Harry de stoffeerder

160107_KunstgebitFotobron: www.vliegenzwam.nl

Hij was een kleine man, zo’n Amsterdams opdondertje waarmee je kon lachen, Harry was zijn naam. En eerlijk is eerlijk hij was een goede stoffeerder. Nooit kreeg ik als bedrijfsleider in de woninginrichting klachten over zijn werk. De fooien besteedde hij aan zijn grote hobby’s bier drinken en jointjes roken, maar meneer had meer in petto.

“Kom na sluitingstijd bij mij op bezoek”, vroeg Harry. Ik besloot op zijn uitnodiging in te gaan en ging naar zijn huis in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Voordat ik boven was op de eerste etage telde ik op iedere trede een krat bier, halve liters en leeg natuurlijk. Op de overloop stonden er nog een stuk of twintig gele Heineken kratten. “Zo die lust er pap van”, dacht ik.

Stralend opende hij de deur van zijn paleisje. “Kom binnen”, zei Harry. En daar was de lucht vergeven door de sterke lucht van weed. Ik voelde mij snel stoned zonder dat ik die rommel rookte, dus dat betekende nog wat. “Biertje”, vroeg de altijd vrolijke stoffeerder. Ik knikte bevestigend en kreeg een halve literfles in mijn handen gedrukt. “Prut”, toostte Harry.

In de woonkamer stond een zeeaquarium met afmetingen die ik bijna niet na kan vertellen. Ik schat een meter of vier breed en zo’n twee meter hoog en diep. Er zwom voor een Godskapitaal aan vis in die enorme bak. Alle kleuren van de regenboog hadden die beesten. Artis was er niks bij.

Terwijl wij zaten te kletsen hoorde ik achter mij ‘Lekker ding’. Ik keek om en zag een papegaai op een stok zitten. “Zegt die vogel dat Harry?” Hij bulderde van het lachen. “Ja, hoe vind je hem? Weet je nog die keer dat ik in een hoerenkast moest stofferen op de Wallen? Nou van dat mokkel heb ik hem meegekregen. Zij wilde van Coco af, want tegen iedere klant zei hij lekker ding.”

Op een morgen kwam Harry de winkel binnen om de handel op te halen voor die dag. Zijn haar zat in de war, hij praatte nog net niet met een dubbele tong en hij droeg een T-shirt met een enorme joint daarop afgebeeld. Ik vroeg hem wat er aan de hand was. De avond hiervoor had hij zijn verjaardag gevierd. “Maar zo kun je niet naar mijn klanten, echt niet.” Ik stuurde hem naar huis met het dringende verzoek een douche te nemen en met normale werkkleding aan terug te komen.

Harry deed wat ik hem min of meer opdroeg. Een uur later kwam hij terug. Helemaal fris en keurig in werkpak. “Zo goed”, vroeg hij. “Prima kerel en nu aan het werk.” Aan het einde van de dag waren zijn klussen klaar en hij rekende met mij af. Nooit meer wat gehoord over dit voorval.

Zo’n twee keer per jaar huurden wij met collega’s een boot in Den Oever om hiermee het Wad op te gaan om te vissen. Harry was natuurlijk ook van de partij. Beneden in het ruim had de schipper een bar waar in de loop van de dag stevig gedronken werd. En wie stond vooraan? Harry natuurlijk. Het ene vaasje bier na het andere klokte hij leeg in zijn keel.

Aan het einde van het uitje was Harry blauw. Hij zocht wat, namelijk zijn kunstgebit. Iedereen zocht mee. Niemand vond het. Wij vroegen Harry of hij misschien over de reling had gehangen en dat zodoende zijn gebit op de zeebodem was beland. Nee dat kon volgens hem niet. Hij kreeg gelijk, want de schipper maakte de spoelbak van zijn bar schoon. Die vond onderin het gebit van onze Harry. Met de wetenschap dat onze bierglazen gespoeld waren in water met zijn gebit hierin gilden wij het uit van plezier.

Een paar jaar later ontving ik een rouwkaart. Harry was overleden, hij had een einde gemaakt aan zijn leven. Ik was te laat voor zijn crematie. Nog heel vaak denk ik aan hem. Ik mis die gozer, hij is ruim twintig jaar dood. Bedankt lekker ding!

Geef een reactie