Mijn Grootje

Leestijd: 10 minuten

Een anekdote over een zeer sterke vrouw en een getraumatiseerde wolf.

‘Het beste middel

om oud te worden,

is te blijven leven!’

 

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver. 

Tussen aankomst en vertrek

Daar sta ik weer op het perron van Saardam te wachten. Het is tijd voor mijn jaarlijks bezoek aan mijn Grootje. Het wemelt van de koffiebekers op de rails. De trein moet nog komen. Ik vraag door het loket van de kiosk aan ‘de koffiejongen’ of de trein naar Den Helder hier ook vandaan vertrekt. Hij is bezig de koffie uit te schenken in van die mooie papieren bekers, met een Schotse ruit, die op zijn dienblad staan. Als hij daarmee klaar is, antwoordt hij: “Kijk de rails ligt er al: hij zal zo wel komen! Met zijn hartelijke lach lijkt hij dit nog eens te bevestigen. “Koffie? Ze is nog goed heet!” zegt hij op een zalvende toon. Ik heb zo mijn twijfels bij deze grappige man. Wanneer er een trein op het perron halt houdt, zal hij ‘al rennend, als een echte acrobaat’ de koffie langs de trein proberen te verkopen.

Er komt een trein binnenlopen. Zodra die tot stilstand komt, ga ik op de machinist af. Ik vraag aan hem: “Waar gaat U heen?” “Alsmaar rechtdoor,” zegt hij. “Komt U in Den Helder?” vraag ik. “Nee, daar ga ik over twee weken naar toe,” zegt hij. “Dan zie ik U dan wel,” zeg ik. Hij drukt op zijn luchthoorn en zegt: “Dan wens ik U een goede reis!”

Al snel ben ik op zoek naar de perronvertrekstaten: om het juiste perron van vertrek te achterhalen. Zonder resultaat loop ik, een beetje verloren, over de traverse rond. Ik begroet twee spoorwegpolitievrouwen. De voorste agente is klein en dik. Ze heeft kort opgeschoren haar. Ze houdt naast zichzelf ook een Mechelse herder in bedwang. “Waar gaat U naar toe?” vraagt de andere. Deze agente is lang en dun. Ze heeft lang blond haar dat in een staart op haar rug hangt. “Ik ga naar mijn Grootje in Den Helder,” zeg ik. “Dat zouden meer mensen moeten doen!” zegt die kleine dikke. De lange blonde vraagt naar mijn kaartje en controleert de datum: ”07.01.17.” “Uw trein vertrekt om één minuut voor twaalf van perron 1a, dat is nu dus,” zegt ze. In de verte hoor ik het vertreksignaal van mijn trein en zie ik de trein vertrekken. “Ik neem de volgende trein wel,” zeg ik.

Lusten jullie een overheerlijk koekje?” zeg ik. Dat willen de dames wel. Terwijl ik de zak met de nog geurende koekjes openmaak, zeg ik: “Waarom zie ik geen perronvertrekstaten meer?” “Daar kan ik U wel een antwoord op geven,” zegt die kleine dikke. Ze wordt door haar sterkste eigenschap overmeesterd en neemt een flinke hap van mijn zelfgemaakte koekje. Ze zegt met een mond vol koek: “Dat schept te veel verwachtingen bij de reiziger.”

Lievere koekjes bakken ze hier niet. Ik heb nog een uur de tijd voordat de volgende trein naar Den Helder vertrekt. Ik loop nog even over het stationsplein en zie daar een soort van braderie tent staan. Voor de tent staat de spoorwegfanfare te spelen. Achter een hek liggen honderden kerstbomen. Sommige kerstbomen hebben de ballen er nog in zitten. Er hangt een groot bord aan een hek met de tekst:

Vanaf 07.0018.00uur

Bij inleveren van KERSTBOMEN 2,50 euro retour + verrassing

Eerst ga ik uitvinden welk verhaal hierachter steekt. Ik vraag de man van de tent hoe de zaken gaan. “Het loopt als een ‘tierelier’. Luister maar naar de muziek! We hebben in onze stad een statiegeldsysteem voor de kerstbomen ingevoerd. Toen de klant zich een kerstboom aanschafte, heeft hij tevens statiegeld moeten dokken. Als de klant de boom na de kerst weer bij ons zou inleveren, geven wij 2,50 euro terug met daar bovenop van Gemeentewegen een kleine verrassing. Mocht men de boom op de openbare weg dumpen dan zijn er bij ons altijd wel lieden die de boom komen verzilveren,” legt de man uit. “Repareren jullie de ingeleverde kerstbomen om ze volgend jaar als occasion aan te bieden?” merk ik verdiepend op. “Nee, bij goochem. Wij geven als verrassing een bioscoop kaartje erbij,” fluistert hij op een samenzwerende toon.

