KL’79

Leestijd: 6 minuten

Een anekdote over de tijd als ‘Dienstplichtig soldaat’.

 

‘Ik sta op wacht

en denk aan jou!’

 

Tekst: RobD, Uw gastschrijver.

 Op de keuring voor militaire dienst verklaarde ik tegenover de landmacht- psycholoog dat ons soort mensen van huis uit niet doden. De psycholoog achtte mij ondanks deze karaktertrek uitermate geschikt om te dienen bij de landmacht. “Er moet af en toe wat te lachen zijn,” zei hij. “En lachen dat doe je niet alleen!” Mijn korte optreden vond hij uitstekend in hun genre passen. “U krijgt hierover nog nader bericht,” zei hij.

 Naar aanleiding van mijn keuring kreeg ik een brief met hierin het bevel aan te treden. “Is dit nou Ranking to the Stars and Stripes?” Dacht ik nog. Den Bosch: ‘Oproep voor de 1e Militaire Oefening’. 4 januari 1979. “Negeren van deze oproep leidt altijd tot een bezoekje aan huis van de Marechaussee,” zoals de brief vermeldde.

Enkele jaren later beriepen mijn jongere broers zich bij hun keuring op broederdienst. Het zijn gevaarlijke gladde praters die broers van mij.Ze beweerden dat ik de joker van de familie was, en al voor twee zou moeten tellen. Als psychologen onder elkaar kwam het al snel tot een akkoord.De broers werden buitengewoon dienstplichtig verklaard.

In die tijd dat ik voor mijn nummer moest opkomen, was het conflict in Libanon op zijn hoogtepunt. Vooral toen UNIFIL klaargestoomd werd en er een instructeur door een granaat om het leven kwam, verstomde het lachen.

Ik heb verscheidene keren achter de wacht gezeten. Volgens mij geheel ten onrechte! Tijdens het wachtlopen gebeurde er het volgende:Er kwam een man, gehuld in een oranje trainingspakje en met een blauw mutsje op zijn kop aan de poort, die brulde:

“In naam van Oranje doe open die poort!”

Met zijn lange neus leek hij meer op een figuur uit de Opera ‘Cyrano de Bergerac’ dan op de ‘Nederlandse Leeuw’. Ik vroeg aan hem zijn militaire paspoort te tonen. “Dat was nou net het probleem. Die was hij kwijt,” zei hij. Zijn vrouw had het document mee gewassen in zijn pantalon. “Dus maak die poort nou maar open! Bovendien, mijn vrouw vindt het goed!” probeerde hij voor de tweede keer. Ik dacht: ‘Het interesseert mij niets, wat zijn vrouw ervan vindt.’

“Al vindt de Paus het goed!” zei ik. “Paspoort, Alstublieft!” hield ik vol.

Zoals wellicht bekend is, zwaaien de vrouwen van de beroepsmilitairen thuis met de scepter! Hun ‘mannetjes’ mogen daar en tegen op de kazerne hun ‘ding’ doen. De taak op de kazerne bestaat voornamelijk uit: ‘Het afblaffen en rond commanderen van dienstplichtig soldaten!’

Deze ‘Papierentijger’ leek in zijn geheel niet op een militair. Zijn gezicht had ik nog nooit in mijn prille soldatenleven gezien! Ook al ging het hier achteraf gezien om de kazerne commandant! Voor mijn gevoel kwam hij rechtstreeks uit de kroeg! Had hij maar gezegd: Dat hij koekjes kwam brengen, dan had ik nog wel over mijn soldatenhart gestreken. Maar deze koekenbakker kwam er wat mij betreft niet in!

Later werd ik in verband met het negeren van ‘zijn’ dienstbevel, met terugwerkende kracht gestraft voor mijn oplettendheid en moest ik gaan ‘zitten’. Dat wil zeggen: Een weekeind achter de wacht dus geen weekeindverlof. Het zat er al vroeg in: ‘Een echte Killer. Ze bestaan nog wel maar dan het liefst met pen en papier.

