Kappers blues

Woord vooraf. Definitie volgens het grootwoordenboek der Nederlandse Taal van Dale.

Anekdote: 1) Mededeling van kenschetsende bijzonderheid, een schilderachtige of vermakelijke trek uit ons leven van een historische persoon, bij uitbreiding ook van andere personen. 2) Amusant kort verhaal.

Kappers blues

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Vroeger toen je poep nog met een lange oe schreef, kwam de kapper aan huis. De hele buurt werd geknipt. Na afloop van het knippen lag er zoveel haar dat je er gemakkelijk een heel matras mee kon vullen.

In de puberteit werden er weinig jongens en meisjes geknipt. Ik liep rond met een enorm Afro-kapsel. Onze ‘grappige’ buurman vroeg zich af welke ondersoort van de gevleugelde vrienden zich in mijn haar had genesteld. Ik zei een ‘specht’, balde mijn vuisten en hamerde enkele malen op zijn kop. In die tijd loste ik mijn problemen doorgaans op een fysieke wijze op.

Maar daarvoor in de plaats is de ‘pen’ gekomen, deze heeft een veel groter bereik. Veel verder dan mijn armen kunnen strekken.

Op 16 jarige leeftijd komen er meisjes in beeld. Onder andere het meisje van Van Dam.

Ik in gestrekte draf naar de knappe knippers in A. Zij knippen daar je haar voor ieders ‘knip’. Ik had na dit bezoek een behoorlijk gat in mijn portemonnee. Ik had geen rekening gehouden met alle extra was massages, die niet bij het starttarief opgenomen waren. Dit extra ‘grapje’ kostte een veelvoud van de eigenlijke knipkosten. Je bent jong en wilt de wereld ontdekken. Eigenlijk moet je vooraf met die ‘gasten’ een waterdicht contract afsluiten. Maar ik ben bang dat er dan niet meer geknipt wordt.

Dit zal me geen tweede keer gebeuren dacht ik. De eerst volgende keer dat er iets met mijn haar moet gebeuren dan doe ik het zelf. Bij de betere doe-het-zelf drogist koop ik een pak kleurspoeling. Het kappersvak wordt in beknopte vorm op de zijkant van de doos uitgelegd. Op de voorkant staat een plaatje van het te verwachten resultaat. Hupsakee in de badkamer aan de slag. Het resultaat mag er zijn. Het haar is ravenzwart.

Ik krijg associaties met het ontkolen van de uitlaat van mijn Puch bromfiets. Moeder vindt het veel te hard bij mijn witte gezichtje. Ik terug naar de drogist. 1, 2, 3 en klaar is K…AaaaH. Wats gebuuerd? Het haar is ORANJE. Ik weet dat ik goed kan voetballen. …correctie… Ik weet in welk doel de bal moet; die van de tegenstander! Om dat te onthouden is voor mij al een prestatie op zich. Maar ‘dit’ is boven verwachting. Geselecteerd voor Jong Oranje! Mooi peentjeshaar! Ik leen de wollen muts van mijn moeder om incognito bij de drogist een nieuwe verpakking te halen. Maar wat ik niet weet is dat de gele wollen muts van mijn moeder bij iedereen in het dorp bekend is. Het is hoogzomer en iedereen loopt in zijn korte broek. Het is 30 graden ik ga in korte broek en met die muts op mijn hoofd naar de drogisterij. Dit waren de zwaarste 500 meter uit mijn leven. Ik werd 6x herkend. Ze riepen me allemaal na, ‘Heee Duckie!’ Als ik die muts niet gedragen had, dan had geen hond me waarschijnlijk herkend. De dames van de drogist kennen me precies en weten (vragen zich af) waar ik mee bezig ben. Ik vraag aan de winkelbediende of ze ‘hier’ iets voor heeft. Ik laat het oranje haar vanonder mijn muts zien. Zij begint ongegeneerd te schaterlachen. Ze moet er even haar collega bijhalen. Zeker om een gemengd koor te vormen. Weldra staan we gezamenlijk te lachen. Mijn lachen, gaat langzamerhand over in huilen. Plotseling staat mijn vriendin in de winkel. Ik begroet haar. Ze kijkt me aan en zegt, moet ik jou kennen? Ik heb al een vriend als je het nog niet wist. Ik probeer het uit te leggen. ‘Maak dat de kat wijs.’ Zegt ze. Wat een dergelijk kleurspoelinkje al niet doet. Ik kan het iedereen aanraden. Mijn vriendin zegt: ’Ken je die mop van die kippenboer?’ Nee, zeg ik. Zij begint te vertellen. Er is een automobilist die op de dijk langs een kippenboerderij rijdt. Plotseling krijgt hij een kip onder de auto en overrijdt de kip. De kip is dood! De automobilist plukt de kip van de weg en loopt het erf op van de boerin. De boerin is eieren aan het rapen. De automobilist weet de aandacht van de boerin te vangen. Hij vraagt of de kip die hij in zijn handen heeft van haar is. De boerin antwoord dat het niet haar kip is. Waarop de automobilist vraag: ‘Waarom niet?’

Zegt de boerin ‘zulke platte kippen heb ik niet.

Dus? Probeer ik. Logica van vrouwen? Omdat ik oranje haar heb ben ik ineens niet meer je vriend? Precies zegt ze. ‘Nou dan gooi je wel je toekomst met een groot schrijver weg!’ Protesteer ik. ‘Al was je de krantenbezorger het is mij om het even!’ Zegt ze. De week erop zijn we gescheiden van tafel en bed. Ik het bed en zij de tafel. Ach, het mooie was er toch al vanaf. Ja, van de meubels dan.

Nu dat de jaren vorderen wordt er altijd bij de kapper gevraagd ‘hoe’ ik het wil hebben. Ja, gewoon vol en een kop met krullen, zoals 40 jaar geleden toen ik nog jong was. Leuk he om als kapster een bijna 60 jarige man te vragen ‘hoe’ hij het wil hebben! Ter informatie: kalend, dun haar, wijkende haargrens, haartype melkboerenhondenhaar, gewoon stug dus, kleurstelling peper en zout. Dit noem ik klantje plagen. Maar ik antwoord altijd stoïcijns in de trant van; gelijke lengte knippen of laagjes of ik wijs naar de vrouw die naast mij zit met heel mooi lang haar. Zoals zij wil ik het wel. Momenteel heb ik een heel bijdehand vrouwtje die mij knipt. Zij weet wel raad met me als ik weer over dat mooie lange haar van een vrouwelijke klant begin, ’Jurkje erbij doen?’ Maar meestal zeg ik maak er maar een mooi ‘stukkie’ van, denk maar aan de feestdagen, Kerst of Pasen.

Ik verlaat altijd tot tevredenheid van de kapsalon en mijzelf altijd opgetogen de winkel.

Andere anekdotes van deze gastschrijver op deze website zijn:

Rat race, BBQ 2016, Boa Constrictor, Kappers blues, Standenmaatschappij 1974, Den Helder, Winkel, KL 79,  Mijn Grootje, Tandartsbezoek, Zomervakantie…

Lachen doe je niet alleen.