Ruimschoots de tijd nemend, vervolgt hij zijn verhaal: “Achter het station staat een grote versnipperaar. We vullen de containers met de houtsnippers van de kerstbomen. Als de container vol is wordt er een lege container neer gezet en dan kan de volle container direct naar de papierfabriek. Bij de papierfabriek zijn ze er erg blij mee! Met de opbrengst van de houtsnippers bekostigen wij ‘de kleine verrassingen van Gemeentewegen’. We voorkomen zo een hoop rottigheid met die rondslingerende boompjes,” onderwijst hij mij. Ik vind het een mooi sprookje maar ik vrees dat dit nog prille systeem een aanzuigende werking heeft op kerstbomen uit omliggende gemeenten. Ik bedank hem voor zijn tijd.

Bijzonder in mijn nopjes wandel ik weer door de stationshal en ga via de traverse richting perron 1a.

Ik kom langs een winkel van het spoor,

Genaamd: ‘WIZZLE’

En ze timmeren toch wel aan de ‘rails’, die spoorwegjongens. Ik betreed de winkel. Mijn Grootje’s favoriete merk whisky ‘Johnny Walker’ was helaas uitverkocht. Tegen beter weten in kies ik toch maar voor dat kruikje bessenjenever.

Sigaren zijn er nog wel ‘Wilde Havanna’ van la Paz. favoriete sigaar van mijn Grootje. Ik zeg tegen die wizzle-wachter: “Doe mij maar een pallet met van die heerlijke Havanna’s.” “Dit is het laatste dat ik heb,” zegt hij. Daarbij wijzend naar een houten kistje achter de toonbank.

Tabakswinkeltjes worden met uitsterven bedreigd net als hun klanten. “We stoppen binnenkort met de verkoop van alle rookwaren. Dat U het maar al vast weet!” rappelleerde hij mij. Met dit soort types ga ik niet in discussie. Ze verdwijnen na verloop van tijd toch in de bloemenhandel of worden dameskapper.

Even later reken ik de spiritualiën en het mooie kistje met de rookwaren af. Alles wordt in kleurig cadeaupapier verpakt.

Alleen kalmte kan ons redden!

Wat met vertraging kom ik in Den Helder aan. Het laatste stukje leg ik met de benenwagen af. Ik blijf netjes op de paden. Dit lukt mij in de stad beter dan in het oude bos, waar mijn Grootje vroeger woonde. Vroeger, wanneer ik mijn Grootje koekjes ging brengen (als ik ze zelf al niet had opgegeten), ben ik, weliswaar gedwongen, goed ‘bevriend’ geraakt met

Een wolf, die altijd wilde wedden om mijn Grootje: “Wie er als eerste bij het huisje van Grootje zou aankomen, had het recht op iets lekkers bij de koffie,” fluisterde hij altijd. Mijn Grootje had het na de eerste keer door, toen ze het maar ternauwernood overleefd had, dat het hier om een rare weddenschap ging.

Nu was ze voorbereidt. En om niet op de koffie met de wolf te komen, zette mijn Grootje altijd een enorme pot smerige ‘thee’ als ik mijn bezoek had aangekondigd. ‘Dat’ zou de wolf wel afschrikken! De wolf kwam altijd als eerste aan in het huisje van mijn Grootje. Hij verlangde vooraf altijd naar een kopje koffie. “Als ‘dit’ koffie is… breng me dan alstublieft thee… maar als ‘dit’ thee is… breng mij dan alstublieft koffie!” zei de wolf. De drank had een buitengewoon laxerende werking, zo sterk dat de wolf snel weer de benen nam.

Sinds mijn Grootje enkele jaren geleden naar een serviceflat in Den Helder was verhuisd, verdween de wolf uit ons leven.

Evengoed is mijn Grootje al 98 jaar oud. Ik begroet haar en overhandig de cadeautjes die ik heb meegebracht. Ze begint met haar ene overgebleven tand heel lief aan mijn zelfgemaakte koekjes te knagen. Ze zegt: “Zolang jouw koekjes goed doorbakken zijn, wil ik blijven leven!”

Nieuwsgierig loop ik even het keukentje in om een schoteltje te pakken. “Wat ruikt het hier toch heerlijk naar lamskoteletten, mijn lieve Grootje!” zeg ik. “Dat is nog volgens het oude recept van je grootvader.” “Je moet het vlees eerst goed laten besterven en daarna een paar dagen in de marinade zetten!” doceert ze.

Herinneringen ophalen

Voor een mens is mijn Grootje een zeer lange vrouw. Ze is meer dan twee meter lang. Mijn Grootvader was slechts 3 turven hoog. Hij moest het altijd ontgelden tegenover zijn lange vrouw.