Het peloton zat de hele dag van alles en nog wat te poetsen. Ik poetste meestal mijn eigen platen. Ik had die van mijn moeder meegenomen. ‘Corrie en de Rekels. De kans om thuis tot een wapenstilstand tussen mijn ouders te geraken, nam hiermee toe met een factor 10.

Toen mijn ouders onverwachts de marechaussee op bezoek kreeg, in verband met de verdwijning van 3 lege patroonhulzen, kwamen ze tot ontdekking dat de platen van Corrie Konings verdwenen waren. Om voor mijn ouders onvindbaar te blijven, vroeg ik overplaatsing aan. Niet naar de gevangenis maar naar het officieren hotel-restaurant te Apeldoorn.

Ik had op de administratie gezien dat er af en toe een dienstplichtig soldaat gedetacheerd werd bij het hotel-restaurant in Apeldoorn. Ik overtuigde de CSM ervan dat ik de eerstvolgende geschikte kandidaat was en bracht mijn talent naar voren. Ik begon snel een paar liedjes van ‘Corrie Konings’ te zingen. De majoor vond ook dat ik zo snel mogelijk overgeplaatst moest worden. Hij dacht hierbij in eerste instantie aan de Noordpool. Maar uiteindelijk werd het dan toch Apeldoorn!

Ik meldde me in Apeldoorn. De CSM daar vroeg wat ik kwam doen. Ik zei, “Ik ben gestuurd vanuit Den Bosch.” De ‘brief ‘ die ik bij me droeg, moest ik hoogstpersoonlijk aan de Adjudant van het hotel-restaurant overhandigen. Ik werd direct doorgestuurd naar de Adjudant ‘ene Harry’.

Ik ging opgetogen naar het hotel-restaurant. Ik dacht nog: ‘Die truc met die belangrijke brief werkt altijd! Die militairen kan ik van alles suggereren.’ Ik ga het kantoor in van de Adjudant. De Adjudant fulmineert: “Wat kom jij doen! Ik heb niemand nodig!” Ik blijf ijzerenheinig staan en zeg: ”Ik vind het prima, maar ik heb wel een ‘DIENSTPLICHT’ te vervullen!” “Loop dan maar even mee!” zei de Adjudant. Ik werd direct ingelijfd als Hofmeester.

Na een aantal maanden word ik op het kantoor van de Adjudant ontboden. Hij heeft bezoek gehad van de Marechaussee. De Adjudant vraagt aan mij: “Wat voor gedonder dat is met mij! Eerst de grammofoonplaten van je moeder verduisteren en nu dit!” Ik weet niet waar hij het over heeft. Maar ik kan er ook niets aan doen dat ik gek ben op tafelzilver. “Bedoelt U die zilveren taartschep?” antwoord ik. Hij kijkt me aan alsof hij met een idioot te maken heeft. Ik weet niet in welk toneelstuk ik ben beland, maar heb er ook geen goed gevoel over. Mijn vader is iemand met hele harde handen.

Als ik de drie lege patronen kan overleggen die op de schietbaan zijn ontvreemd dan zullen ze de overplaatsing naar, ‘Hotel de houten Lepel’, ofwel de bajes tegen houden. Ik zeg stoer: ”Als het ‘Den Helder’ is dan werk ik overal aan mee.” Ik vertel de adjudant dat een andere soldaat de 3 patronen had verduisterd. De Adjudant trekt mij bijna in zijn geheel over zijn bureau heen. “U kunt beter aan de andere kant gaan staan,” zeg ik nog. “Op deze manier wil ik niet ondervraagd worden,” zeg ik en doe een beroep op de rechten van de mens. Ik zet mijn hakken in de vloerbedekking en eis eerst koffie en een sigaret.

