School’s out forever

Anekdote over ‘optreden’ in mijn middelbare schooltijd

Sancta Maria 1970 – 1976

 Tekst: RobD. Gastschrijver

 Na de basisschool moest ik door naar een scholengemeenschap. Een met wel 2600 leerlingen. Het scheen niet goed te zijn als je gewoon een vak zou leren. Het was beter om iets met het hoofd te doen aldus onze decaan. Oud minister Ruud Lubbers had zijn mond vol, over werkkampen ‘voor die jongelui.’ Hier stond er een. Inclusief Katholiek internaat.Het onderwijs werd er gegeven door Jezuïeten: Dit zijn mannetjes in lange zwarte jurken (Rokkers) bijgestaan door De Heilige maagd Maria. Niet te verwarren met ‘Rockers’ die over andersoortige ‘hemelse’ instrumenten beschikken.

Mijn klassenleraar in 1970 was mijnheer de Wit en gaf wiskunde. Hij verorberde per les ongeveer 4 krijtjes. Ik vermoed op doktersvoorschrift. Zijn tanden waren zo geel dat het stucwerk van het plafond er nog witter door leek. Al naar gelang je ‘Slecht’ of ‘Goed’ presteerde, moest je een bankje naar voren of naar achteren schuiven. Als de bankjes nou wit geweest waren en de leerlingen geheel in zwart gekleed zouden gaan dan had er nog wel wat muziek in gezeten, à la Alice Cooper. Om eerlijk te zijn. Ik kon er geen hete chocolade van maken.

Tijdens een wiskundeles stond mijnheer de Wit al krijtjes kauwend voor me. Hij loerde me met zijn verwassen hoofd aan. Ik dacht: “Zo dadelijk gaat hij nog centrifugeren.” Hij keek zo verwijtend naar mij alsof ik met zijn wasprogramma had geknoeid. Hij verschoot van kleur. “Daar gaat mijn mooie witte sok.” Dacht ik. Het schuim leek uit zijn oren te komen. Gelukkig was het gewoon ‘Roos’ dat op de schouders van zijn zwarte colbertje viel. Voordat hij mij een vraag kon stellen zei ik: ”Wij hebben thuis ook een Vaatwasser.” Dit bleek niet het goede antwoord te zijn.

Ik kreeg onmiddellijk een tik op mijn kop en moest na blijven. Ik moest voor straf teksten uit het nieuwe testament overschrijven. Zijn voorkeur ging altijd uit naar het boek ‘handelingen’, dat zeker niet over mijn ‘Rock Legende’ Alice C. ging. Wanneer ik mijn strafwerk af had, moest ik me weer bij hem melden voor een volgende opdracht. Dit ging net zolang door tot hij het genoeg vond. Ik kon hem altijd traceren door zijn witte voetsporen in het schoolgebouw na te lopen. Altijd gingen die witte voetsporen naar het lokaal van de juffrouw Lenie van Nederlands. Dat was beeldschone vrouw. Zij was fantastisch in ‘de Hoofse Liefde’. Misschien kreeg juffrouw Lenie wat bijles van mijnheer de Wit of andersom. Ik weet het niet. Ik heb mijnheer de Wit nooit op haar terrein kunnen betrappen.

Op het terrein van de school was een oud gebouwtje ingericht als kantine. Wij hadden daar de beschikking over een platenspeler. In een platenwinkeltje niet ver van de school kochten we in 1971 platen van Robert Long, met daarop onder andere de nummers ‘Jezus redt alle mensen opgelet’ en ‘Vieze Lieze was haar bijnaam in de stad‘ . Voor pubers heerlijke teksten om mee te scanderen. Deze muziek afgespeeld met een stevig volume klonk ‘geweldig’ over het terrein van de school.

Als door de bliksem getroffen kwam mijnheer de Wit de dansvloer van de kantine opstuiven om de plaat in beslag te nemen. We hebben nog tevergeefs naar een Russische uitvoering van deze plaat gezocht. Ik weet zeker dat mijnheer de Wit in zijn Kozakkenbroek samen met juffrouw Lenie op deze muziek mee gedanst zou hebben.

Maar er waren nog meer rare vogels op die school. Onze leraar Duits, ‘Her Rommel’ bijvoorbeeld. Uit welk slagveld hij weggelopen was weet ik niet. Volgens mij zou hij zich het liefst verkleden als ‘haupststurm fuhrer. Waarbij hij zich zou laten vervoeren in een open Mercedes met chauffeur, geëscorteerd door 4 Duitse soldaten in een motor met zijspan.