Onbedaarlijk moeten we nog steeds nog om hem lachen omdat hij regelmatig door mijn Grootje te grazen werd genomen. Wat was namelijk het geval: Als mijn Grootvader niet ophield ‘met klagen over de mislukte koekjes’ dan werd hij altijd door mijn Grootje met stoel en al het balkon op gebonjourd. “Koel daar maar even af,” zei mijn Grootje dan.

“Ik ben bang dat het erfelijk is mijn Grootje!”

“Wat jongen?” vraagt mijn Grootje.

“Dat mensen doodgaan!” zeg ik.

“De klantenkring van de dood sterft niet uit,” pareert ze.

“O, gelukkig maar,” sus ik.

Onze aandacht wordt getrokken naar het lampje van de bel, boven het dressoir in de woonkamer, het flitst als de bliksem. “Er staat beneden iemand voor U.” Mijn Grootje woont op 4 hoog. Zij hijst zich uit haar schommelstoel en laat zich met een flinke wip lanceren op het balkon. Ik volg in haar kielzog. Ik hoor iemand beneden roepen:

“Hebt U wat over voor de fanfare?”

Mijn Grootje zegt: “Wat?” “Ik heb al sigaren,” roept ze van 4 hoog naar beneden.

“Nee…,” roept de man “Ik zeg FANFARE!”

Mijn Grootje zegt tegen mij: “Wat wil die vent nou?”

Ik kijk haar vragend aan.

Mijn Grootje laat het sigarenkistje zien en roept: “Kijk ik heb al sigaren!”

Zegt de man beneden aan de flat: “Bekijk het met je SIGAREN!

Waarop mijn Grootje roept: “Ja en jij met je FANFARE!

Rare kerel, hij staat hier iedere week aan de deur te meieren. Hij heeft altijd van alles en nog wat in de aanbieding,” zegt mijn Grootje. “Wie is dat dan?” vraag ik. “Ja, iemand van buiten de stad. Ze noemen hem Dolfie Wolfie,” zegt mijn Grootje.

Helemaal zeker ben ik niet maar ik ken ook maar één figuur die zo heet, die woont ver van hier in het bos!” vul ik mijn Grootje aan.

Na het middageten wil mijn Grootje altijd even een uurtje rusten.

Het is 2 uur geweest. We pakken de draad weer op.

Er wordt stevig op de deur geklopt. Mijn Grootje vraagt: “Wie is daar?” “Ik ben het Grootje, de zuster van het huis!” Er staat een enorme gestalte in de deuropening. Ik lees op haar naamplaatje ‘G.B. Wolf.’ “Familie van Wolfie?” vraag ik. “Ja,” zegt ze en van John uit Rotterdam.

Tussendoor kijk ik naar de benen van de zuster. Zulke harige, ongewaxte exemplaren komen me bekend voor. De stank die om haar heen hangt is enorm: ‘wat een beestenlucht’. En wat een grote ogen heeft ze! Om over de lengte van haar neus nog maar te zwijgen!

Bijdehand en allang 80

Nu ik eindelijk de zuster beter wil bekijken, gaat mijn mobieltje af.Mijn nieuwste ringtoon, ‘Zeg ken jij de mosselman’, galmt door de kamer.Ik beantwoord mijn telefoon. “Wie was dat?” vraagt mijn Grootje. “Dat was mijnheer De Jager,” zeg ik. “Uit Scheveningen?” vraagt mijn Grootje. “Nee, mijnheer De jager woont sinds kort bij zijn zoon Jantje in Den Haag,” antwoord ik. “Ik snap er niets meer van,” zegt ze. Mijn Grootje kraait het uit van plezier. “Jij bent me d’r eentje,” We zagen het gelijk al bij de geboorte.

Iemand moet mijn Grootje tegenhouden. Ik hou haar stevig vast. Het liefst zou ze even de Gopak dansen, ‘maar haar voeten doen zo’n zeer’. Met deze dans, een Kozakkendans, behaalde mijn Grootje samen met Mijnheer de Jager in 1929 ‘de zilveren ster’ in Moskou.

Ineens horen we een harde klap. Alsof er ergens een deur wordt dichtgegooid.

Eerlijk gezegd is doofheid en een luide stem een veel voorkomende combinatie. De vrouwen zijn doorgaans doof en de mannen praten over het algemeen heel luid. Mijn Grootje zegt dat ze ‘alles’ nog kan horen. Voor een doof iemand is een gedeelte, alles: ‘dus laten we het zo’.

