Betaalmiddel

Leestijd: 4 minuten

Een anekdote over een ‘buitengewone’ oplossing.

‘Als de nood hoog is’

 

 Tekst: RobD, Uw gastschrijver.

 Ieder jaar organiseert één stel uit onze grote familie, bij toerbeurt, een dagje uit met aan het eind van de dag een dineetje. Een van de leukste uitjes tot nu toe werd georganiseerd door mijn zwager Steve en schoonzus Marianne.

We kregen allemaal een 2 euro munt uitgereikt. Enkele muntspaarders in de familie eiste direct mijn munt op, omdat de munt die ik had: “Nou net die ‘ene munt’ was, die in hun muntenverzameling ontbrak!”

‘Je kan net zo goed bierdopjes gaan sparen,’ dacht ik.

Met een hand vol kleingeld begaven we ons naar de kringloopwinkel. Steve sprak ons toe: “Dit is onze ‘eerste’ gang van ons gezamenlijk etentje!” “Iedereen moet een voorwerp kopen, dat met een voorval in de familie te maken heeft gehad.” Dit is dus de grap van ons bezoek: hilarisch!

“Als we straks aan tafel gaan, mag iedere broer, schoonzus, zwager of zus zijn/haar voorwerp, met een bijpassend verhaal, presenteren,” voegde hij eraan toe.

Het zoeken tussen allerlei prullaria gaf veel plezier! Dan weer zag je ineens mijn zwager voorbijsnellen in een rolstoel of zag ik mijn schoonzusje zich verstoppen in een enorme schemerlamp. Ik vond ‘mijn’ voorwerp, ‘Een WC rolhouder’, tussen de huishoud artikelen. Een prachtig exemplaar, in rood-wit uitgevoerd: die in de ‘natte’ hoek van het AJAX stadion niet zou misstaan.

Met een mooi ronddraaiend lampje zou dit product oneindig veel populairder te maken zijn, zoniet onsterfelijk.

Mijn vrouw vond haar voorwerp dicht bij de grond. Kan ook op de grond zijn. Van zakkenrollerij heeft zij geen kaas gegeten: dus acht ik dat uitgesloten. “Mooie portemonnee,” zeg ik. “Ja,” zegt ze. “Die vond ik daar,” wijzend naar de koffieautomaat. “Laat eens kijken,” zeg ik. “Het heeft geen oogjes,” zegt ze. Ik heb ook een grappige vrouw. “Kijk er zit ook nog oud geld in.” Ze laat een biljet met een vuurtoren erop zien. “We zijn gered,” zeg ik. “Ik neem de portemonnee,” zegt mijn vrouw. We rekenen af en gaan in de hal staan wachten op de rest van de groep.

Onze ‘tweede’ gang van het uitje gaat naar een klein museum. In dit museum heb ik mijn verhaal gevonden, passende bij mijn zojuist aangeschafte WC rolhouder. Er kwamen geen verdovende middelen aan te pas: hooguit die klap op mijn kop, die ik kreeg, toen ik het nagebootste schooltje verliet. Kennelijk had ik die na al die jaren nog tegoed.

Ik zonk even weg in mijn gedachten en dacht terug aan 1e kerstdag 1999.

Met Kerst was het gebruikelijk dat de familie dit op het ouderlijke nest samen vierden. Met een groep van ruim 40 personen en 1 toilet gebeurde er het volgende: “Nadat Donald van het toilet afkwam, betrad ik de WC ruimte. Ik hoor de enorme stortbak zichzelf nog vullen, dat kan wel een paar minuten duren. “Ik bevind me momenteel op 18 meter boven NAP,” denk ik. “Maar het lijkt wel alsof ik met mijn blote voeten in de ‘branding’ sta.” Ik snuif de lucht op en denk: “Dit riekt naar problemen. Ligt er hier ergens een dooie walvis?”

Op het moment dat ik wil plaatsnemen, begint de plafonnière ineens heel fel te schijnen. Ik denk nog: “Dat heb je altijd, als de zon zakt en onder het wolkendek uit komt.” Zit ik net, om van een mooie zonsondergang te gaan genieten, hoor ik een harde klap boven mijn hoofd. Er daalt een grijze mist op me neer. Ik zit in het pikkedonker. “Heeft zo’n spaarlamp geen reserves?” Tegelijkertijd moet ik aan mijn Grootje denken:

“Als de nood het hoogst is dan is de redding nabij!”

 Maar niet als je zover van de kust woont!

 

…Ik weet dat er rechts van mij altijd WC papier staat.

Als een vuurtoren opgestapeld, is een dergelijk wc rolhouder als een baken in de mist. Om die arme zieltjes in nood te kunnen bijstaan. Het heeft die avond zeker flink gestormd. Er werd altijd veel gedronken. Door de deining moesten ze allemaal zeker vaak naar de WC. Ik tast in het donker. Alles is op. Het bordje keurig leeggegeten.

“Bedankt hoor!” Ook namens mij vanuit de Kapiteinshut!

Ik probeer mijn vrienden te bellen…voicemail, dan maar appen…geen Wi-Fi in de buurt. Ik zoek in mijn zak, op zoek naar een lawinepijl. Een goed padvinder heeft er altijd een op zak. “Ja hoor,” zak leeg. Dat heeft mijn vrouw natuurlijk gedaan, toen ze het jasje vorige week naar de stomerij bracht.

In de binnenzak van het colbert vind ik een stapeltje traveller cheques, 10 stuks. Ik denk: “Dat moet genoeg zijn.” Ik lees de naam van de rekeninghouder. “N.R.M.” “Dat is toch de Nederlandse Redding Maatschappij?” “Ongelooflijk dat is toch niet te Hardeman!”… “Die naam ken ik!… Rang: Schout bij nacht. Hoe toepasselijk.”

“Het schijnt dat ik bij deze persoon nog een rekening heb openstaan. Die zal ik nu even gaan voldoen.”

Naderhand bleek dat mijn vrouw het verkeerde jasje had meegekregen vanuit de stomerij. Ik ontwaakte uit mijn gedachten en voelde me goed uitgerust door het bezoekje aan het museum. Toen we na ons bezoek aan de kringloop en het museum bij onze ‘derde’ gang ‘het restaurant’ arriveerden, had iedereen voldoende tijd gehad om over zijn of haar verhaal na te denken.

De voorwerpen kwamen op tafel. Ik zag verschillende blikken over mijn voorwerp glijden. Een aantal schoonzussen zag je direct grinniken. Terwijl je bij enkele zwagers een zekere spanning zag.

Na een toast op ons samenzijn bracht iedereen zijn of haar verhaal naar voren.

“Die familie van mij bestaat voor het overgrote deel uit clowns, toneelspelers, komedianten, leraren en dronkaards.”

 Na dit alles hebben we nog gezellig van ons ‘drie’ gangen menu zitten genieten.

——Einde——