Deze mijnheer heeft op een dag in 1972 mijn werkstuk dat ik door omstandigheden 1 dag te laat inleverde, voor mijn ogen in stukjes gescheurd. Ik ben daarna uitgebreid verslag gaan doen bij onze directeur. Het kwam de leraar slecht op een standje te staan van de schooldirectie. Deze leraar had het onheil over zichzelf afgeroepen en was daardoor in ongenade gevallen bij mijn klas. De klassen oudste sprak in de pauze de klas toe: “Een van ons, ‘hij daar’ wijzend in mijn richting was het slachtoffer geworden van deze sadistische man. Her Rommel!” “Dat pikken we niet!” Riep de klassen oudste. “Dat pikken we niet!” Brulde de klas terug.

Volgens mij is onze klassen oudste jaren later nog goed terecht gekomen bij het FNV. De fiets van mijnheer Rommel heeft het zes jaren moeten ontgelden. Zijn ‘fahrrad’ werd het doelwit van allerlei scheikundige proeven. Ook werden er de nodige natuurkundige experimenten op zijn fiets losgelaten. Zijn fiets werd heel langzaam weer aan de elementen van de natuur teruggeven. Ik meen dat Her Rommel nu vlakbij het brandwondencentrum in de Beverwijk woont. Zijn fiets logeert waarschijnlijk ergens in de grachten van Haarlem.

Vanaf 1974 stond er één keer in de twee weken een patatkraam voor de ingang van de school. De boterhammetjes van de kinderen werden in ontvangst genomen door de prullenbak naast de patatkraam. Bij navraag zei de patatbakker: ”Die gaan naar de varkensboer.” Toen we elkaar na verloop van tijd beter leerde kennen, vertelde hij dat hij een paar varkens had lopen. Die ‘Varkensboer’ dat was hij zelf! De opbrengst van de prullenbak scheelde veel bijvoeren en was daardoor een mooie bijvangst! Wij kregen vanaf die tijd af en toe een gratis kroketje van hem. Met een schoon geweten genoten de kinderen van hun patat.

De volgende dag kwam er een klasgenoot de klas binnen met een enorme bult op zijn kop. Na ondervraging door de leraar Duits kwam het hoge woord eruit. Een buurvrouw had het patat etende tafereel waargenomen. Naar aanleiding hiervan had ze de vader van Freek gewaarschuwd, over het gedrag van zijn zoon. De vader van Freek was een hele dikke landmacht majoor die ruimschoots boven zijn streefgewicht zat. Voor deze bullebak liep ik graag een blokje om. In de oorlog zou hij naar mijn huidige inschatting niet meer dan een ‘Sitting duck’ geweest zijn. Maar dat terzijde.

Terugkomend op deze oneerlijke geschiedenis… De vader had Freek ook een paar ‘patatten’ verkocht. Maar dan op het hoofd van Freek! Met terugwerkende kracht kan ik melden dat ik 5 jaar later toen ik mijn dienstplicht aan het vervullen was, de vader van Freek zag aanschuiven tijdens het middageten in het officieren restaurant te Apeldoorn. Ik zag dat hij iedere dag zijn ‘bammetjes’ in de varkensvoerton naast de keuken deponeerde. Deze oliebol at 5x per week gratis de warme hap mee! Als hij aan het eind van de dag naar huis ging dan kreeg hij thuis waarschijnlijk nog een keer een warme prak.

Ik had enkele volzinnen paraat staan. Wat er zeker toe geleid zou hebben dat ik de hele van Heutz compagnie op mijn hals zou halen. Op dat moment kon ik niet beschikken over het zooitje huurlingen dat mij vroeger altijd op school bijstond. Dus ik hield mijn kruit droog.

Tot slot nog een bizar voorval. In 1975 werd er een leerling doodgereden voor de school. Wij die in de leeftijd waren waarop de jongens en meisjes elkaar op een speciale manier leerde kennen, kregen van een dergelijk monnik te horen dat dit ongeval gebeurde met de jongens die niet met hun handen boven de lakens sliepen. De kinderen waren geschokt. Niet lang daarna opende er in dit stadsdeel vlakbij de school een afdeling van de geestelijke gezondheidszorg.

Toen ik hierover nadacht, bedacht ik me het volgende:

‘Het enige ‘naakt’ dat deze celibataire geestelijke

in de hand hield was zijn eigen persoonlijk naakt.

Als ware hij de personificatie van de ‘Stier’ van Potter.

Narcist!’

Gaat heen en vermenigvuldigd U. Een kanskaart of een verdubbelaar?

Einde—