Prijsverschil

Een anekdote over ‘koehandel’ met mijn auto.  

‘Een Cent kan de grootste Ster van het Heelal verbergen, Als je die Cent maar dicht genoeg bij je Ogen houdt.’

 Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

 Na jaren plezier te hebben gehad met het oude autootje, moet er iets anders komen. Eerst bij de dealer langs. “Goedemiddag, mijnheer,” zegt de verkoper. “Zeg dat wel! Goedemiddag, wat een prijzen staan er op die auto’s!” “Er is toch wel veel veranderd de laatste jaren.” “Kan je er ook mee rijden?” vraag ik aan de verkoper.

Hij kijkt mij met een verveelde blik aan. Er valt een stilte. Ik zeg: “Het valt ook niet mee om een Opel te verkopen als je een Ferrari voor de deur hebt staan.” Ik probeer het gesprek op gang te houden. De verkoper heeft er moeite mee mij in te schatten en opent met een schot voor de boeg. “Wat wilt U voor uw auto hebben?”. Ik sta een beetje bij het topmodel van hun collectie te dagdromen. In gedachten geef ik de verkoper antwoord. “Doet U mij er maar twee. Een voor mezelf en de andere auto om aan een goede vriend cadeau te doen.” “Inpakken mijnheer?” Plotseling is de droom weg. Ik schrik wakker omdat er een telefoon in de werkplaats begint te rinkelen. Ben ik op een veiling van auto’s beland? Ik probeer me de vraag van de verkoper te herinneren. Ben ik te laat? Wordt er vanuit de Emiraten een bod op dat top model van Opel doorgebeld? Ik hoop dat ik, het bod dat waarschijnlijk per telefoon is gedaan, kan overbieden.

Ik geef antwoord op de vraag van de verkoper: “fl15.000, – en geen cent meer!” “Maar dat heeft Uw auto geeneens gekost,” zegt de verkoper. Ik zeg: ”Tuut, tuut, nieuwe bandjes, nieuwe uitlaat, helemaal in elkaar gestampt en opnieuw opgebouwd. Noemt U dat maar niks! Er zit ook een splinternieuwe radio in en de auto is voorzien van een trekhaak. Bovendien heeft de auto altijd buiten gestaan!”

De verkoper schuift zenuwachtig heen en weer. “Ik wil een jongere auto,” zeg ik. Volgens de verkoper moet ik fl.10.000, – bijleggen voor een 3 jaar jongere auto. Ik hervat voor mezelf: “Vandaag is het 6 januari 1980. Mijn auto is uit 1970. Als ik fl.10.000, – bijleg, koop ik een auto uit het bouwjaar 1973 met waarschijnlijk de ellende van de vorige klant.” “Dat is juist,” zegt de verkoper. “U hoort nog van mij,” zeg ik tegen de verkoper. Dit betekent zoiets als: “Mij zie je daar niet meer!” Ik heb besloten de auto zelf te verkopen.

De volgende dag plak ik een sticker op de ruit van de auto fl. 4500, -.

De mensen die langs de auto komen, roepen in koor: ”Veel te duur!” Die middag sta ik boven door het raam naar buiten te kijken. Ik zie hoe een buurvrouw haar geleende auto -een Audi 100- zo langs de zijkant van mijn auto stuurt. “Nou moe, asjemenou,” dat is een hysterisch toeval! Ik ren naar buiten om de buurvrouw te feliciteren met haar aanrijding.

Ik zorg ervoor dat ik de verzekering gegevens van ‘mijn tegenpartij’ in handen krijg. De schade die aan de auto is toegebracht, wordt enkele weken later keurig –financieel- door haar verzekeraar afgewikkeld. Ik kreeg een substantieel bedrag op mijn rekening overgemaakt: en mocht tevens de auto behouden. Dat het brikkie economisch total loss werd verklaard, deerde mij niet. Ik moest nog wel even mijn best doen bij de verzekeringsagent om de auto te mogen behouden.

Toen de verzekeringsagent uit mijn leven verdwenen was, poetste ik de zwarte streep die langs de zijkant van de auto zat, met behulp van een dot doordrenkt met wasbenzine, weg. De plaatschade heb ik laten zitten.

Dit mazzeltje gaf me wat meer lucht. Ik kon de prijs meer marktconform maken. Ik plakte een nieuwe sticker op de ruit. Ik maakte er fl.1750, – van. Op het werk is er wel belangstelling, maar ze willen nog niet echt bijten. Ik verlaag de prijs dagelijks met fl.100, – Dit tot grote hilariteit van mijn collega’s. Op die vrijdag staat de teller op fl.1250, -. De maandag erop komt er een collega naar me toe. Alles wordt bekeken en goed bevonden. We maken een proefritje. Hij is bereid om fl.1000, – te betalen; inclusief die fantastische autoradio.

Ik zeg: “De auto kost fl.1250, -.” “Hij zegt: “Ja, dat was vrijdag!” “Vandaag zijn we 2 dagen verder.” Ik zeg: “In het weekeind heeft de autohandel stilgelegen.” Het komt niet tot een koop. De volgende dag heb ik er fl.1450, – van gemaakt. Krijg ik dezelfde collega, maar dan in een ‘Boze uitvoering’ aan mijn bureau. Ik leg hem uit dat de auto gisteren fl. 1250, -was. Toen was er nog weinig vraag naar 2e hands auto’s. Maar de markt trekt momenteel aan. “Ik wil geen dief van mijn eigen portemonnee zijn,” zeg ik.

“Vandaag is er nog een kans om de auto te kopen voor fl. 1450, – inclusief die fantastische radio t.w.v. fl.700, – . Uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat deze prachtige auto morgen fl.1650, – gaat kosten. Ik heb uiteindelijk die oude auto zonder die dure radio ingeruild op een jongere auto: waarbij dat brikkie nog eens fl.1500, – heeft opgebracht!

 


Einde—