Ineens komt er een kale B-acteur binnenlopen. Ik denk: “Nou zal je het krijgen.” Hij komt gelukkig alleen de prullenbak legen en verlaat weer het kantoor. “Hoe is de koffie?” vraagt de Adjudant streng. “Ze is wat slap,” zeg ik.“Maar dat heeft er allemaal niets mee te maken!” zeg ik.

“Ik ben gewoon door die andere soldaat gechanteerd. Hij heeft me onder druk gezet door die platen en die taartschep mee te nemen. Wanneer ik hem zou verlinken dan zal hij ervoor zorgen dat de grammofoonplaten van mijn moeder en die taartschep vernietigd zouden worden!” “Die soldaat weet toch wat hij moet doen als ik doorsla! Bovendien kent hij mijn ouders ook. Als zij dit horen dan is de wereld te klein.

Vergeet niet dat de kazerne commandant mij altijd ten onrechte achter de wacht had opgesloten. Wanneer je je dus altijd als een Zonnekoning gedraagt dan maak je daar geen vrienden mee! Begrijpt U nu waarom ik ben weggaan?”

Ik voel me net de soldaat van Oranje maar dan anders.

(Zoiets als koffie ‘verkeerd’)

Ik moet mijn hofmeester’s spullen inleveren en wordt diezelfde dag nog naar het hotel overgeplaatst. Ik word als dienstplichtig soldaat aan de huismeester toegevoegd. Iedere dag in mijn VT pakkie, met een schoon overhemd en gepoetste schoenen. Ik heb leuk kantoorwerk met ontvangst van de gasten en uitgifte van hotelkamersleutels.

Opeens is er blinde paniek in het hotel. De Adjudant komt met een belangrijk telex bericht ons kantoortje binnen stieren. “De bevelhebber heeft een Mop inspectie aangekondigd,” zegt hij. Voor een Mop inspectie geldt het volgende: Wat er aan materieel aanwezig is, moet in de boeken ook kloppen! Alles wat boventallig aanwezig is, wordt in die week onder het personeel verloot.

Zo heb ik heb nog jaren tegen een overcomplete straaljager in mijn voortuin aangekeken. In mijn achtertuin stond een afgedankte Leopard tank in het fietsenhok geparkeerd. De kinderen in de buurt speelde er altijd vredesonderhandelingen na, inclusief witte vlag.

De Adjudant moest snel tot resultaat komen. Ik had daar een handig systeem voor uitgedacht waarbij alle goederen met elkaar verknoopt werden en er direct zichtbaar was wanneer er iets ontbrak. In ons kantoor had ik aan de muur twee tegeltjes opgehangen met de tekst:

‘De Kruik gaat zo lang te Water tot zij Barst’

Aangevuld met een nieuwe spreuk:

‘De Ketting is zo Sterk als de Zwakste schakel’

 Veel militairen stonden deze teksten in zich op te nemen. Maar of zij dit ook begrepen, is mij nooit duidelijk geworden. Als ze gevraagd hadden wie dat gezegd had, zou ik geantwoord hebben: “Napoleon Bonaparte”.

De bevelhebber kreeg te horen dat de Adjudant een duivels goed werkje had afgeleverd. Met groot ceremonieel vertoon werd de Adjudant bevorderd tot

Luitenant de tweede klasse; inclusief de daarbij behorende loonsverhoging. Binnen een jaar vertrok: ‘Luit Harry’ richting ‘Zonnendael’.

Dit is een luxe villawijk onder de rook van Arnhem.

Ik werd door hem nog voorgedragen als soldaat der 1e klasse; wat een financiële positieverbetering van fl.6,25 op jaarbasis zou opleveren. De boekhouder protesteerde nog dat hij dit niet kon uitrekenen, zo weinig vond hij dit.

Als je eenmaal bevorderd bent dan word je steeds voor herhaling opgeroepen. Ik vond 14 maanden landmacht wel lang genoeg en heb voor verdere deelname bedankt. Dat poetsen heb ik hier wel geleerd. Al leek het meer op poetsbakken.

Einde