn achternaam stond verkeerd geschreven, namelijk: ‘Kroeze’.

Ik geef het op, maar dan wel met de afsluiter van mijn initialen W.C. Ik reed medio 1967 in ‘The Summer Of Love’ met mijn moeder en broertje per trein van Heerenveen naar Amsterdam. Ik moest onderweg plassen, mijn moeder wees luid lachend naar een bordje met de letters ‘WC`, zij zei: “Daar staat jouw naam Willem Croese.” Naar het toilet ging ik niet en prompt plaste ik in mijn broek van ellende.

Al met al ben ik trots op mijn namen, zolang je mij maar geen Wimpie noemt. Hoe je mijn achternaam schrijft zal mij intussen een worst zijn. Het is precies zoals vele schrijffouten die in het verleden gemaakt zijn bij geboorte-, huwelijks- en overlijdensaktes, kortom voer voor genealogen.

Willem Croese

Gepubliceerd Familieblad Stichting ‘Uit Welke Beker‘ – april 2017

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *