Ook verliezers zijn uiteindelijk winnaars

Zelf topsport bedrijven is nooit mijn ‘ding’ geweest, ik had en heb er geen talent voor laat ik daar maar meteen duidelijk over zijn. Natuurlijk is het mooi om bijvoorbeeld het favoriete voetbalelftal te zien winnen, vergeet echter niet dat je ook verliezers nodig hebt om dat succes te bereiken. In mijn jonge jaren voetbalde ik bij de intussen al lang opgeheven voetbalclub ZVV (Zaandamse Voetbal Vereniging) dat doorging voor de eliteclub van de Zaanstreek. Ik droeg niet het zwart-blauw-gestreepte shirt waarmee de veldspelers opgesteld werden, wel een knalgeel shirt en achterop het getal ‘1’.

Ja, ik was de doelman van het elftal en daar kwam een eind aan toen mijn teamgenoten enorm liepen te mopperen toen een speler de bal naar mij terugspeelde waar een tegenstander gretig gebruik van maakte door met alle gemak van de wereld een doelpunt te maken. Een hoop gezeur van mijn medespelers en de leider van het elftal. “Krijg de zenuwen”, riep ik naar die gasten en ik ging vervolgens naast het doel zitten zodat de tegenpartij alle gelegenheid had om doelpunt na doelpunt te maken. De scheidsrechter werd kwaad en stuurde mij van het veld af. Het werd dus mijn einde bij ZVV als doelman.

In de eerste klas van de lagere school hadden wij in het Friese dorp Jubbega – waar ik toen woonde – geen gymzaal. Juffrouw Kooistra had het geniale idee om haar kinderen toch te laten bewegen op het schoolplein door ‘Schipper Mag Ik Overvaren’ te doen. De kunst bleek te zijn om hinkelend aan de overkant te komen zonder dat je afgetikt werd. Alle kinderen kwamen veilig aan de overkant, ik was natuurlijk de laatste die dat nog moest lukken. Nog nooit had ik gehinkeld en wist werkelijk niet hoe dat moest.

Huilend liep ik van het schoolplein af en rende naar huis. Weglopen van school was natuurlijk geen normale zaak in de jaren zestig, althans niet voor snotneuzen zoals ik. Nou dat heb ik geweten, want mijn moeder verwachtte mij niet eerder thuis dan anders. Zij was een vrouw waar het begrip ’empathie’ nul komma nul in de hersenpan zit en zat. Op hardhandige wijze werd ik achterop de bagagedrager van haar fiets gezet. Vloekend en tierend bracht die draak mij terug naar school, waar ik op haar geraffineerde wijze voor joker werd gezet tegenover mijn klasgenoten. Ik heb nooit meer meegedaan aan het spel ‘Schipper Mag Ik Overvaren’.

Later op de middelbare school had ik een gymnastieklerares die ook al geen takt had, wanneer er teams opgesteld moesten worden voor volleybal dan zette zij letterlijk de ‘goede’ en ‘slechte’ spelers als teams tegenover elkaar. Een keer raden in welk team ik zat, het antwoord is natuurlijk bij de slechten. Wij verloren altijd en zo leerde ik verliezen. De lerares gaf ons ook cijfers bij het touwklimmen, ik wist dat je een vier kreeg als je slechts op de knoop bleef staan. Neem van mij aan ik heb al die jaren hiervoor keer op keer een vier gekregen. Jaren later toen ik vader was en naar bleek intussen mijn zoon biologieles van haar kreeg ontmoette ik dat mens op zijn school. Zij strompelde achter een rollator en toen dacht ik: “Maar goed ook kreng, want nu heb jij verloren en je zult nooit winnen van mij.”

Nog niet zo lang geleden meldde ik mij aan bij een nieuwe huisarts en die vroeg of ik aan sport doe. Ik antwoordde: “Jazeker, wandelen.” Waarop hij verontwaardigd vroeg of dat een sport is. Waarom denken mensen alleen aan topsport en niet aan de zogenaamde breedtesport. Samen met mijn honden maak ik wandeltochten van vijfentwintig kilometer alsof dat geen prestatie is. Okay, naar mate de jaren vorderen leer je de zaken in het leven relativeren en ik denk dan: “Doe het maar eens na.” Ik hoef geen medailles voor mijn wandelprestaties, het enige wat ik wil is bewegen en plezier hebben en daar is wat mij betreft niks mis mee. Ik voel mij als verliezer uiteindelijk een grote winnaar.

Willem Croese