Tien tips voor het wandelen met de hond

1. Start pas met grote wandelingen of dagtochten wanneer de hond één jaar of ouder is, dit in verband met het lichamelijk groeiproces van de hond.

2. Voor de leeftijd van één jaar pas dan de wandelafstand aan de leeftijd van de hond. De stelregel is: per maand maximaal vijf minuten intensief wandelen erbij.

3. Vanaf de leeftijd van één jaar kan de hond ongeveer zestig minuten flink wandelen, dus zo’n vijf a zes kilometer. Bouw daarna de tijd op door het aantal kilometers iedere twee weken vijftien minuten te verlengen. Pauzeer na elk uur wandelen met de hond. Door zo verder te gaan kun je samen dag- en meerdaagse wandeltochten maken.

4. Neem in je dagrugzak water en voer (bijvoorbeeld brokken) mee, zodat de hond onderweg ook de broodnodige versterking kan krijgen.

5. Wandel met de hond aan de lijn waardoor er gewenning ontstaat om zo te wandelen, want niet overal kan de hond loslopen. Oefen ook op drukke punten met de hond voor gewenning, denk aan markten en drukke straten.

6. Wandel met de hond niet alleen over graspaden en andersoortige zachte paden. Wanneer de hond op harde paden loopt zoals asfalt, klinkers, tegels en dergelijke krijgt hij voldoende eelt op de voetzolen.

7. Smeer de zooltjes in met vaseline tijdens meerdaagse tochten in onherbergzame gebieden of onder barre weersomstandigheden zoals met ijs en sneeuw. In de handel bestaan ook speciale schoentjes hiervoor.

8. Zorg dat je eerste hulp spullen meeneemt, zowel voor jezelf als voor de hond. Een tekentang is een must.

9. Twijfel je over de gezondheid van de viervoeter neem dan contact op met de dierenarts voordat intensief gewandeld wordt.

10. Het is zeer belangrijk dat jouw hond onder appèl staat, zodat de hond geen schade brengt aan de natuur of bijvoorbeeld andere wandelaars schrik aanjaagt. Een cursus bij een kynologenvereniging is raadzaam.

© 2002 Willem Croese – eerder gepubliceerd in Wandelkrant Te Voet en brochure (NHWB) Noordhollandse Wandelsport Bond

Geef een reactie