Durp

Een anekdote over eten en drinkwaren. 

‘Sommige vrouwen kunnen

niet eens water koken.’

‘Ik wel, ik noem het dan SOEP!’

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Ik woon in een dorp waar je struikelt over de rollators van de zeer sterke mens. Als je boodschappen doet, moet je goed op je tijd letten, tussen deze ‘lege kippenhokken’.

Te pas en te onpas word je aangesproken: “Ach, mijnheer kunt U me optillen?” vraagt een mevrouw van zeker 80 jaar. Ik ben al oud en kan niet meer bij het boter…goud, daar links staat het. Ik besluit het zelf te pakken, van de bovenste plank. Ik werk mijn boodschappenlijstje af en zie dat ik sukade lapjes moet meenemen. Dat betekent dat mijn Grootje in aantocht is!

Voor de vrieskast staat een enorme, dikke man. Met zijn brede rug verspert hij de toegang tot de vriezer. Ik hoor minutenlang het heen een weer gooien van de bevroren vleesproducten. Ik roep de man toe: “Lukt het?” Hij draait zich om. Ik kijk in het verlopen ponem van een gepensioneerde zeebonk. “Die is behoorlijk rottig opgedroogd”, denk ik. “Watmotje?” bulkt hij. “Ik ben op zoek naar spijkers op laag water”, grap ik. “Die verkopen ze hier niet,” hoost hij terug. “Doe dan maar vier sukade lapjes, samen ongeveer 500 gram, alstublieft.” “Ik ben niet van de bediening,” brult hij als een scheepshoorn. Ik rits mijn zuidwester iets omhoog. “Maar ik wacht al tien minuten.” Wortel schietend blijf ik aanhouden. “Hangt Uw maat er niet tussen?” suggereer ik.

De man verdwijnt naar de hoek van de rookwaren. Enige tijd later kom ik de vrouw van het botergoud weer tegen op de groenteafdeling. Ze zoekt opnieuw contact. “Mijnheer, zijn dit zure of zoete appels?” “Ik denk zoet”, zeg ik. “Oh, waarom denkt U dat?” “Nou ik heb ze deze week nog niet gehoord,” zeg ik. “Ja,” zegt ze.”Ik ben ook zo doof!”

In plaats van dat ik van deze vrouw afraak, wordt het contact door haar verder aangehaald. “Is de groenteman afwezig?” vraagt ze. De bediening in de winkel heeft een gemiddelde leeftijd van 65-70+ jaar. Aan deze mensen is goed te zien dat het leven zo zijn sporen heeft nagelaten. Het is een fraai circus bij elkaar.

Maar om terug te komen op uw vraag mevrouw, ik denk dat de groenteman even een middagslaapje doet. Hij is ten slotte ook al de 74 gepasseerd!” zeg ik. “Dan vraag ik het maar aan u, bij gebrek aan beter. Weet U of er al watermeloenen zijn?” “Dat is toevallig dat ik dat weet. Ik zat gisteren ‘de slimste mens’ te kijken. Daarin vernam ik van de plukkers dat ze de komende week weer worden gevangen.” Ik merk dat ik de rol van groenteman zo kan overnemen. Over 10 jaar, dan werk ik die groenteman er zo uit.

Het oude mens begint helemaal op te leven. “Het is lang geleden dat ik iemand gesproken heb,” zegt ze. De vrouw taxeert haar kansen: “Wil je een kop koffie met me drinken?” Ik heb een droge mond gekregen van al het luisteren dus ik zeg: “Graag!” We belanden in de koffiehoek van de supermarkt. Hier clusteren eenzame bejaarden bijeen. Op zoek naar wat warmte en gezelligheid.

Wat hebben we het toch fantastisch met elkaar! Ze neemt voorzichtig een slokje van haar hete koffie. Zelfs op hoge leeftijd met een jongeman in de koffiehoek. Wie had dat gedacht! Ik vertel de oude vrouw dat dit de 2e keer in mijn leven is dat ik op een dergelijke hangplek voor ouderen ben aanbeland.

Ik begin te vertellen dat ik 10 jaar geleden met een zekere regelmaat een tante bezocht. Ergens in Brabant. Die tante maakte ons altijd enthousiast met een heel programma. Ze vertelde dat ze een heel leuk adres in de stad kende, waar ze hele lekkere koffie schonken! Aan het eind van de dag zouden we een bezoek brengen aan een voortreffelijke keuken. Ik grapte nog: “Eentje met 3 sterren zeker!” Maar of dit ook voor de keuken gold die zij in gedachten had? In de Chinese vlag zit volgens mij maar één ster. Het zal wel een vallende ster zijn.

Wij lopen in een winkelstraat in Breda. Zegt Tante: “Ik moet hier even naar binnen want ik moet nog wat schuursponsjes hebben.” We lopen een vestiging van de Konmar binnen. In een mum van tijd zitten we naast de koffieautomaat van die Konmar. Tante zegt: ”Da’s héle goede koffie!” “Ja,” zeg ik, “Als je de Hongerwinter hebt meegemaakt dan wel!” Toen woonde ze nog in Amersfoort, dat deel was toen nog niet bevrijd!”

Ook die heeft mijn tante meegemaakt.

Het wordt avond. Tante heeft nog niet gekookt. Ze zegt: “We gaan naar de keuken.” In de keuken staat alleen wat vaatwas, zie ik. Tante zegt: ”Ik trakteer vandaag op Chinees!” Gezien mijn eerdere ervaring met haar vraag ik: “De ophaal of de afhaal Chinees?” Mijn vrouw en ik doen bij de afhaal chinees de bestelling. Mijn Tante slaat ons gade en roept: “Dat is toch veel te weinig.” “Leuke woordspeling, maar wat bedoelt u?” zeg ik. Ze bestelt nog, voor een half regiment, erbij.

Zou je zo worden als je de Hongerwinter hebt meegemaakt?” vraag ik aan mijn vrouw. Slechts 1 tas chinees komt bij Tante thuis op tafel. De 7 overige blijven onaangeroerd op de grond staan. Als het tijd wordt om weer huiswaarts te keren, staat Tante erop dat we het overgebleven voedsel mee naar huis nemen. Ik zeg: ” En dan thuis weggooien zeker! Die vlieger gaat niet op!” Ik ben het niet, met deze verspilling van voedsel, eens.

Ze begint haar hele ledenbestand te bellen. Na een half uur komt ze met een lijst waar 7 namen op prijken. Wij zijn nog uren bezig geweest om het voedsel op de juiste bestemming te krijgen. Haar vrienden woonden allemaal verspreid over de provincie Brabant. Ze keken stuk voor stuk hongerig uit naar de Chinese hap die wij hen aanreikten.

Het waren allemaal oorlogsveteranen, dik in de 90.

Ik beëindig mijn verhaal aan de oude vrouw in de winkel. Ik ga naar de kassa. Om daarna huiswaarts te keren.

Einde—

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *