Stiefbroer

Leestijd: 4 minuten

Een anekdote over een ‘vriendendienst’.

‘De diensten die

 NIET betaald worden,

 komen het duurst te staan.’

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

 Als je mijn stiefbroer Steve tegenkomt dan zou je niet zeggen dat hij familie is. In zijn puberteit had hij altijd verkering met minimaal 7 maagden. Als er een plek openviel dan was deze ‘vacature’ de volgende dag alweer opgevuld. Het gaf, ook bij de andere broers, een prima gevoel.

Als je uitging en je wilde een meisje meenemen dan regelde je dat even met Steve. Hij was wel wat stijf in de omgang, maar dat kon hij wel hebben. Het stond hem goed. De jongens vond hem meer een ‘meisje’ met een handvat. Maar hij was tevens het levende bewijs dat er genoeg vrouwen zijn, die op een zodanige vent vallen.

Vorige week verraste hij ons met een bezoek. Wij praatten wat over onze jeugd nu onze ouders overleden zijn. Tussen de verhalen door wil ik me even ontspannen in de siertuin. Steve loopt met me mee. Hij heeft de onhebbelijke eigenschap om direct aan de slag te gaan. Zo heeft hij al snel de snoeischaar weten te bemachtigen. Daar ben ik niet blij mee. Ongeacht wat hij knipt of snoeit: de betreffende plant weigert na zijn ingreep nog te groeien, te bloeien of vrucht te dragen.

Ik verdenk hem ervan dat hij van de woestijnbewoners afstamt. Er komen enkele jeugdherinneringen bovendrijven over onze bezoekjes aan Artis uit onze vlegeljaren. Hij stond altijd tijdens het dierentuinbezoek met de kamelen en dromedarissen te smoezen alsof het oude bekenden waren. Ze lachten en maakte plezier met elkaar alsof het om een weerzien sinds jaren was. Ik moet bekennen dat we altijd op 29 februari in het bewuste schrikkeljaar naar Artis gingen omdat de toegang alleen op die dag gratis was. Ik laat mijn mijmering los en probeer de werkzaamheden van Steve te staken. Dit lukt niet tegen beter weten in. Na een korte worsteling lukt het me toch om met behulp van onze Mechelse herder, de plant te ontzetten.

Deze mooie Steve had als kind de lichaamsbouw van een gestoffeerde breinaald. In de familie werd er ’s avonds altijd stevig gegeten. Als nageslacht van bootwerkers kan je wel wat gebruiken. De jonge Steve at altijd als een plaggenmeier. Hij schepte wel tot 3x toe op. Toen Steve een aantal jaren in de familie zat, viel mijn vader ineens tegen Steve uit. “Als ik een boer was en jij was mijn varken dan had ik je allang doodgeslagen! Je bent hier al jaren in de kost. Je eet de oren van mijn hoofd. Maar je komt geen gram aan!” We hebben er hard om moeten lachen; iedereen die aan tafel zat.

Zo kende ik mijn vader weer: tactloos, niet pedagogisch, kortom een boer uit de hoogste categorie. Hoe heeft mijn moeder een dergelijk figuur kunnen vinden? Omdat Steve altijd zoveel vrouwelijk schoon mee naar huis nam, mocht hij bij ons blijven.

Steve werd volwassen. De vrouwenhandel verruilde hij voor het beroep van verkoper en trouwde met Marianne. Van één eigenschap kon hij geen afstand doen: ‘vroeger was hij onverzadigbaar, nu vertaalde hij die eigenschap zich in hebberigheid’. Het gaat misschien te ver om te zeggen, dat ik mijn vingers altijd natelde als ik hem een hand gaf, maar helemaal vertrouwen kon ik hem ook weer niet. Ook al was het mijn eigen stiefbroer.

Zo doet het volgende verhaal de ronde: Het is nog steeds guur weer na een stormachtige nacht, die ochtend. De chef op het werk wordt gebeld door de vrouw van Steve. “Steve ligt ziek op bed, dat kan wel enkele dagen duren,” zegt ze.

Steve werd de donderdag ervoor ’s avonds gebeld door een vriend, die een transportbedrijf heeft. De vriend zegt ziek te zijn. Hij vraagt of Steve vrijdagnacht a.s. een lading schapen kan ophalen in Kampen. Hij vraagt aan Steve of hij de lading aansluitend kan afleveren bij een handelaar in Wognum Noord-Holland.

Steve haalt vrijdagavond de trailer bij zijn kameraad op. In Kampen moet hij in het holst van de nacht de schapen laden. De storm raast om hem heen. Met moeite krijgt hij de schapen geladen. De enige weg die hij goed kent gaat over de dijk langs het IJsselmeer.

Als hij de dijk wil opdraaien, ziet hij een hek met daaraan de tekst: ‘Wegens Weersomstandigheden Afgesloten’. Hij is niet bekend met een alternatieve route. Hij springt de vrachtauto uit en sleept het hek aan de kant. Vanwege het stormachtige weer rijdt hij stapvoets over de dijk.

Plotseling duikt er een motoragent op voor de vrachtauto. De agent geeft de chauffeur een stopteken. Het hele zaakje komt tot stilstand. Steve wordt gevraagd naar al zijn papieren: Hij doet nog even alsof het in het dashboardkastje ligt. Maar moet in gebreken blijven. “Sorry agent, ik denk dat ik het in mijn eigen vrachtwagen heb laten liggen. Deze wagen is van een collega. Ik breng deze vracht schapen naar Wognum omdat een collega van mij plotseling ziek geworden is. Dat klinkt toch heel aannemelijk?”

De agent roept assistentie in. De lading wordt gecontroleerd. Het blijkt al snel dat de lading van diefstal afkomstig is. Steve wordt staande gehouden en wordt in bewaring genomen. Na een week op het politiebureau te hebben vastgezeten, wordt hij vrijgelaten. Hij zei dat hij van ‘de inbewaringstelling’ goed ziek was.

Hij is toen met de noorderzon vertrokken. Men had tot voor een week niets meer van hem vernomen. Tot hij vorige week ineens weer opdook.

Einde—