Uiteraard hebben we nog een hulphond overwogen. Maar wie laat wie dan uit? Een hoogbejaarde moet veel vaker een plas doen dan een hond. Ik zie het niet gebeuren dat een hoogbejaarde aan een hond vraagt om naar het park te rijden.

We praten verder zonder er aandacht aan te besteden. “Trouwens hoe weten ze nou dat jij hier zit? Hoe weten ze mijn nummer nou, ik heb immers helemaal geen telefoonaansluiting! Hoe kan de telefoon dan overgaan als ze mijn nummer niet hebben? Zit er aan die telefoon van jou een zodanig lang snoer?” merkt mijn Grootje slim op. “Als je altijd je telefoon bij je draagt dan ben je altijd overal bereikbaar,” zeg ik. “Strakjes ga je me ook nog vertellen dat de treinen op tijd rijden. Maar dat geloof ik toch echt niet hoor!” dweept ze. “Je bent nog niets veranderd; altijd nog even onbegrijpelijk.” zegt mijn Grootje.

Er klinkt gerammel in het trappenhuis. “Waar heb ik die lamskoteletten nou gelaten?” roept mijn Grootje paniekerig. “Waar is die zuster gebleven?” Ik zeg: ”Mijn lieve Grootje ken jij het sprookje van de Wolf en de zeven Lamskoteletten?” “Ik geloof niet meer in sprookjes, jongen. Bovendien was het lamsvlees en geen geitenvlees!” zegt mijn Grootje. “De zusters hier zijn allemaal vegetariërs, neem dat nou maar van mij aan!”

Soep met ‘bessen’ in plaats van ‘ballen’

Jammerend brengen we de middag door met het analyseren van enkele schaakpartijen van bekende ‘Grootmeesters’. Mijn Grootje roept ineens over het schaakbord: “Die Jannes van der Wal kan beter gaan dammen, zeg!” “Wat een sufferd!” “Als hij die ‘loper’ had gespeeld, dan was het schaakmat geweest!”

Al acht uur? Ik begin trek te krijgen en zeg tegen mijn Grootje: “Die lamskoteletten zullen inmiddels wel in de maag van die zuster ‘Wolf’ zijn verdwenen. Zal ik een lekkere pan soep maken?” “Dat is een goed idee!” zegt mijn Grootje. Een half uur later staat de pan op tafel. “Wat een heerlijke soep is dit! Hoe maak je dat?” zegt mijn Grootje. “Ik zal het dadelijk voor je opschrijven.”

Als we gegeten hebben, reikt ze een schrijftableautje aan. Ik begin met behulp van een krijtje te schrijven: “Doe 5 liter water in een middelgrote pan en breng het aan de kook.” Mijn grootje volgt mij met groot opgezette ogen. “Laat het 9 minuten doorkoken… et Voilà, heerlijke SOEP!” “Is dat alles?” zegt mijn Grootje. “Ja,” zeg ik. “Je moet natuurlijk wel rekening houden met de waterkwaliteit: die is hier dusdanig dat het een goed soepje kan worden!

Rustig probeert ze nogmaals de soep. Proef nou nog een keer met je ogen dicht voor de ultieme soep ervaring,” zeg ik. “Ik denk…,” zegt mijn Grootje. “Als je het 15 in plaats van 9 minuten zou koken dat het dan nog pittiger wordt… Net als het marineren van de lamskoteletten: langer is beter,” zegt mijn Grootje.

!Wat ook nog een voordeel is zeg ik: “Je kunt de bessenjenever er gewoon naast blijven drinken alsof het water is. Die bessenjenever zal geen invloed op de smaak van de soep hebben en omgekeerd.

Een beetje tipsy van de bessenjenever duiken we de avond in.

2 Over 14 dagen word mijn Grootje 99 jaar.

0 Dan luiden we haar ‘100e Nieuwjaarsdag’ in. “Dan wordt U al oud,” memoreer ik haar. Ze kijkt me over haar brilletje doordringend aan en zegt: “Je bent pas oud als de kaarsjes op de taart duurder zijn dan de taart zelf.” “Ja,” zeg ik, “zo lust ik er nog wel een!”

1 Ze schenkt het laatste restje bessenjenever uit in twee kommetjes. “Niet te zuipen die bessenjenever trouwens,” zegt mijn Grootje. “Maar daar gaat het nu niet om,” vervolgt ze. “Kom gezellig oudjaar bij mij vieren en neem dan eens een lekker kruikje Whisky mee!”

7 We sluiten de dag af met een sigaar. Opa had al zijn pijpen vermaakt aan het Ministerie van Defensie. “Daarmee kunnen ze beter de vrede bewaren,” zei hij altijd.

Ik neem afscheid van mijn Grootje: ”Tot gauw!”

“Goede reis naar huis jongen.”

 Einde—