Overschat

Leestijd: < 1 minuut
Aan het einde van de middag parkeerde ik de auto vlak bij mijn huis. Ik kwam terug van een flinke wandeling met de meiden, de honden lagen in hun benches achterin te wachten totdat zij eruit mochten.
Maar ik stapte eerst uit en zag een oude man die op een meterkast ging zitten. Hij zag er zeer vermoeid uit. Hij hing voorover met een kruk in zijn linkerhand.
Ik vroeg de man of het wel goed ging met hem. Hij antwoordde van niet.
“Waar moet u naar toe?”
De man wilde naar huis, hij woont een paar straten verderop. Ik bood hem aan thuis te brengen. Direct stond hij op en reed even later met mij mee.
Onderweg vertelde hij over zijn wandeling. “Ik heb mijzelf overschat.” Het was te veel voor hem.
“Tja, en wij zijn geen achttien meer”, zei ik.
“Nee klopt, ik ben tachtig en dit moet ik niet meer doen”, reageerde de man. “Meneer bedankt.”
Terug bij de parkeerplaats haalde ik de meiden uit de auto. Zij liepen kwispelend met mij mee alsof de honden wilden zeggen: ‘Goed gedaan baasje.’