De fouten

Leestijd: 3 minuten

Ik had een afspraak in Amsterdam-West, vlakbij het centrum. Op internet bekeek ik de website 9292.nl naar de mogelijkheden met het openbaar vervoer en het duizelde mij aan gegevens waarmee ik rekening moest houden om op de plaats van bestemming te komen, maar liefst vier keer overstappen vanuit Zaandam en € 5,26 armer, enkele reis welteverstaan. Vroeger nam ik de fiets en reed zo naar mijn geboortegrond, de overtocht met de Hembrugpont nam ik op de koop toe, maar nu heb ik de puf niet meer om na een lange afspraak op de stalen ros terug naar huis te rijden. Een taxi ging boven mijn budget en met de eigen auto Mokum in is kassa qua parkeren oftewel ik was gedwongen om met het openbaar vervoer te gaan of nog erger om de afspraak af te zeggen.

Na het speurwerk op het wereldwijde web besloot ik toch met de bus, de trein en de tram te gaan. In mijn jaszak stak ik het nieuwe boek van Herman Brusselmans ‘De Fouten’ om onderweg mijn geest te plezieren door dit meesterwerk te lezen. Nerveus keek ik in mijn portemonnee en was op zoek naar mijn ‘ov-chipkaart’, niet te vinden. “Waar heb ik dat ding liggen”, stelde ik mijzelf de vraag. In mijn postvakje ‘diversen’ bleek het kaartje te wachten op mij, ik pakte het vlug hieruit en stopte het in mijn knip. Wegwezen.

Onderweg keek ik op de uitdraai (print heet dat tegenwoordig) van 9292.nl, één minuut lopen naar de bushalte. In mijn tempo deed ik hier echter vijf minuten over. Welk tempo berekent in hemelsnaam zo’n computerprogramma dat ik van mijn huis naar de bushalte moet lopen? Hardlopend? Ik ben een geoefend wandelaar en kan behoorlijk de pas erin zetten, maar dit legde ik af. De bus zag ik vlak voor mijn neus voorbijgaan, mijn schema helemaal naar de knoppen. In het bushokje hing reisinformatie en wat bleek de volgende bus kwam een half uur later, want het was immers geen doordeweekse dag maar wel zaterdag.

Dertig minuten wachten is geen straf, behalve als het tijdschema geheel verstoord is geraakt doordat één minuut lopen er vijf bleken te zijn. Het boek van Brusselmans bleef in mijn jaszak zitten, daar had ik op dat moment even geen zin in. Ik hield het verkeer in de gaten totdat ik de bus zag die ik moest hebben, met mijn hand in de lucht gaf ik de chauffeur het seintje om voor mij te stoppen zodat ik mee kon reizen. Hij stopte, met een sissend geluid schoof de deur van de bus naar links open. Ik stapte in, hield mijn ov-chipkaart voor het scanapparaatje en wat bleek het saldo was niet toereikend. Het schaamrood kwam op mijn gezicht.

Kan ik een kaartje kopen”, vroeg ik de chauffeur. Hij knikte bevestigend en vroeg waar de reis naar toe moest gaan. Ik gaf de bestemming op. “Het kaartje kost tot het NS station € 3,75, daarna moet u een treinkaartje kopen maar het is goedkoper om uw ov-chipkaart op te waarderen.” Uit mijn portemonnee pakte ik een briefje van vijftig euro. “Kleiner heeft u zeker niet meneer”, vervolgde de chauffeur misprijzend zijn betoog. “Ik kan niet wisselen, het spijt mij.” Ik had geen stuiver kleingeld bij mij. “Tja, dan moet u uitstappen.”

En daar stond ik weer in het bushokje, verslagen en wel. Ik kwam nu zeker te laat waardoor de afspraak niet door kon gaan. “Verdorie, sta ik hier toch even voor joker, ik ga terug naar huis en lees daar ‘De Fouten’ van Brusselmans wel verder, dan valt er tenminste nog wat te lachen.”

Willem Croese