Vegetarische Vleeseter

Een anekdote over het buurjongetje

Monster

Tekst: RobD, Uw Gastschrijver.

Het is kerstochtend. We zijn bezig met de voorbereidingen voor ons kerstdiner. Ik heb een enorme tafel opgebouwd waar we met zijn allen omheen kunnen zitten.

De voordeurbel gaat. Daar staat ons buurjongetje! “Hebben jullie zin in een bezoekje?” gniffelt hij. “Van jou altijd! We zijn druk in de keuken. Loop maar met me mee.” Ik maak een uitnodigend gebaar. Het buurjongetje neemt plaats aan de grote tafel. “Wat gaan jullie eten met de kerst?” informeert hij. Hij tuurt voor zich uit over de enorme tafel. “We eten ‘hert’. Als we dan met zijn allen rond de tafel zitten, kunnen we allemaal een vorkje mee prikken”, zeg ik.

Het buurjongetje geeft een blik van indigestie en walging tegelijk. Hij hapt naar lucht en roept: “Maar ik niet! Ik ben vegetariër!” “Dan krijg jij gewoon een boterham met pindakaas”, stel ik hem gerust.

Hij vertelt me dat hij met de kerst naar een voorstelling van Freek Vonk gaat. Ik zeg tegen hem dat ik na afloop van zijn avontuur zijn verhaal graag hoor.

Enkele dagen na kerst staat ons buurjongetje weer op de stoep.

Hij staat te popelen om verslag te doen van zijn bezoek aan ‘zijn’ Freek Vonk. Ik nodig hem uit naar binnen te komen. Mijn vrouw begroet hem in de keuken. We staan op het punt om een boterham te eten. “Eet je mee?” vraagt mijn vrouw.

Ik zie dat het buurjongetje een enorme knuffel met zich mee torst. Hij vertelt dat dit beest ‘Johan’ heet. Het dier houdt van gehaktballen en slaapt op de verwarming! Hij meldt dat Freek Vonk een “witkeel varaan’ in zijn huis heeft lopen. Luisterend naar de naam ‘Johan’. Ik begin het te begrijpen. Ik vraag aan het vegetarische buurjongetje of hij mij wil helpen de boterhammenbordjes op tafel te zetten.

Ik zie uit mijn ooghoek dat naast de bordjes voor mij, mijn vrouw en het buurjongetje tevens voor Johan wordt ingedekt. Deze witkeel varaan wordt in een zogenaamde aanvalshouding op de rand van het eigen bordje geposteerd. Klaar om zijn prooi te verslinden. “Lust jouw ‘knuffel’ ook vlees?”, vraag ik. Mijn vrouw staat het tafereeltje gade te slaan. Ze pakt een plak boterhammenworst en wil het op het bord van Johan leggen. “Nee, nee, nee!”, protesteert het buurjongetje. Hij wijst op de grote kookworst midden op tafel. “Doe daar maar een flink stuk van. Johan is vreselijk uitgehongerd.” Mijn vrouw snijdt een groot stuk worst af en legt het op het bord van dit monster.

Als we allebei met onze neus in de koelkast staan op zoek naar wat melk en kaas, zie ik het stuk worst in de mond van onze vegetarische buurjongen verdwijnen. Ik richt me tot Johan het witkeel varaantje, terwijl onze buurjongen moeite heeft om het stuk worst op te snoepen, “Nou, nou, die had honger!” “Ja, nou en of.” zegt het buurjongetje. Hij vervolgt: “Ik, eh… Johan bedoel ik, lust ook tomaatjes! Onze buurjongen is gelukkig toch een gewone vegetarische vleeseter!

Einde—

Eén gedachte over “Vegetarische Vleeseter”

Geef een reactie